CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2019

 

Weber: Pianosonate nr. 2 in As, op. 39

Schubert: Pianosonate nr. 9 in B, D 575

Paul Lewis (piano)
Harmonia Mundi HMM 902324 • 58' •
Opname: april 2017, Teldex Studio, Berlijn

   

Paul Lewis (Liverpool, 1972) won in 1994 net niet de hoofdprijs van de Londense ‘World Piano Competition' (hij werd tweede), maar dat belette deze veelbelovende leerling van Alfred Brendel niet om in snel tempo uit te groeien tot een van de meest veelgevraagde pianisten; en niet alleen in Engeland. Menigeen zal hem bovendien herinneren van de vele muziekfestivals, waar hij een graag geziene gast is, maar ook als liedbegeleider maakte hij naam. Ook het Franse label Harmonia Mundi herkende Lewis' grote talent en bood hem een contract aan. Zijn debuut-cd werd gevuld met twee sonates van Schubert: D 784 en D 958, hier besproken. De cd die daarop volgde bevatte eveneens uitsluitend werken van Schubert: zijn laatste twee sonates D 959 en D 960, beide uit het sterfjaar 1828. De vertolkingen waren dusdanig overtuigend dat Lewis wat mij betreft de boeken kon ingaan als een van de beste Schubert-vertolkers van zijn generatie. Dat beeld werd nog eens stevig bevestigd door zijn derde Schubert-album, ditmaal met de sonates D 840, D 850 en D 894, aangevuld met de impromptus D 899 en de Klavierstücke D 946, hier besproken. Zogezegd een Schubert om de beide handen voor in het vuur te steken.
Zijn nieuwe album is net zo'n muzikale voltreffer, maar er komt nog een boeiende dimensie bij: zijn keus voor de tamelijk onbekende tweede sonate van Carl Maria von Weber (1786-1826), tijdgenoot van Franz Schubert (1797-1828). Interessant is ook de koppeling met een van Schuberts eveneens minder bekende sonates: D 575.

U ziet aan de data dat beide componisten niet oud werden: de 39-jarige Weber stierf aan tuberculose, de 31-jarige Schubert aan syfilis, een kwaal die nog werd verhevigd door het drinken van besmet water. Twee componisten die de drempel tussen klassiek en romantiek waren overschreden: hun pianosonates laten er, naast ander werk, geen enkel misverstand over bestaan. Sterker nog dan Schubert had Weber oog voor virtuositeit. Weliswaar niet in die mate zoals later bij Franz Liszt, maar toch niet minder onmiskenbaar, hoewel dat zo contrastrijke mengsel van lyriek en compassie (‘Lebensstürme' zou een passende omschrijving kunnen zijn) in deze beide sonates in ruime mate voorhanden is. Vergeleken met Weber is Schubert, althans wanneer we deze beide sonates vormtechnisch met elkaar vergelijken, de grotere romanticus. Structureel blijft Weber dichter bij Beethoven, terwijl Schubert nu juist als het ware het open veld opzoekt, harmonisch en vormtechnisch streeft naar een uitdijend heelal, zoals het openingsdeel van D 575 duidelijk aantoont. We horen daarin Schubert niet alleen vormtechnisch, maar zeker ook in harmonisch opzicht op weg naar nieuwe vergezichten. Het is typisch zo'n door de componist uitgezet parcours dat van zowel musicus als toehoorder de nodige concentratie vereist. Zo zit er een ‘valse' recapitulatie in en zijn de modulaties soms ver van huis (een ‘recept' dat Bruckner later tot ongekende proporties zou laten uitgroeien).

De soms meeneuriënde Lewis weet – opnieuw! – bijzonder goed de weg in Schuberts sonate te vinden, maar ook in Weber toont hij zich een meester par excellence. De Teldex-studio in Berlijn blijkt voor dit soort muziek de ideale locatie, al zal het opnameleider Martin Sauer niet zomaar zijn aangewaaid. Ook de Steinway D laat zich van zijn beste kant horen. Kortom: een schitterende aanwinst.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links