CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2019

Vivaldi: Juditha Triumphans

Marianne Beate Kielland (Judith), Rachel Redmond (Vagaus), Marina de Liso (Holopherne), Lucia Martn-Cartón (Abra), Kristin Mulders (Ozias), La Capella Reial de Catalunya, Le Concert des Nations o.l.v. Jordi Savall
Alia Vox AVSA9935 • 76' + 65' • (2 sacd's)
Live-opname: 15 oktober 2018, Pierre Boulez-zaal, Cité de la Musique, Philharmonie de Paris

   

Je ziet het vaak in Amerikaanse rampenfilms: de lange aanloop - met allerlei zijpaden en paadjes - waarin de aandacht van de toeschouwers alleen gevangen wordt gehouden doordat ze weten dat 'het ergste nog moet komen'. Ik kan slecht tegen dit soort films. Zoals ik ook niet bestand ben tegen popsongs met een (veel te) lange inleiding, totdat dan eindelijk het direct aansprekende 'hoofdthema' verschijnt. Het zijn van die diep ingeburgerde, door commercie en gemakzucht aangestuurde sjablonen die zich routineus hebben genesteld in ons collectieve geheugen dat we het allang niet meer vreemd of storend vinden.

Ook Vivaldi's 'Juditha Triumphans' heeft er - zij het gelukkig niet in die mate - onder te leiden en moet het echt van een topensemble geleid door een topdirigent komen om er een echt enerverende voorstelling van te maken. Met daarnaast - niet daaraan ondergeschikt! - de onmisbare spiritualiteit om dit oratorium (Vivaldi's enige) in vuur en vlam te kunnen zetten en vooral: houden. Niet meer, maar zeker ook niet minder.

Wie het oratorium als scenische theatervoorstelling wil ervaren is in sterke mate afhankelijk van een regisseur die zowel een feillos gevoel voor dramatische ontwikkeling heeft als het - zoals in dit geval - uitgesponnen karakter ervan naar een fascinerende dimensie weet te tillen. Dan moet je dus zeker niet bij Floris Visser zijn, die 'tekende' voor de regie bij de uitvoering door De Nationale Opera, in januari van dit jaar in het Amsterdamse Muziektheater. Zijn zeer omstreden keus lag overigens nogal voor de hand: het drama speelde zich af tijdens Tweede Wereldoorlog.

Dan is er de net zo ingeburgerde opvatting dat heel veel van wat Vivaldi aan zijn muzikale pen heeft toevertrouwd, sterk op elkaar lijkt (de eerste grootheid die daarop wees was Igor Stravinsky). Wie dit stelselmatig ontkent (ik behoor ook tot dit bescheiden leger) vecht zo ongeveer tegen de bierkaai.

Wat 'Juditha Triumphans' in dramatisch opzicht zeker niet helpt is de toebedeling van de vijf solorollen aan uitsluitend vrouwenstemmen. Natuurlijk weten we wat daarvoor doorslaggevend is geweest: de meisjes van het Venetiaanse 'Ospedale della pietà', het meisjesinternaat waaraan Vivaldi jarenlang was verbonden, dat onder meer een eminente muziekopleiding bood en waarvoor hij de meest kostelijke (ik blijf het herhalen!) muziek schreef. Zo ook 'Juditha Triumphans Devicta Holofernis Barbarie', het 'Sacrum Militare Militare Oratorium' dat in 1716 het licht zag op een libretto van Iacopo Cassetti. En omdat het werk het zonder ouverture (of sinfonia) moet stellen heeft Jordi Savall dat zelf toegevoegd: hij koos voor het volmaakt bij dit oratorium passende Concerto RV 562 (andante-allegro, inclusief fraaie orgelsolo en helaas veel minder geslaagde soloviool) en het Concerto RV 230 (larghetto), waarna het (eveneens uitsluitend uit dames bestaande) soldatenkoor ('Arma, caedes, vindictae, furores') met dreunende pauken en luid trompetgeschal zijn opwachting maakt.

Hoewel de aanloop naar de uiteindelijke onthoofding veel tijd en slechts een bescheiden dramatische handeling in beslag neemt is het verhaal, dat is gebaseerd op het gelijknamige apocriefe bijbelboek Judit*, snel verteld. Eerste bedrijf: het Assyrische leger heeft de stad Betulia in zijn greep. Holofernes, de legeraanvoerder, ontvangt bezoek van een jonge joodse schone: de weduwe Judit. Ze gaat voor hem op de knieën, smeekt hem om haar stadgenoten te sparen voor het barbaarse lot dat hen ongetwijfeld wacht. Hij is diep onder de indruk van haar zeer bekoorlijke verschijning en pleidooi en nodigt haar uit om samen met hem de maaltijd te gebruiken. Tweede bedrijf: Er wordt een banket in gereedheid gebracht waarna beiden zich tegoed doen aan de vele uitgestalde spijzen en dranken. Na de maaltijd valt Holofernes in slaap, waarna Judit hem onthoofdt. Daamee waren de Assyriërs door één haal van hun aanvoerder beroofd. Het was tegelijkertijd Judiths triomf: ze keerde als overwinnaar naar Bethulia terug.

Vivaldi had zo'n 55 nummers (verdeeld over koren, recitatieven en aria's) en twee bedrijven nodig om niet alleen de handeling, maar ook - en wellicht is dat voor hem het belangrijkste aspect geweest - de verschillende karakters uitvoerig te schetsen. Wat het werk zeker zo aantrekkelijk maakt zijn de vele instrumentale en vocale kleuren die Vivaldi in een blijkbaar onophoudelijk creatieve stroom heeft ingevlochten. Met de spanningsopbouw is het helaas wat minder gesteld, door de vele beschouwende aria's die, bezien vanuit de dramatische ontwikkeling, nauwelijks iets toevoegen, maar er wel eerder afbreuk aan doen. Maar wie daarover heen kan stappen wacht - ik kan het niet genoeg herhalen - schitterende muziek en menig vocaal hoogstandje (een goed voorbeeld daarvan is de aria van Vagaus 'Quamvis ferro, et ense gravis' in het eerste bedrijf).

Had Vivaldi met het oratorium misschien ook uitvoeringen buiten het 'Ospedale' in gedachten? We weten het niet, maar het ligt uiteraard wel voor de hand. In het achttiende-eeuwse Venetië wemelde het immers van de theater- als meer besloten voorstellingen en waar geen meisjes voorhanden waren, waren er wel castraten die dergelijke rollen konden uitbeelden en uiteraard zingen. En waar nodig kon, afhankelijk van de gelegenheid, bovendien gemakkelijk worden getransponeerd naar een aangepaste ligging. Een beeld overigens dat we nog steeds zien in menige uitvoering waarin gebruik wordt gemaakt van tenor- en basstemmen. Dat tast het origineel weliswaar aan, maar waar niet is verliest de keizer zijn recht.

Niets daarvan in de door Savall geleide uitvoering, die zo 'authentiek' is als het maar zijn kan. Sterk is ook dat zowel de grote als kleine(re) rollen uitstekend bezet zijn, zowel wat betreft de vocalistiek als de uitbeelding. Waar nog bijkomt dat van de vele instrumentale obbligati een ronduit betoverende werking uitgaat. Wat Savall door zijn interpretatie ook voorhoudt is dat extra fel aangezette dramatiek in een werk als dit geen meerwaarde biedt en dat daarentegen aankomt op spanning en spirituele glans; terwijl we aan dramatiek echt niet tekort komen (zoals in Judits aria in het eerste bedrijf: 'Agitato infido flatu'). Savall heeft bovendien duidelijk het zwaartepunt gelegd bij vlekkeloze vocale en instrumentale virtuositeit, wat alleen al blijkt uit de volmaakt uitgevoerde meest ingewikkelde loopjes en de daarbij behorende versieringen, zonder echter concessies te doen aan de dramatische context van het geheel.

Het boekwerk straalt wederom topklasse uit, met de teksten in het (oorspronkelijke) Latijn, Frans, Engels en - uiteraard! - Catalaans (want daar liggen de wortels van het ensemble, het label Alia Vox en Jordi Savall). De live-opname is schitterend.

______________
* Het staat bekend als deuterocanoniek, wat inhoudt dat het deel uitmaakt van de Septuagint en aldus door joden en protestanten als apocrief wordt beschouwd. De naam 'Judit' stamt van 'de vrouw uit Judea'.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links