CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2019

 

Wilson: Symfonie nr. 4 (Passeleth Tapestry) (1988) - nr. 3 (1979) - Carillon (1990)

Royal Scottish National Orchestra o.l.v. Rory MacDonald
Linn (geen catalogusnr.) • 74' •
Opname: januari 2018, Royal Concert Hall, Glasgow (VK)

 

Dat is nu het (extra) mooie van de cd en van geluidsdragers in het algemeen: dat muziek aan het woord komt waar vrijwel niemand ooit van heeft gehoord, laat staan dat er ooit in de concertzaal een uitvoering van is of zal worden gegeven. Het is misschien flauw om steeds weer dat gezegde aan te halen dat onbekend onbemind maakt, maar het is nu eenmaal de onontkoombare realiteit. Zeker in het muziekbedrijf, waar meestal een koers wordt gevaren die het onbekende (of weerbarstige!) schuwt, met als voornaamste leidraad het (over)bekende werk steeds weer op herhaling sturen. Hoe het ook zij, de muziek van de Schotse componist Thomas Wilson zult er zeer waarschijnlijk nooit horen. Op Discogs vindt u een overzicht van de cd's waarop muziek van Wilson is uitgebracht, maar ook Spotify heeft een en ander 'op voorraad'. Het is geen uitvoerige lijst, maar het is tenminste iets (‘het glas is halfvol'). Het bekende Schotse audiomerk en platenlabel Linn heeft met deze nieuwe release in ieder geval voor een welkome aanvulling gezorgd.

Thomas Brendan Wilson (1927-2001) (niet te verwarren met de Ier Ian Wilson) werd uit Britse ouders geboren in het mijnstadje Trinidad in het Amerikaanse Colorado. Zijn opvoeding kreeg hij echter in de omgeving van Glasgow, waar zijn familie zich al vrij vroeg in Thomas' jeugd vestigde. Afgezien van een paar jaar in Frankrijk bracht hij zijn werkzame en creatieve leven in Schotland door. Thomas werd opgeleid op St. Mary's College in Aberdeen, diende van 1945 tot 1948 bij de Royal Air Force en vervolgde zijn academische studie aan de universiteit van Glasgow. Daar studeerde hij muziek bij Ernest Bullock en Frederick Rimmer. Thomas trouwde in 1952 met Margaret Rayner. Uit het huwelijk kwam drie zoons voort. Hij behaalde zijn graad in de muziek, ging op plaatselijke scholen lesgeven en werd in 1957 benoemd tot docent aan dezelfde universiteit waar hij zo ijverig had gestudeerd. Eerst in 1982 nam hij afscheid, als emeritus hoogleraar. In 1990 werd hij door de koningin in de adelstand verheven. Vier jaar later was hij de eerste musicus die de ‘fellowship' van de Royal Society of Edinburgh ten deel viel. Wilson was bovendien een van de grondleggers van de Scottish Society of Composers, de pendant van ons Geneco ( Genootschap van Nederlandse Componisten). Deze ‘vader van de Schotse muziek' stond met name in Schotland in hoog aanzien, zoals ook blijkt uit het vruchtbare veldwerk dat dirigenten als Alexander Gibson, James Loughran en Bryden Thomson (niet toevallig allemaal Schotten) in dit opzicht hebben verricht.

 
 
Thomas Wilson (1927-2001)

Wilson heeft lang geleden zelf een korte omschrijving van zijn werk als componist gegeven: ‘Though there is a Scottish dimension to my music, it is not of an obvious or ethnic kind. Early influences such as Bartók and Berg have led through serialism, aleatoricism. and various other expressionist and mystical aspects to a mature style which is almost “classical” in its lucidity.' Een componist ook die veel van het aan het begin van zijn loopbaan gemaakte werk later gewoon weggooide omdat hij het bij nader inzien niet goed genoeg vond. Dat veranderde pas in 1958, met het Derde strijkkwartet. Wilson was toen al 31.

Termen als ‘moeilijke' of ‘zware' muziek zijn weliswaar behoorlijk goed ingeburgerd, maar op zich zeggen ze niks. Bovendien is iedere beleving subjectief en is de perceptie van de een niet die van de ander. Het heeft doorgaans ook weinig zin om – zoals veelal gebruikelijk in liner notes – het thematisch materiaal en wat daarvan zoal is of lijkt te zijn afgeleid, te analyseren (ook recensenten hebben er soms een handje van). Zo luisteren we nu eenmaal niet en al helemaal niet bij eerste kennismaking. Er is maar één echt doeltreffende manier om een nieuw werk van binnenuit echt goed te leren kennen: de partituur, het enige ‘instrument' dat voldoende gedetailleerd inzicht kan verschaffen in de opzet en uitwerking van het geheel. Dat materiaal stond mij echter niet ter beschikking en dus moest ik op mijn gehoor afgaan. Ik durf echter na meerdere malen beluisteren toch wel te beweren dat dit zeker geen ontoegankelijke muziek is en bovendien van een hoog gehalte. Natuurlijk, het vakwerk straalt ervan af (instrumentatie, orkestratie, contrapunt, horizontale en verticale structuur), maar het is ook met geïnspireerde pen geschreven. Wie ooit de Schotse Hooglanden heeft bezocht zal in deze muziek – zij het meer in de betekenis van gevoel dan van schildering – zeker raakvlakken horen. Een beeld dat we ook kennen van de muziek van de grote Fin Jean Sibelius: muziek waar als het ware de Finse sagen, wouden en meren doorheen stroomt.

De Schotse (jawel!) dirigent Rory MacDonald (Stirling, 1980) blijkt samen met het Royal Scottish National Orchestra de ideale pleitbezorger voor deze muziek. Best bijzonder: de drie werken werden in slechts twee dagen opgenomen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links