CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juni 2018

 

Vivaldi - Concerti per archi III - Concerti per viola d'amore / Vivaldi Edition Vol. 56

Vivaldi: Concerten voor strijkorkest RV 109, 117, 118, 126, 138, 142, 145, 152, 155, 161, 163, 165, 167

Vivaldi: Concerten voor viola d'amore en strijkorkest RV 393-397

Alessandro Tampieri (viool en viola d'amore), Accademia Bizantina o.l.v. Ottavio Dantone (klavecimbel)
Naïve OP 30570 • 1.55' • (2 cd's)
Opname: november 2017, Teatro Goldoni, Bagnacavallo (I)

   

Twee cd's met uitsluitend instrumentale muziek van Vivaldi en dan ook nog zonder kleurrijke blazers? Zij het wel met viola d'amore, luit, gitaar en klavecimbel. Maar is dat niet al te veel van het goede? Zoveel is zeker: Stravinsky zou zich in zijn graf omdraaien: hij had, zelfs als ‘temporaneamente' neoclassicus, met de muziek van de ‘rode priester' bepaald niet veel op. Wat overigens niet wil zeggen dat hij gelijk had, laat staan dat hij zijn afkeer vanuit musicologisch perspectief ooit heeft kunnen aantonen. Wat niet wegneemt dat volgens hem de meeste muziek van Vivaldi zo ongeveer op hetzelfde neerkwam. Of anders gezegd: als de plaat werd omgedraaid was er nauwelijks sprake van enig substantieel verschil. Het enige dat dit überhaupt kan logenstraffen is natuurlijk de muziek zelf, want met alleen de uitvoering als uitgangspunt lukt dat nu eenmaal niet. Ook in de tijd dat Stravinsky die beroemde (of beruchte) uitspraak deed waren er in de barok gespecialiseerde ensembles, zoals het toen wereldberoemde I Musici, dat voor Philips talloze opnamen maakte, ook van de muziek van Vivaldi. Zeker, er is in de afgelopen bijna halve eeuw ook op het gebied van de uitvoeringspraktijk wel het een en ander veranderd (niet alleen maar ten goede overigens), maar het lijkt onwaarschijnlijk dat Stravinsky er vandaag anders over zou denken dan toen. Hij stond er zeker niet om bekend dat hij een eenmaal geventileerde mening ooit terugnam. Stravinsky was niet alleen een groot componist (en een mindere dirigent), maar ook koppig.

Terug naar nu en dit dubbelalbum: het eenvoudige antwoord daarop is: gedoseerd genieten. Trouwens, het lijkt me sterk dat Vivaldi zelf het anders bedoeld zal hebben. Hij schreef deze concerten bovendien niet achter elkaar. Maar waarom heeft het ensemble van de Byzantijnse Academie de concerten dan wel als reeks opgenomen en uitgebracht? Omdat ze conceptueel keurig passen in hun zich nog steeds uitdijende ‘Vivaldi Edition', waarvan deze uitgave inmiddels maar liefst de 56ste is en dat van de 'Concerti per archi' al twee delen eerder zijn verschenen. Dat men desondanks nog steeds niet moe is geworden van zo ontstellend veel Vivaldi blijkt wel uit deze op en top zowel fijnzinnige als sprankelende vertolkingen. Echt, de vonken springen er bijna vanaf, terwijl de lyriek in de langzame delen alle kansen krijgt zich warmbloedig te ontvouwen. Daarbij komt nog die ‘liefdevolle' altviool die op de tweede cd de hoofdrol mag vertolken en door Alessandro Tampieri net zo ‘con amore' wordt bespeeld. Gedoseerd of niet, het is en het blijft prachtige muziek die, net zo fraai opgenomen, de routine ver achter zich laat. Incidenteel hoorbare akoestische bijgeluiden zijn niet storend, maar verhogen zelfs de levendigheid van dit schitterende programma. Ik mis overigens het eerste van de zes altvioolconcerten: RV 392. Geen idee waarom dit ontbreekt.

Ik vind gewoon dat Stravinsky ongelijk had. Dat mag ook weleens worden gezegd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links