CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, februari 2024

Herreweghe - J.S. Bach Cantatas

Klik hier voor de inhoudsopgave

Harmonia Mundi HMX 2904070.086 (17 cd’s)
Opname: 1987-2007

 

Tussen 1987 en 2007 maakte Philippe Herreweghe voor Harmonia Mundi diverse cd's met in totaal 44 cantates van Bach. Eind vorig jaar verschenen deze op 17 cd's, in een zeer goedkope doos. De teksten ontbreken in het tekstboekje, maar de liefhebber kan daarvoor op het internet of anderszins terecht. Het boekje bevat wel een uitvoerig en intrigerend artikel over de eerste schreden van Herreweghe met Bach in Frankrijk en de reacties daarop in dat land. Die tekst is de enige in het boek, zij het ook in Duitse en Engelse vertaling.

Terwijl ik de 17 cd's in etappes (opnieuw) beluisterde (ongeveer de helft had ik eerder gehoord), beluisterde ik tussendoor ook enkele cantates gedirigeerd door Suzuki, Gardiner en Koopman, in de hoop meer zicht te krijgen op het eigene van onze zuiderbuur. Dat eigene is er onmiskenbaar. Met de jaren (en die ontwikkeling ging door nadat hij bij Harmonia Mundi was vertrokken en voor het eigen label PHI cantates bleef opnemen terwijl hij tussendoor ook nog cantates opnam voor het Veritas-label), groeide de transparantie van de klank, de subtiliteit van wendingen in dynamiek, ritme en tekstbehandeling, en daarmee het vermogen om met zo min mogelijk nadrukkelijke gebaren zo veel mogelijk te zeggen. Die houding verklaart denk ik zijn grote succes in Nederland en zijn veel moeizamere carrière in Frankrijk, zeker in zijn eerste Franse jaren waarover het tekstboekje ons uitvoerig informeert. Zijn neiging tot dramatiek zonder theatraal te worden is veel meer voor ons dan voor de Galliërs, terwijl de Fransen zich jarenlang veel minder konden beroepen op superieure koren dan wij. Zelfs de Franse tekstschrijver van het boekje moet erkennen dat zijn landgenoten op dit terrein jarenlang niet tot de besten behoorden. Franse musici die Bachs muziek speelden (en soms zeer goed) waren in overgrote meerderheid instrumentalisten en brachten die met een helderheid en verfijning die in volle glorie het handelsmerk is van de beste Franse muziek, zowel die uit de Barok als die sinds Fauré. Dat Herreweghe nu ook succes heeft in Frankrijk, zegt misschien iets over het Frankrijk van nu. Dat hij eerder al succes had in Nederland, zegt veel over onze hang naar Duitse ernst, authentieke gezichtspunten die niet zijn gecorrumpeerd door latere ervaringen en de voorliefde voor stijl die geen afbreuk doet aan duidelijkheid. Dat hij nu hier veel succes heeft, geeft misschien aan dat althans zijn Nederlandse fans (overigens zeker niet alle Nederlanders) Duitse ernst willen combineren met als Frans te boek staande eigenschappen als zwier en elegantie. Wat dit betreft is Herreweghe duidelijk meer Belg dan Nederlander. Het is in ieder geval een combinatie waarmee hij zich onderscheidt van Koopman, Suzuki en zeker Gardiner. Koopman is veel voller van klank, Suzuki is vaak effen en keurig, op mindere momenten op het saaie af en Gardiner verliest gelukkig langzaam zijn neiging tot opzichtige ritmische regelmaat op het repressieve af. Die verschillen vind ik kleiner dan de fundamentele overeenkomsten waarmee deze dirigenten zich onderscheiden van hun voorgangers. Bij Leonhardt en Harnoncourt hoor ik nu soms een lichte onwennigheid bij de instrumentalisten plus een ietwat halfslachtige verhouding tot de oudere generatie: enerzijds het streven naar transparantie door te kiezen voor kleine bezettingen, anderzijds de hang naar theater (zeker bij Harnoncourt), wat in de richting gaat van de grote gebaren bij vocalisten die werkten met bijvoorbeeld Karl Richter en Helmut Rilling. Gelet op deze positie is Herreweghe een volmaakte dirigent van deze tijd en de aangewezen figuur om de cantates integraal op te nemen. Dat hij dat niet doet, is omdat volgens hem niet alle cantates een 10+ verdienen en sommige 'slechts' een 9+. Voor sommigen is dat vloeken in de kerk, maar het pleit voor Herreweghes hang naar perfectie en het besef dat Bach ook maar een mens was. Zijn interpretaties zijn een toonbeeld van wat sommigen zich voorstellen bij de menselijke maat. Het verschil tussen de religieuze en wereldlijke cantates (van de laatste zitten er twee in de box) schuilt bij hem in de muziek, niet in de uitvoering.

Die menselijkheid plus het streven naar volmaaktheid (een combinatie die lang niet altijd samengaat) is de rode draad in deze box. Het telt (in ieder geval voor mij) zwaarder dan de ontwikkeling die Herreweghe heeft doorgemaakt. En over die ontwikkeling gesproken: terwijl zangcarrières van beperkte duur zijn, houden de mannelijke solisten het hier langer vol dan de vrouwen. Peter Kooy zingt zowel op de oudste als de meest recente opname, terwijl het aantal sopranen wisselend veel groter is. Het ‘verloop' is, toevallig of niet, het grootst bij de partijen met de meest opzichtige dramatiek. Hoe groot het verloop was in het koor weet ik niet maar het niveau is constant uitzonderlijk hoog en de benadering heeft iets egaals zonder dat het vlak wordt. Dat laatste geldt ook voor het aandeel van de instrumentalisten. Zelfs bij een instrumentale solopartij (en dat kon bij Bach uiterst virtuoos uitpakken) is dienstbaarheid het devies, zelfs zozeer dat de instrumentalisten niet eens worden genoemd.

Een keuze voor een bepaalde speelstijl is tevens een beperking. En hoe perfect de musici ook zijn, als je bij elke cantate een delicaat zesgangenmenu krijgt voorgezet, wil je soms voor de afwisseling een broodje. Luister dus niet alle cd's achter elkaar. Bij zijn uitvoeringen geloof je meteen dat de opgenomen cantates inderdaad het non plus ultra vormen. En wie bij zoveel permanente, zeer artistieke verfijning en vredelievendheid af en toe behoefte heeft aan uiterlijke opwinding of een verzetje, moet weten dat mooie waarden en ervaringen niet alleen voorkomen uit een hang naar het paradijs maar ook uit de ervaring van het tegendeel. (In hoeverre de musicus Herreweghe dienaangaande heeft geleerd van het vak dat hij ooit studeerde – psychiatrie – is in dit verband een verleidelijk onderwerp.) Dat de strekking van de uitvoering van de muziek soms volkomen haaks staat op de strekking van de tekst waarin God vooral goddelijk is en beslist niet tactvol en menselijk in de vredelievende zin van het woord, mag iedereen te denken geven die muziek primair zo niet uitsluitend ziet als illustratie en intensivering van het woord. Dat Herreweghe hoorbaar maakt dat muziek ons ook een ander perspectief op de boodschap geeft, maakt de box extra aantrekkelijk.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links