CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2021

Zemlinsky: Die Seejungfrau

Schreker: Der Geburtstag der Infantin

Royal Liverpool Philharmonic Orchestra o.l.v. Vasily Petrenko
Onyx 4197 • 79' •
Opname: mei 2019 (Zemlinsky) & nov. 2020 (Schreker), Philharmonic Hall, Liverpool

   

Naarmate ik meer cd's met Vasily Petrenko (1976, Sint-Petersburg) als dirigent onder handen krijg, des te meer mijn bewondering voor deze zeer talentvolle chef-dirigent van het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, het European Union Youth Orchestra en evenmin een kleinigheid het State Academic Symphony Orchestra van de Russische Federatie. Functies uiteraard die je niet verwerft op een slof en een schoen. Ook zijn repertoirekeuze mag bijzonder worden genoemd (wat dit betreft heeft hij een aardige voorsprong op zijn leeftijdsgenoot, de Canadees Yannick Nézet-Séguin).

We horen Der Geburtstag der Infantin (naar het sprookje van Oscar Wilde) van Franz Schreker (1878-1934) in de gebruikelijke originele versie van 1908 voor kamerorkest. Misschien goed om te weten (in het boekje wordt het niet aangestipt) dat deze partituur eerst in de jaren tachtig weer boven water kwam en aanzienlijk verschilt van de versie die Schreker speciaal had bestemd voor de Berlijnse Staatsoper, met daarin naast een aantal ingrijpende wijzigingen ook een aantal belangrijke coupures. Petrenko geeft ons echter het complete werk (niet de bekende danssuite), wat eveneens te prijzen valt: we zijn aldus niet verstoken van een van de meest aangrijpende episodes in het stuk, met in de hoofdrol de dwerg die zichzelf in de spiegel ziet en zijn daarop volgende, feitelijk onvermijdelijke dood. Voor wie het niet weet: Schrekers danspantonime is een van de absolute topstukken binnen de toch al zo uitgesproken contouren van het Weense fin-de-siècle maar ook van de zich al schoorvoetend aandienende Neue Sachlichkeit (dirigent Otto Klemperer zou er aan de Berlijnse Kroll Oper een belangrijke rol in spelen). Dat moet Petrenko zich ook hebben gerealiseerd, want hij laat het Royal Philharmonic op de spreekwoordelijke punt van de stoel musiceren, waardoor het dansante stuk het volle (expressieve) pond krijgt: jugendstil en expressionisme lopen dwars door elkaar heen, de orkestratie is een ware lust voor het oor. Fascinerend!

Evenzo voortreffelijk uitgevoerd is Die Seejungfrau (Vasily Petrenko beweegt zich met zijn orkest als een kameleon door dit net zo inventief maar nog veel omvangrijker en ook dichter aangelegde muzikale sprookjesbos), een driedelige fantasie van Alexander von Zemlinsky (1871-1942), eveneens naar een sprookje: dat van Hans Christian Andersen. De componist had er later echter weinig meer mee op, hij trok het werk terug en het duurde maar liefst driekwart eeuw alvorens het werd herontdekt.

Van het intussen grote aantal opnamen dat ervan is verschenen is de eerste uit begin jaren tachtig met op de bok Riccardo Chailly en op het podium het Radio-Symphonie-Orchester Berlin (Decca, toen gecombineerd met Zemlinsky's Psalm 13) nog steeds een van de beste. Wat we toen nog niet wisten is dat aan het tweede deel van het werk de componist met het oog op de eerste Weense uitvoering in 1905 zo'n vijf minuten muziek had onttrokken, wel of niet op aandringen van de dirigent van de première (iets soortgelijks deed zich trouwens voor bij Alban Bergs Lulu-suite). Dankzij Antony Beaumont werden die in de in 2013 verschenen kritische editie weer keurig hersteld. Het is deze editie die Petrenko voor de opname heeft gebruikt. De meningen zijn er wel over verdeeld: de ene dirigent vindt het geen aanwinst, de andere weer wel (zoals ook de muziekcritici er verschillend over denken). Beaumont heeft de criticasters in ieder geval al bij voorbaat de wind uit de zeilen genomen door in de nieuwe editie beide opties te bieden.

De door Philip Siney gemaakte opname biedt deze uitgesproken voluptueuze muziek het daarvoor vereiste auditieve decorum, wat het belang van deze nieuwe uitgave nog verder onderstreept.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links