CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2018

 

Wirén: Symfonie nr. 3 op. 20 (1943/44) - Serenade op. 11 (1937) - Divertimento op. 29 (1953/57) - Sinfonietta op. 7a (1933/39)

Iceland Symphony Orchestra o.l.v. Rumon Gamba
Chandos CHSA 5194 • 71' • (sacd)
Opname: juni 2017, Eldborg, Harpa, Reykjavik (IJsland)

   

De Zweedse componist Dag Wirén (1905-1986) was een van de vele muziekvinders die zich in de jaren dertig in hun werk verzetten tegen het sterk oprukkende modernisme in de muziek. Ze zochten naar een andere, naar hun gevoel meer aansprekende, meer gemoedelijke stijl met eenwat meer opgewekt karakter. Zogezegd meer entertainment dan – zoals zij het zagen – de dorheid van de reeksentechniek, de aristieke steriliteit die zij zagen in het serieel componeren. Of ze daarin gelijk hadden? Veel deed het er niet toe. Wirén zei over zijn Serenade voor strijkers (1937): 'Het doel van deze kleine serenade is slechts om te amuseren en te entertainen, en als de toehoorder, wanneer de laatste noot is verklonken, zich daardoor opgewekt en gelukkig voelt, heb ik mijn doel bereikt'.

 
 
Dag Wirén in 1954 (foto Noel Wirén)

Later voegde hij er zijn muzikale credo aan toe: ‘Ik geloof in Bach, Mozart, Nielsen en absolute muziek'. Geen programmamuziek dus, maar wel muziek waar helderheid vanaf moest stralen, muziek ook met distinctie, maar ook met humor, en hier en daar een vleugje Frans, met een knipoog naar Ravel en de Groupe des Six.
Zijn kennismaking in 1927 met Honeggers ‘Le Roi David' zorgde zelfs voor een omwenteling: naar zijn zeggen werden zijn ogen en oren pas toen goed geopend, was hij voordien blind en doof.
Wirén was dus geen nieuwlichter, hij stond bepaald niet op de bres voor de avant-garde, maar wilde ‘slechts' de schepper zijn van goed in het gehoor liggende, maar wel op technisch vakmanschap gestoelde muziek. Muziek die iets had van een tegenbeweging, zich afzette tegen het componeren met de meetlat. Daarmee is het een vorm van muzikale esthetiek die we als muziekliefhebbers maar al te goed kennen en herkennen. Al is het niet het gehele verhaal, getuige bijvoorbeeld Wiréns Derde symfonie uit 1943/44. Daarin schuurt het wel degelijk, stevig zelfs, moet onder de ruwe bolster de blanke pit menigmaal echt worden uitgegraven. Wat daarbij bovendien opvalt is Wiréns sterk ontwikkelde gevoel voor architectuur. De opbouw en uitwerking van de thematiek mag nog zo vitaal, contrastrijk, gelaagd en zeker ook verrassend zijn, de muziek is toch zo gemodelleerd dat de luisteraar de indruk krijgt van een puur organisch verlopend geheel. Dat wordt al bij een eerste kennismaking duidelijk, maar verdiept zich nog bij herhaald beluisteren.
Wirén schreef ook in andere genres, zoals muziek voor het theater, radio-operettes, balletten en filmmuziek (waarvan een voor Ingmar Bergman).

Deze Chandos-cd is duidelijk een ear-opener en ongetwijfeld ook zo bedoeld. Met dank aan dirigent Rumon Gamba en het het symfonieorkest van IJsland dat voor een regelrechte topprestatie heeft gezorgd. Hopelijk draagt het, naast de uitstekende opname, ertoe bij dat Wiréns muziek meer bekend wordt. In het cd-boekje uit de dirigent er zijn verbazing over hoe weinig Wiréns muziek bekend is: ‘Al jaren werkend met mijn eigen orkest in Zweden was ik er verbaasd over dat Wiréns muziek in Zweden net zo onbekend was als in Engeland, hoewel sommige Engelse orkestleden, uitgesproken Eurovisie Songfestival maniakken, wel degelijk het liedje kenden dat hij speciaal voor de bariton Ingvar Wixell ter gelegenheid van het Songestival in 1965 schreef'.
Het idee voor deze cd ontstond na de uitvoering van de Derde symfonie met het BBC Symphony in Londen. Dat er geen Zweeds maar IJslands orkest aan te pas moest komen mag misschien enige verbazing wekken, maar lijkt wel de bevestiging van de Zweedse onbekendheid met Wiréns muziek. Dat voor Wiréns muziek betere tijden mogen aanbreken!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links