CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2019

 

A Symphony and its Consequences - G minor Symphonies in Vienna

Haydn: Symfonie nr. 39 in g

Vanhal: Symfonie in g, Bryan G 1

Mozart: Symfonie nr. 25 in g, KV 183

Orchestra da Camera di Mantova o.l.v. Alessandro Maria Carnelli
Da Vinci Classics C00180 • 71' •
Live-opname: 2 en 4 maart 2017, Teatro Bibiena, Mantua (I)

 

De Bohemer Johann Baptist Vanhal (1739-1813) was een tijdgenoot van onder anderen Haydn, Mozart en Beethoven, maar in tegenstelling tot dit fameuze drietal is hij ‘ergens' in de muziekgeschiedenis uit het beeld verdwenen. Ook uit ons beeld trouwens, want zijn muziek wordt slechts zelden of in het geheel niet uitgevoerd.

Bescheiden plekje
We moeten de waarheid (of werkelijkheid) ook wel enigszins onder ogen zien: Vanhal (zijn achternaam wordt ook op andere manieren gespeld: Wanhal, Wanhall en van Hall komen ook voor, terwijl zijn voornaam van origine Jan Krtitel luidde) was geen groot componist. Hij is een van de vele muziekvinders die postuum genoegen moeten nemen met een bescheiden plekje op de periferie.

Orgel
De geschiedkundigen zijn het niet eens kunnen worden of hij nu 13 dan wel 18 was toen hij werd benoemd tot hoofdorganist van de katholieke kerk in Opocno, gelegen op de spreekwoordelijke steenworp afstand van zijn geboortedorp Nechanice. Natuurlijk ligt het voor de hand dat hij 18 zal zijn geweest, want wie neemt nu toch een 13-jarige in dienst? Het zou zijn neergekomen op pure kinderarbeid, hoewel in die tijd zeker geen uitzondering…

Wenen
De vrome kerkvaderen moeten over het spel (en ongetwijfeld ook de discipline) van de jonge vanHal zeer tevreden zijn geweest, want vrij kort na zijn aantreden kreeg hij al de leiding over de voorbereiding en uitvoering van de kerkmuziek in Hnevceves. Daar, onder het toeziend oog en oor van de landgraaf, ontwikkelde hij zich tot een musicus naar wie graag en veel werd geluisterd. Onder zijn toehoorders bevond zich ook de vrouw van de landgraaf, die Vanhals talenten al spoedig doorzag en hem uiteindelijk de middelen verschafte die hem in staat stelden om rond 1761 af te reizen naar Wenen om zijn geluk daar verder te beproeven. Hij voelde zich in de Oostenrijkse muziekmetropool al snel uitstekend op zijn gemak en bouwde er een vruchtbaar netwerk op dat hem uitstekend van pas kwam in zijn verdere loopbaan als uitvoerend musicus en componist. Hij drong gemakkelijk door tot de betere kringen, wist zich daarbij verzekerd van adellijke financiële steun en verwierf een kapitaaltje als violist en muziekleraar (Ignaz Pleyel behoorde tot zijn uitgebreide studentenkring). Hij kocht zich vrij uit de lijfeigenschap en mocht zich sindsdien een echt vrij man voelen.

 

Johann Baptist Vanhal

 

Eerst het zonnige zuiden
De zeer welgestelde baron Isaak Wolfgang von Riesch had eveneens oog voor Vanhals muzikale begaafdheid en wilde hem dolgraag als ‘Kapellmeister' in Dresden. Hij lokte hem met de financiering van een uitgebreide Italië-reis, maar het pakte anders uit. Daar, in het zonnige zuiden, maakte Vanhal kennis met onder meer Christoph Wiilibald von Gluck en Florian Leopold Gassmann, twee musici die ook over invloedrijke connecties aan het Weense keizerlijk hof beschikten. Vanhal telde zijn knopen, liet Dresden voor wat het was en keerde in 1771, samen met Gassmann, naar Wenen terug, waar een nieuwe beschermheer al op hem stond te wachten: graaf Ladislaus Erdödy, mede bekend als opdrachtgever van een aantal Haydn-kwartetten. Uit die tijd dateert ook Vanhals Eerste symfonie in G (groot), later gecatalogiseerd als Bryan G 8 (het opus komt voor het eerst voor in de catalogus van 1776/77 van het uitgevershuis Breitkopf & Härtel). Merkwaardig genoeg zijn van deze symfonie in die tijd meerdere versies in omloop gekomen, al naar gelang de plaatselijke muzikale mores. Zo is er een Tsjechische versie met een afwijkende blazersbezetting en een drie- in plaats van de originele vierdelige versie.

Moeilijke tijden
De adel kreeg het in Wenen in de tijd rond de Napoleontische inval financieel steeds moeilijker, de inflatie liep hoog op (ook Beethoven had er veel last van) en er moest noodgedwongen in allerlei uitgaven worden gesnoeid. Menige edelman ging zelfs roemloos failliet. Als gevolg van de grote financiële misère kwam ook voor het muziekleven steeds minder geld beschikbaar. Het luxe leventje was voorbij. Vanhal moest het van nu af aan voornamelijk hebben van de inkomsten uit lessen en bij tijd en wijle van een schnabbel als violist. Een vetpot was en werd het niet. Dat ook zijn composities hem geen substantieel inkomen bezorgden blijkt wel uit zijn nalatenschap: toen hij op 20 augustus 1813 in zijn vlakbij de Stephansdom gelegen woning de geest gaf, liet hij niets na dat ook maar enigszins de moeite waard was. Er hoefde geen notaris aan te pas te komen...

Kremsmünster-versie
De op dit nieuwe album vereeuwigde Symfonie in g (klein), Bryan G 1 gaat hier in de zogenaamde ‘Kremsmünster' versie. Dat is dus niet de versie die meestal (wat heet…) wordt uitgevoerd en die is samengesteld uit twee overgeleverde afschriften van het oorspronkelijke manuscript (dat is verdwenen). Het vervelende daarbij is dat beide afschriften niet eenduidig zijn, waardoor het lastig bleek om keuzes te maken. Nu zijn muziekwetenschappers zelden voor een gat te vangen en levert een dergelijke ‘hybride' versie heus wel een bevredigend (hoorbaar) resultaat op, maar dat poetst niet weg dat we niet weten hoe Vanhal het werk in werkelijkheid precies geconcipieerd heeft. In ieder geval heeft Vanhal bij leven een dergelijke versie nooit gehoord.

De initiatiefnemer en tevens de dirigent van dit project, Alessandro Maria Canelli (hij stuurde mij spontaan de cd toe) pakte het anders aan. Hij koos niet uit de twee afschriften, maar uit één afschrift: in dit geval het exemplaar dat wordt bewaard in de abdij van Kremsmünster. Vandaar ‘Kremsmünster' versie. Wat er ook van kan worden gezegd, consistent is die wel (omdat het andere afschrift buiten schot is gelaten, dat wel).

Weense Klassiek
Nee, Vanhal is geen Haydn of Mozart, maar wel een componist die precies wist hoe hij zijn publiek voor zich kon winnen. Dat blijkt tenminste ook uit deze symfonie, waarin af en toe een echt originele stem doorklinkt en waarin zijn beide grote tijdgenoten nooit echt ver weg zijn (meeliften op de successen van anderen is van alle tijden). Het is de stijl van de Eerste Weense School die hier logisch genoeg sterk in doorklinkt, wat ook de keus voor overige beide werken een voor de hand liggende maakt: Vanhals symfonie wordt geflankeerd door Haydns Symfonie nr. 39, eveneens in g, daterend of uit 1765 of 1769 en Mozarts Symfonie nr. 25, ook al in g-klein, daterend uit 1773. Juist in deze combinatie valt het eens te meer op hoezeer het werk van Mozart revolutionaire kaders schept en daarmee tevens al de voorboden van het diep gelaagde expressieve krachtenveld dat nr. 40 KV 550, eveneens in g-klein, zou gaan domineren. En de symfonie van Vanhal? Die moet ook in die tijd zijn ontstaan.

Aanwinst
Het van huis uit contrastrijke programma al draait het om slechts één hoofdtoonsoort (de titel spreekt boekdelen: ‘A Symphony and its consequences: G minor Symphonies in Vienna') krijgt eveneens contrastrijke en bovendien tot in de puntjes verzorgde uitvoeringen. Er is veel aandacht besteed aan de detaillering, er wordt met aanstekelijk engagement gemusiceerd, zoals onder meer blijkt uit de vele fijnzinnige trekjes in de houtblazers en de met zorg geplaatste, maar spontaan klinkende accenten. De frases worden fraai afgewerkt, er wordt voortdurend met veel gusto gemusiceerd en Carnelli cum suis hebben het verrassingseffect evenmin vergeten. Bovendien is dit project ook in historiserend opzicht voortreffelijk vormgegeven. Kortom een aanwinst!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links