CD-recensie

 

© Bas van Westerop, oktober 2009

 

 

Brahms: Symfonie nr. 1 in c, op. 68 - nr. 2 in D, op. 73 - nr. 3 in F, op. 90 - nr. 4 in e, op. 98.

Berliner Philharmoniker o.l.v. Simon Rattle.

EMI 2 67254 2 • 45' + 79' + 42' • (3 cd's)

Live-opname: 29 oktober-14 november 2008, Philharmonie, Berlijn.

 


Dit is een cd-set waar door de betrokkenen lang naar toe is gewerkt. Het resultaat mag er wezen: een werkelijk glorieus spelend orkest onder de inspirerende leiding van Sir Simon Rattle. Dit alles zeer natuurlijk opgenomen door EMI.

 

Simon Rattle: een Engelsman in Berlijn

Toen Simon Rattle in 2002 werd benoemd tot chefdirigent van de Berliner Philharmoniker koos het orkest duidelijk voor een verandering van imago.
In plaats van het conservatisme van hun Weense collega’s (die het trouwens zonder chef doen) wilden ze een chefdirigent die in alle stijlen thuis zou zijn.

En dat was Sir Simon zeker: regelmatig te gast bij het Orchestra of the Age of Enlightenment (volgend jaar de Tristan!) en zeer geïnteresseerd in historische uitvoeringspraktijken. Maar ook net zo makkelijk bezig met Adès of Henze.

De keuze voor Rattle was echter zeker niet unaniem: een groot deel van het orkest zat niet te wachten op deze betweterige Engelsman die geen woord Duits sprak. En omdat Sir Simon iemand is die altijd zijn zin krijgt (al is dat natuurlijk “with a smile”) was er stof genoeg voor conflicten.

Vooral in de eerste jaren kwam het geregeld tot welhaast komische situaties: in Haydn en Mozart gingen sommige orkestleden gewoon niet mee in zijn “authentieke” opvattingen en zaten op het podium als een stel boeren met enorme kiespijn. Kromme tenen!!

Juist bij deze Weense Klassieken lag volgens velen een groot probleem: Rattle was en is vaak een man van details zodra de componist Haydn, Schubert of Mozart heet. Die details laat hij dan ook nog graag (op een haast pedante manier) horen en daar ontstaat dan het probleem: vaak lijdt de grote lijn daar onder. De klassieke vorm dus. Een mooi voorbeeld was mijns inziens de opname van de Negende van Schubert. Overal liet Rattle kleine wondertjes horen: in de frasering, in de dynamiek, in de balans. Prachtig, maar na een tijdje werd je er gek van! Het verhaal was niet meer te volgen.

 

De vier van Brahms

En nu dan toch de grote vier symfonieën van Brahms: en nog wel binnen drie weken opgenomen. Live in de Philharmonie in Berlijn. Wie nu eens wil horen hoe perfect een orkest kan klinken kan hier terecht: het koper is prachtig donker, de houtblazers stuk voor stuk meesterlijk, de strijkers hebben een volle gloed. En: de balans in het orkest is uitzonderlijk. En dat is in een Brahms symfonie een wereldprestatie!

Behalve Rattle’s collega Mariss Jansons ken ik niemand die in de repetities zo intensief werkt aan de balans in een orkest. Jaren geleden was Rattle al eens met de Tweede van Brahms in Rotterdam en bleef daar maar bezig met de middenstemmen (tweede violen en altviolen) om alles helder te krijgen.

In Rotterdam was dat toen een uitzondering maar op deze drie cd’s is te horen dat het in Berlijn inmiddels regel is. In het ritmisch zeer complexe landschap dat Brahms een symfonie noemt is hier werkelijk alles te volgen. Als je niet beter wist zou je denken dat er hier kamermuziek wordt gemaakt: alles sluit aan op elkaar, stemmen nemen elkaar over en vullen elkaar aan en er wordt geluisterd naar elkaar! Nergens, maar dan ook nergens slipt het orkestbeeld dicht.

Objectiviteit

Simon Rattle toont zich een liefhebber van een “objectieve” Brahms. Geen grote emoties, geen grote temposchommelingen, geen gezwijmel. Brahms is hier geen “Dikke Duitser” maar een welgevoede Engelse heer.

De tempi voor alle delen zijn aan de rustige kant. Dat werkt vaak goed maar wil weleens tot een zekere bedaagdheid leiden. Vooral de Eerste is wat dat betreft de klos: het vuurtje wil in de Finale maar niet ontbranden! Ook de twee middendelen van de Derde zijn bedachtzaam en “rijp”.

Tot excentrieke keuzes laat Rattle zich nergens verleiden: Brahms’ klassieke vorm is bij hem in veilige handen! En dat zal menigeen verrassen! Hoogtepunt in deze objectieve Brahms blijkt de Tweede Symfonie die in deze versie onwaarschijnlijk mooi en sereen is.

Alle vier de symfonieën worden kortom heel goed gespeeld. En dat is bijzonder. En voor iedereen die de vier symfonieën van Brahms zoekt door één orkest onder een en dezelfde dirigent: niet aarzelen. De opnamen van deze live concerten zijn werkelijk prachtig gelukt en klinken heel natuurlijk.

Alternatieven

Bent u echter op zoek naar meer individualiteit (subjectiviteit) dan zijn er zeker interessante alternatieven.

Om maar even in Berlijn te blijven: elke Brahms-symfonie onder Wilhelm Furtwängler was een belevenis. “Zijn”(!) Vierde (live) is een ervaring die je niet in je kouwe kleren gaat zitten! En ook bij de Eerste gaan je haren recht overeind staan! Wat een allesverzengende intensiteit in de Finale: deze bezetenheid staat lichtjaren af van Sir Simon Rattle! Zo ook een Tweede van Toscanini (live in Londen met het Philharmonia): kippenvel. Bij de Vierde denk je ook aan Carlos Kleiber die zijn toverkunsten hier vaak op heeft losgelaten. En zo heeft elke symfonie zijn eigen helden en zo hoort het ook. Deze vier monumenten van de symfonische kunst zijn uiteraard bedoeld als kunstwerken op zichzelf en nooit als cyclus.

Maar nogmaals: zoekt u een glorieus gespeelde en opgenomen serie Brahms-symfonieën? Kijk niet verder en begin bij deze. Die individuele interpretaties komen er later vanzelf bij!!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links