CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2021

Christian Li | Vivaldi - The Four Seasons

Vivaldi: Le Quattro Stagioni
Zili: Fisherman's Harvest Song
Kreisler: Tombourin chinois op. 3
Massenet: Méditation uit Thaïs
Bazzini: La Ronde des lutins op. 25

Christian Li (viool), Timothy Young (piano), Melbourne Symphony Orchestra
Decca 851824 • 61' •
Opname: dec. 2020, jan. 2021, Iwaki Auditorium, ABC Studios, Melbourne

   

Te vaak zie ik – vrij naar Podium Witteman - ‘jonge helden' die hun muzikale kunsten mogen vertonen omdat ze … zo jong zijn. Dat heeft blijkbaar iets spectaculairs en mensen houden nu eenmaal van spektakel (en de omroep van hoge kijkcijfers). De talloze filmpjes op YouTube getuigen ervan: dreumesen die nog maar nauwelijks bij de pianokruk kunnen en met de uitstraling van oude mannetjes hun kunstje mogen vertonen. Vaak hoor je er later nooit meer iets van. Hoe dan ook, wie als wonderkind door het leven gaat beseft wel of niet dat binnen afzienbare tijd die status voorbij is en wat resteert er dan uiteindelijk? Bovendien: wie de jeugd heeft, heeft niet altijd de toekomst.

Dat laatste geldt mogelijk niet voor de Chinees-Australische violist Christian Li (2007) die komende maand veertien jaar wordt en op zijn dertiende dit album opnam. Op zijn minst staat daarmee vast dat hij zich op zijn instrument als een ware meester ontpopt, maar dat hij ook interpretatief echt iets te zeggen heeft. Zijn muzikale talent is dus onmiskenbaar groot: hij hoeft zich niet tot het legertje (zeer) jeugdige navolgers van grote voorgangers te rekenen. Dit is echt een musicus met een eigen 'stem', zo te oordelen mede gedragen door zijn intuïtie voor klank, structuur en ruimte. Dat laatste is aangeboren, het overige al behoorlijk ver ontwikkeld. Een ‘piepjonge Mozart onder de violisten', zo schoot het mij tijdens het beluisteren te binnen.

Christian Li (foto gekopieerd uit het cd-boekje)

Talent verloochent zich nooit, waarbij de leeftijd niet de grenzen bepaalt of afbakent. Artistieke rijpheid komt uiteraard wel met de jaren, maar dankzij het door Li gekozen (uit de aard der zaak weinig verrassende) repertoire valt dat minder op: dit zijn geen stukken die interpretatief het uiterste vragen. De weg naar Beethoven, Brahms, Sibelius, Berg, Korngold, enz. ligt zo te horen zeker voor hem open, maar daar kan hij rustig nog de tijd voor nemen. Voor dit moment is het belangrijkste dat hij zich op een uitermate geloofwaardige manier weet te presenteren.

Hoe zijn techniek het beste te karakteriseren? In de eerste plaats is er de perfecte toonvorming, de lucide vioolklank (hij bespeelt op deze opname niets minder dan een Guarneri uit 1737 én een 3/4 Amati uit 1733), maar ook de warme gloed die hij aan zijn instrument ontlokt en de strikte helderheid waarmee hij de fraseringen gestalte geeft. Niet de grote toon overheerst, maar eerder de welsprekende retorica gevat in een intens muzikaal betoog. Hij speelt echt met klankkleuren en onderstreept daarmee het evocatieve karakter (Vivaldi's Vier Jaargetijden, feitelijk vier op zich staande vioolconcerten, is er het uitgelezen werk voor), maar ook als het op de techniek aankomt staat hij bepaald al zijn mannetje. Bazzini's Le ronde des lutins, een violistisch zeer uitdagend miniatuur, laat daarover geen enkel misverstand bestaan. Zo kan hij met uiterste precisie vanuit zijn visie de bijkans ideale sfeertekening schetsen, intuïtief geholpen door in mijn oren perfect afgestemde versnellingen en vertragingen, de ornamentatie, de articulatie net even iets aangezet of de zo belangrijke harmonische ondergrond net even extra oplichtend. Dat hij niet vies is van vibrato vind ik binnen de gegeven context geen steekhoudend bezwaar. Een Nigel Kennedy verbetert hem op dit punt in ieder geval niet, al is ook dit al ruimschoots historie (het album groeide in de jaren negentig uit tot een ware tophit).

Li weet zich goed geschraagd door enthousiaste leden van het (daardoor soms te) gloedvolle Melbourne Symphony Orchestra (het had best een tandje minder gekund), met in Vivaldi tevens de niet te veronachtzamen bijzondere bijdragen van cello, luit en klavecimbel; al klinkt het geheel door de stevig uit de kluiten gewassen rolverdeling verre van 'authentiek'. De al evenmin van enthousiasme verstoken pianist Timothy Young tekende voor zijn geïnspireerde bijdrage in de tracks 13-16 (Zili, Kreisler, Massenet, Bazzini). Al met al een zeer geslaagd debuutalbum van een nog zeer jong maar groot muzikaal talent waarvan we hopelijk in de toekomst nog meer mogen horen. De opname (Vivaldi) vertoont helaas synthetische trekjes.

Nog ter aanvulling: Méditation gaat hier in een bewerking van Roger Nichols en volgens de door het label aangeleverde informatie zijn de tracks 13-16 al eerder afzonderlijk uitgebracht. Waarvan akte.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links