CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2020

Erkki-Sven Tüür - Lost Prayers

Tüür: Fata Morgana (voor viool, cello, piano) (2002) - Synergie (voor viool en cello) (2010) - Strijkkwartet nr. 2 (Lost Prayers) (2012) - Lichttürme (voor piano trio) (2017)

Harry Traksmann, Florian Donderer (viool), Leho Karin, Tanja Tetzlaff (cello), Marrit Gerretz-Traksmann (piano), Signum Quartett

ECM New Series 2666 4819540 • 54' •
Opname: april 2019, Sendessaal, Bremen

   

Het valt nooit met zekerheid te zeggen in hoeverre een platenlabel bijdraagt aan het werk van een hedendaagse componist. Ik kan me echter nauwelijks voorstellen dat de muziek van de Est Erkki-Sven Tüür (1959) diep in de westerse wereld zou zijn doorgedrongen als er niet de promotie van het Duitse label ECM was geweest, een label overigens dat al sinds de oprichting door Manfred Eicher in 1969 het werk van een groot aantal eigentijdse componisten – mede dankzij de werkelijk vlekkeloze opnamen en documentatie - ook bij een groter publiek belangstelling heeft weten te wekken. Dat geldt ook dus ook voor dit nieuwe, het geheel aan Tüür gewijde album ‘Lost Prayers', naar het gelijknamige Strijkkwartet nr. 2.

Tüür is, als het op componisten aankomt, een van Estlands markantere stemmen, een individualist die zich niet heeft vastgepind op een bepaalde stijl of systeem, maar altijd op zoek is naar wat naar zijn oordeel bruikbaar was, het compositorische handwerk ontdaan van vastgeroeste vooroordelen of voorkeuren. Geen dogmatiek maar ontdekking; of net op het randje van herontdekking, maar dan wel uitgewerkt volgens de op dat moment geldende, dus actuele Tüür-receptuur. Dat maakt het beeld waaruit de composities van Tüür oprijzen zo verschillend, terwijl er toch de handtekening van Tüür in is te vinden. Serialisme past er evengoed in als minimal music, of – onverschillig het genre - traditionele klankkleuren die worden afgezet tegen volslagen nieuw ontworpen klankvelden. Zoals de daaruit voortvloeiende, bijzondere scherpte van het noordelijke zonlicht dat zich veder mag profileren in een zich juist daardoor uiterst fijn aftekenend, bijna als door mensenhand geëtst landschap: het is net zo'n fascinerende eigenschap van een van Tüürs vele concepties als de nagestreefde coherentie op grond van een stelsel van zelf ontworpen wetmatigheden. De voortdurende zoektocht ook naar een aldus gevoeld noodzakelijk evenwicht tussen subjectieve en objectieve elementen, waaruit de door hem in de jaren negentig ontwikkelde ‘bloktechniek' ontsprong: het naast elkaar toepassen van verschillende compositietechnieken, wel of niet monolitisch gegrondvest, maar altijd constrasterend. Het waren deze blokken die voor Tüür, maar ook voor musici en toehoorders, een zekere mate van muzikale logica opriepen, terwijl ze zich nu juist minder gemakkelijk lieten analyseren. Een merkwaardige paradox.

Dit nieuwe Tüür-album biedt vier werken uit verschillende perioden en in diverse bezettingen. Dat maakt de exploratie nog interessanter dan zij van nature al is. Het uitvoeringsniveau is, zoals altijd onder de hoede van ECM, extreem hoog: hier zijn musici aan het ‘woord' die niet alleen de idiomatische karakterisering van deze muziek op het lijf geschreven is, maar die tevens de technische hindernissen dusdanig hebben overwonnen dat zij zich kunnen overgeven aan waar het in ieder muziek feitelijk om gaat: de interpretatie ervan. Overbodig te zeggen dat de klankeigenschappen van de verschillende instrumenten, zowel solo als in ensemble, subliem uit de luidsprekers komen. De componist was bij de opnamen aanwezig, wat het authentieke karakter van deze uitvoeringen alleen nog maar kan onderstrepen. Niet alleen Tüür moet er erg blij mee zijn geweest!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links