CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2020

Zelenka: Missa 1724 ZWV 26, 30, 32, deest - Salve Regina ZWV 137

Collegium Vocale 1704, Collegium 1704 o.l.v. Václav Luks
Accent ACC 24363 • 55' •
Opname: augustus 2018, Kerk van St. Anne, Praag

 

Het heeft lang geduurd alvorens het besef begon door te klinken dat de muziek van de Bohemer Jan Dismas Zelenka (Lounovice 1679 – Dresden 1745) er echt toe doet. En zoals zo vaak zien we dan dat de eerste initiatieven tot die opleving worden genomen in het geboorteland van de componist. En dan te bedenken dat in de achttiende eeuw de componist juist alom werd geprezen om zijn originele invallen en fascinerende oeuvre, waaronder niet door de minsten: zo gaven componisten al Telemann en Bach hoog op van Zelenka's componeerkunst. Maar hoe inventief ook het contrapunt, hoe moedig ook de harmonische wendingen en zijn gevoel voor melodische ontwikkeling: na zijn dood in 1745 verdween zijn werk geleidelijk aan in de poel van het onbekende en onbeminde.

Zelenka was een van de vele Tsjechische toondichters en musici die hun vaderland inruilden voor het ook in cultureel opzicht aanmerkelijk welvarender Duitsland. Daaronder veel Bohemers die wegtrokken uit die vooral arme provincie binnen het Habsburgse rijk en waar nog maar nauwelijks voldoende emplooi was te vinden. Duitse hoven waren er daarentegen in overvloed, de adel groeide en bloeide er en in die contreien was altijd wel - doorgaans redelijk tot slecht betaald - werk te vinden voor een componist die meestal tevens uitvoerend musicus was. Zo belandde Zelenka in Dresden, waar hij een baan als contrabassist wist te veroveren in de vrij omvangrijke kapel van de residerende grootvorst. Maar hoewel Dresden vooral werd gekenmerkt door pracht en praal en er grote sommen geld werden besteed aan een brisant muziekleven, moest Zelenka het zoals zoveel collega's toch doen met een hongerloon. In die zin kwamen zijn hooggespannen verwachtingen niet uit. Dat karige inkomen dwong hem tot lesgeven en andere muzikale activiteiten die aanvullend geld in het laatje konden brengen. Maar hij bleef niet voortdurend in Dresden hangen en ondernam hij regelmatig reizen naar zowel Praag als Wenen. In Wenen bekwaamde hij zich verder als componist door les te nemen bij niemand minder dan Johann Joseph Fux, die als componist en kapelmeester onder meer verbonden was aan het Weense hof. Ook Fux' bekendheid in die dagen steekt overigens schril af tegen die in onze huidige tijd: zijn werk, hoewel niet helemaal uit het oog van de barokensembles verdwenen, speelt geen belangrijke rol meer.

Dat het Zelenka niet was gelukt om het in Dresden tot kapelmeester te schoppen was zo vreemd niet. Het ‘gunnen' van bepaalde belangrijke posities hield immers ten nauwste verband met een (dan nog rudimentaire) manier van netwerken en wie zich niet onvoldoende hoog op de ranglijst had weten op te werken of verder niet was opgevallen, moest genoegen nemen met minder goed betaalde baantjes. Zelfs Johann Sebastian Bach lukte het ondanks zijn verwoede pogingen niet om in Dresden een belangrijke positie te verwerven.

Maar later nam Zelenka's aanzien in Dresden toe, vooral op het gebied van de kerkmuziek. Hij componeerde maar liefst een twintigtal missen, waaronder ook de Missa 1724, weliswaar nu ingedeeld in overeenstemming met de Latijnse ritus: Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus, Benedictus en Agnus Dei, maar waaraan de componist geen coherent plan voor heeft bedacht. ten grondslag. In die zin lijkt het enigszins op Bachs ‘Hohe Messe'. Met andere woorden: de Missa 1724 is samengesteld uit losse delen: Kyrie, Sanctus en Agnus Dei zijn ingedeeld onder ZWV 26, het Gloria onder ZWV 30, het Credo onder ZWV 32 en het Benedictus onder ZWV deest. Maar wie niets van die indeling weet en aldus niet vooringenomen naar deze mis luistert, zal menen dat het bijeenbrengen van de verschillende delen deze mis als geheel als een handschoen past. Alleen al daarom heeft Václav Luks er verstandig aan gedaan het werk ook als zodanig te presenteren.

Maar er is nog een valide reden: de bijzondere schoonheid ervan, waarmee het werk ver verwijderd blijft van het twaalf-in-een-dozijn religieuze barokwerk. Geen wonder dus dat de ingenieuze gelaagdheid van grote delen uit deze Missa 1724 hoge eisen stelt aan de uitvoerenden. Zo heeft het Credo veel weg van een instrumentaal concerto en wijst de vloeiende verbintenis tussen het achtstemmige dubbelkoor en het instrumentale koor reeds naar de latere missen. Wat daarbij – en niet alleen in het Credo – sterk opvalt is de doelmatige schrijfwijze die niets afdoet aan het overrompelend effect. Wat daarbij mogelijk een rol heeft gespeeld is dat Zelenka in Dresden niet alleen componeerde, maar ook werk van anderen noodgedwongen moest arrangeren om het in lijn te brengen met zowel de eisen van de hoofse kerk als de smaakbeleving van het (veelal) adellijke publiek.

Bijzonder is ook het Gloria met daarin een belangrijk aandeel voor de trombones, maar liefst drie. Hun rol beperkt zich echter niet tot het traditionele colla parte, maar kleurt het juist met name specifieke vocale soli, zoals in de donkere harmonieën van het Qui tollis voor sopraan en alt – in die zin vergelijkbaar met de trombonepartij in De Profundis ZWV 50.

Wat ook uit deze mis blijkt is dat het hof in Dresden de beste musici om zich heen wist te verzamelen en dat deze optraden met vocale solisten en koren van het hoogst denkbare kaliber. Anders was er geen sprake geweest van een dergelijke briljante schrijfwijze als Zelenka in de Missa 1724, maar ook in de latere werken, tentoonspreidt. Wat zich onverkort voortzet in deze glanzende uitvoering door het uitmuntende Tsjechische Collegium 1704, geleid door de zeer geïnspireerde oprichter Václav Luks. Maar ook de wijze waarop Luks de losse onderdelen tot een hecht geheel heeft weten samen te smeden dwingt respect af. Het gehele concept moet tot in de kleinste details zijn overdacht en voorbereid, want zo klinkt het wel. Vocale solisten, ripieno en instrumentaal ensemble bewegen zich zonder uitzondering op topniveau. Het afsluitende Salve Regina ZWV 137 voor solisten en koor is meer dan een ‘bonus': het is een diepgravend, facetrijk juweel. De opname is tiptop.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links