CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2018

 

Zelenka: Missa votiva ZWV 18

Collegium Vocale 1704, Collegium 1704 o.l.v. Václav Luks
Alpha 355 • 71' •
Opname: 23-24 augustus 2007, Festival de Sablé-sur-Sarthe, Église Saint-Louis du Prytanée, La Flèche (F)

   

Het is een goede zaak dat er in het laatste decennium meer aandacht komt voor de muziek van de Bohemer Jan Dismas Zelenka (Lounovice 1679 - Dresden 1745). Daarmee wordt tenminste enigszins recht gedaan aan diens zonder meer boeiende oeuvre. Dat was in de achttiende eeuw wel anders, want toen onderkende men in zijn werk het inventieve contrapunt en zijn moedige aanpak van de harmonie. Zoals ook zijn intuïtie voor het creëren en ontwikkelen van de melodie in hoog aanzien stond. Componisten als Bach en Telemann staken hun bewondering voor Zelenka's kunst dan ook niet onder stoelen of banken. Maar zoals zo vaak: na zijn dood in 1745 verdween zijn werk geleidelijk uit oog, oor en hart.

Zelenka was een van de vele Tsjechische componisten en musici die niet in hun vaderland bleven hangen, maar hun heil zochten in het aanzienlijk rijkere Duitsland. In tegenstelling tot Bohemen, een nauwelijks opvallende en vooral arme provincie binnen het Habsburgse rijk, waren er aan de Duitse hoven genoeg – overigens vaak verre van riant betaalde - banen voorhanden.
En dus trok Zelenka naar het welvarende Dresden, waar de residerende grootvorst er een fors uit de kluiten gewassen kapel opnahield. Daar vond Zelenka een baan als contrabassist. Niet dat hij er rijk of er zelfs in enigszins goede doen van raakte, want hij werd slecht betaald en moest met lesgeven en nog andere ‘aanpalende' activiteiten zich in zijn levensonderhoud voorzien. Dit ondanks het feit dat zijn grote muzikale talent wel degelijk in hofkringen en daarbuiten werd herkend.
Voor de reislustige Zelenka was Dresden in die jaren slechts een tijdelijke verblijfplaats, want hij dook ook regelmatig op in Praag en Wenen. In de Oostenrijkse hoofdstad nam hij les nam bij niemand minder dan de grote hofcomponist en kapelmeester Johann Joseph Fux (zijn muziek staat al evenmin hoog op het verlanglijstje van de barokensembles). Maar uiteindelijk werd Dresden toch zijn nieuwe ‘Heimat', hoewel het succes hem niet daar bepaald toelachte. Zo leden zijn vele pogingen om daar de positie van kapelmeester te verwerven schipbreuk. Wat dit betreft bevond hij overigens in het goede gezelschap van zijn tijdgenoot Johann Sebastian Bach, die het – ondanks zijn enorme talent en zijn grote verdiensten – evenmin lukte. Maar al bereikte Zelenka dan niet de hoogste toppen als uitvoerend musicus, hij bracht het toch wel tot kerkcomponist, wat mogelijk verband hield met zijn grotendeels voor kerkelijke festiviteiten gecomponeerde oeuvre. Waarbij de stelling dat zijn instrumentale muziek spannender is dan zijn kerkmuziek zeker niet al te kort door de bocht is, al moet wel worden aangetekend dat zeker in zijn laatste missen, zelfs gemeten naar onze huidige maatstaven, een avontuurlijke, zo niet progressieve toon wordt aangeslagen.

Dat avontuurlijke en deels ook vooruitstrevende element schuilt ook in zijn stevig uit de kluiten gewassen Missa votiva (votief: berustend op, geschonken wegens een gelofte, een wens of een verlangen; geofferd of volbracht uit dankbaarheid of devotie), een van de twintig missen die Zelenka componeerde. Het is een inspirerend werk dat een bijzondere schoonheid en veel vakmanschap uitstraalt en waardoor het zich verheven mag voelen boven het vele twaalf-in-een-dozijn barokwerk dat door de meeste ensembles met twee vingers in de neus kan worden gespeeld (en dat nog steeds veel te vaak aan bod komt). Bij de Missa votiva ligt dat gelukkig bepaald anders, maar er moet wel een geduchte prijs voor worden betaald: niet alleen zijn de ingenieuze soli behoorlijk lastig, maar ook de fugatische opzet vraagt om uiterste concentratie, discipline en vocale en instrumentale beheersing. Met Vaclav Luks en zijn Collegium 1704 is dat - het spreekt bijna vanzelf - allemaal dik in orde. Hij wil zichzelf weleens voorbijlopen, gaat zijn enorme enthousiasme op de loop met zijn gevoel voor proportie en structuur (ik maakte dat bijvoorbeeld in Leipzig mee, tijdens het Bachfest), maar deze opname laat horen dat hij het gehele concept tot in de kleinste details heeft overdacht, voorbereid en vervolgens weten uit te voeren (het een houdt niet noodzakelijkerwijs verband met het ander). Solisten, ripieno en orkest bewegen zich op topniveau, met volmaakte dictie, articulatie en ensembletechniek, uitmondend in de fraai gewelfde spanningsbogen, terwijl gloedvolle energie en contemplatieve lyriek het toch al zeer afwisselende beeld verder versterken. Het voor dit werk en deze uitvoering gekozen klankspectrum laat geen wens onvervuld.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links