CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2018

 

Vaughan Williams: Serenade to Music (voor vier solisten, koor en orkest ) - Hoboconcert in a - Flos Campi (Flower of the Field, suite voor altviool, kamerkoor en kamerorkest) - Pianoconcert in C

Carla Huhtanen (sopraan), Emily D'Angelo (mezzosopraan), Lawrence Williford (tenor), Tyler Duncan (bariton), Sarah Jeffrey (hobo), Teng Li (altviool), Louis Lortie (piano), Elmer Iseler Singers, Toronto Symphony Orchestra o.l.v. Peter Oundjian
Chandos CHSA 5201 • 83' • (sacd)
Opname: novembert 2017, Roy Thomson Hall, Toronto (Canada)

   

Anders dan wij Nederlanders koesteren de Britten hun ‘serieuze' componisten. Ze doen dat met groot enthousiasme, zijn er op de podia en in de studio's dagelijks mee in de weer. Natuurlijk betaalt zich dat uit, want het is toch mooi dat een land zijn kunstenaars koestert? Dat zij niet, zoals bij ons, zijn weggezakt in vergetelheid? Wat vanzelfsprekend niet alleen voor de muziek geldt, maar voor alle kunstvormen.
U kent die uitspraak wel: “Toon me uw boekenkast en ik zal u zeggen wie u bent.” Nou, dat zal dan tegenwoordig in veel gevallen behoorlijk schrikken zijn. “Toon me uw platenkast…” is vandaag de dag misschien wat minder representatief, want er wordt veel gedownload of uitsluitend naar muziekdiensten geluisterd. Dan is zo'n kast dus niet meer nodig, alleen maar een sta-in-de-weg. Maar stel dat…? Dan zou het misschien net zo schrikken zijn. Ik ken mensen die van Bach, Mozart, Beethoven en Haydn bijna alles in de kast hebben staan, heel trots zijn op hun collectie van honderden elpees en nog meer cd's, maar die van Elgar zelfs diens ‘Enigma-variaties' niet kennen, laat staan bezitten.
Nemen we vervolgens een diepe duik in de programma's van de Nederlandse orkesten, dan zien we weinig tot geen namen van Engelse componisten. Maar ook die van Nederlandse componisten schitteren door afwezigheid. We hebben blijkbaar weinig tot niets op met onze eigen toondichters. Er is zelfs geen tijdelijke opleving te ontdekken. Het wordt alom geaccepteerd, onder het motto 'wat de boer niet kent, dat...'. Ik zie of hoor nergens protesten van het concertpubliek: “We willen Nederlandse muziek!” Nee hoor, dat publiek accepteert wat het krijgt voorgeschoteld. Artistiek gevormd kuddegedrag, that's it.
De orkestprogrammeurs (de smaakmakers) hebben zich het onwankelbare geloof toegeëigend dat zij als geen ander het beste weten wat in het concertseizoen (dat loopt van september tot juni) op de lessenaars moet verschijnen. En daarom wordt er voor die Engelse en Nederlandse componisten niet of nauwelijks plaats ingeruimd. Ja, ik weet het, er zijn uitzonderingen. Die zijn er overigens altijd wel. En daaraan wordt dan alles opgehangen. Het tubaconcert van Vaughan Williams, de Serenade van Elgar, het Vioolconcert van Britten. Uiteraard niet alles samengepakt in een seizoen, maar verspreid, zoals het een ‘goede' programmeur (bestaan die overigens nog?) betaamt.

Maar goed dat we de cd hebben! Chandos bracht weer het zoveelste juweeltje uit. Bekijk het programma en huiver eerst in stilte. De samenstelling is origineel, maar nog belangrijker: het zijn uitsluitend stukken die op onze concertpodia nooit worden uitgevoerd. Niet omdat ze van zo moderne snit zijn of van matige kwaliteit, maar omdat ze traditioneel buiten de boot zijn gevallen en ongetwijfeld zullen blijven vallen. Geen programmeur die erin is geïnteresseerd, geen orkest dat ze wil spelen, geen publiek dat ze kan (over de wil zullen we het maar niet meer hebben) horen. En dus ook geen mens die zich er druk over maakt.

En u? U moet zich ‘gewoon' mee laten slepen door deze fantastische stukken, uitgevoerd door vocalisten, solo-instrumentalisten en orkestmusici die er voor de volle honderd procent in geloven, dat ook voortdurend uitstralen, met een fonkelend spelend orkest uit de stad waar Glenn Gould zijn immense carrière is begonnen. De Canadese dirigent en violist Peter Oundjian is inmiddels al 62, maar we hebben eigenlijk nog veel te weinig van hem gehoord. Ook dat moet veranderen, want zijn talent is net zo onmiskenbaar. Als dirigent een laatbloeier, gedwongen door een blessure. Hij was veertien jaar lang primarius van het beroemde Tokyo String Quartet en werkzaam als dirigent van Nieuw Sinfonietta Amsterdam van 1998 tot 2003. Wat mij betreft past hij in het rijtje van die illustere namen die zoveel hebben betekend voor de Britse muziek. Ik noem slechts Richard Hickox, Vernon Handley, Mark Elder. Andrew, Bryden Thomsen en Colin Davis, want de lijst is veel langer. En dan heb ik alleen nog maar over de muziek uit de vorige eeuw… Muziek om trots op te zijn, muziek ook die het meer dan waard is om te worden uitgevoerd. En nu tot ons komt dankzij een Brits label dat mede in deze muziek investeert en het daarbij passende financiële risico neemt, want geloof maar dat het wat heeft gekost om deze sacd uit te brengen. Wie over een sacd-speler en een surround-opstelling beschikt zal extra kunnen genieten van de ruimtelijke weergave. Zelfs op het uitstekend verzorgde boekje is niet bezuinigd en het programma wordt tot in de puntjes toegelicht. Ook de gezongen teksten van Shakespeare en Solomon in respectievelijk de Serenade en Flos Campi ontbreken niet. Alles in het Engels uiteraard. Ons zo fameuze poldermodel reikt helaas lang zo ver niet, wat alleen maar kan betekenen dat we aan die Engelsen een voorbeeld zouden moeten nemen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links