CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juni 2014

 

Tulve: Reyah hadas 'ala (voor stemmen en klein ensemble) - Silences/Larmes (voor sopraan, hobo en slagwerk) - L'Équinoxe de l'âme (voor sopraan, harp en strijkkwartet) - Arboles Iloran por Iluvia (voor stemmen en sleutelharp) - Extinction des choses vues (voor orkest)

Arianna Savall (sopraan en harp), Riivo Kallasmaa (hobo), Helena Tulve (slagwerk), Charles Barbier en Taniel Kirikal (countertenor), Marco Ambrosini (sleutelharp), Vox Clamantis, Ensemble Hortus Musicus, NYYD String Quartet, Estonian National Symphony Orchestra, Jaan-Eik Tulve en Olari Elts (dirigent)

ECM New Series 2243 476 4500 • 62' •

Opname: oktober 2009, Sint-Nikolaaskerk, Tallinn; mei 2010, Estonia Concertzaal, Tallinn; augustus en september 2010, Transfiguratiekerk, Tallinn

www.emic.ee/helilooja/helena-tulve

 

Het probleem van de eigentijdse muziek is dat zij eigentijds is. Zij kan geen plaats verwerven in ons collectief geheugen. Natuurlijk zijn de eigentijdse componisten zich daarvan bewust en heeft een aantal van hen naar creatieve wegen gezocht om de aansluiting bij het grote publiek niet te missen. De een zocht het in de exploratie van multimedia (beeld en geluid ofwel video en audio), de ander in eenvoud of welluidendheid. Weer anderen pasten het collagemodel toe of zij staken de oude muziek onbeschaamd in een nieuw jasje: wat al lang en breed was geweest, werd nieuw leven ingeblazen. Wie serieel wilde (blijven) componeren, perste zich niet alleen vrijwillig in een mathematisch begrensd keurslijf, met slechts een (zeer) beperkte doelgroep muziekconsumenten in het vooruitzicht. De muziek van een Philip Glass, Arvo Pärt, Jeppe Moulijn, Willem Zwaag, Jacob Ter Veldhuis, Willem Jeths en in zekere zin ook Louis Andriessen laat zich gemakkelijker in dat collectief geheugen nestelen dan de spatiale composities van een Wolfgang Rihm, Karlheinz Stockhausen, Heinz Holliger, Hans Zender, György Ligeti, György Kurtag en Helena Tulve. Het is die laatste categorie componisten die het zeker voor de gemiddelde muziekconsument buitengewoon lastig zo niet onmogelijk maakt om de eigen identiteit op de een of andere manier daarin (of daardoor?) in terug te vinden. Het is in ieder geval geen muziek die de verbeeldingskracht en emotie van de muziekconsument op gang brengt, laat staan stimuleert. Maar let wel: het is die doorsnee muziekconsument die er niets mee heeft. Buiten de platgetreden paden hebben zich kleine 'luistereilandjes' gevormd, bewoond door evenzo kleine groepen liefhebbers die dankzij de inspanningen van gelijkgezinde uitvoerende kunstenaars van de eigentijdse muziek genieten. Op welke manier zij dat doen is niet relevant: cerebraal of emotioneel, of een mix van beide. Hoe complex, hoe gelaagd die muziek ook is, hoe onherkenbaar misschien ook haar wezen, toch wordt zij op de een of andere manier weerkaatst in degenen die haar wel of niet onbevangen eigen hebben gemaakt. Niet van het ene op het andere moment, maar na de nodige inspanning en menigmaal ook na allerlei omzwervingen. Zelfs wiskundig gedachte muziek kan op een positieve inwerken op onze geest, al is het alleen maar omdat haar kleuren- en lijnenspel, gedragen door een hechte architectuur, ons prikkelt en uiteindelijk aanspreekt.

Wie verder wil kijken (luisteren) dan wat we bij wijze van spreken kunnen dromen, komt in eerste instantie niet uit bij de concertzaal. Geen litanie aan het adres van het hedendaagse concertbedrijf, maar ditmaal slechts de basale vaststelling dat we de nieuwe muziek (vrijwel) alleen kunnen consumeren met behulp van de cd. Gelukkig zijn er nog voldoende labels die bereid zijn om nieuwe muziek op te nemen en uit te brengen; en zijn er gelukkig musici, vocalisten, orkesten en kleine ensembles die daar het beste uit willen halen, moderne muziek uitvoeren alsof zij (al) klassiek is. Het is daarbij ontzettend jammer - maar uit kostenoogpunt heel begrijpelijk - dat de aldus uitgebrachte nieuwe muziek het moet stellen zonder bijbehorende partituur (bijvoorbeeld in pdf toegevoegd aan de cd). Want in de praktijk blijkt dat 'moeilijke', onbekende muziek zich met behulp van het notenbeeld veel gemakkelijker laat ontdekken en ontsluiten (of omgekeerd: eerst ontsluiten, vervolgens ontdekken). Ik heb het vaak genoeg ervaren dat ik een nieuw werk ondanks herhaald luisteren niet goed kon doorgronden, totdat ik het notenbeeld onder ogen kreeg. Misschien duidt het van mijn kant op onvermogen, maar dat maakt zo'n hulpmiddel des te belangrijker. Mogelijk is dit tevens een geduchte handicap in de concertzaal: de eenmalige confrontatie met een nieuw werk zonder het te kunnen analyseren levert geen inzicht en bijgevolg geen uitzicht op. Het komt voorbij en dat was het dan. Ik herinner me programma's met eigentijdse stukken onder Bruno Maderna en Hans Rosbaud, waarvan sommige in dat programma twee of zelfs drie keer werden herhaald. Dat is door de huidige sandwichformule sowieso onmogelijk. Hoeveel eigentijdse stukken krijgen überhaupt een kans tot uitvoering, laat staan een tweede kans? Ik denk dat we het daarover wel eens kunnen zijn: de concertzaal is voor eigentijdse muziek de meest voor de hand liggende en tegelijk de minst geëigende plek. De concertzaal is de meest geëigende plek voor al die muziekconsumenten die een ongecompliceerd avondje uit op het netvlies hebben; en verder niets.

 
 
Helena Tulve (1972)

Het zijn zomaar wat bijeengeraapte gedachten die bij mij opkwamen toen ik deze nieuwe ECM-cd met werk van de componiste Helena Tulve (1972, Tartu, Estland) beluisterde. Muziek die we waarschijnlijk nooit in de concertzaal zullen horen, muziek ook die aan het merendeel van de muziekafnemers voorbij zal gaan. Dat gezegd hebbende mogen we ons verheugen in de onstuitbare componeerdrift zoals die zich in het afgelopen decennium in de Baltische staten aan de Oostzee heeft gemanifesteerd. Daar wordt muziek gemaakt, en wel in de beide betekenissen van het woord: gecomponeerd en uitgevoerd. Arvo Pärt stond als scheppend kunstenaar aan de wieg ervan, Gidon Kremer als uitvoerend kunstenaar. Wie de recensies op deze site ook maar enigszins heeft gevolgd kan erover meepraten: de ene na de andere cd verscheen, met in de voorste linies het Duitse ECM-label dat veel voor de eigentijdse Baltische componisten heeft gedaan en ongetwijfeld nog zal doen. Of het stuk voor stuk meesterwerken zijn zal de geschiedenis moeten uitmaken, maar de pretenties zijn oprecht en de lat ligt hoog. Er lijkt daar bovendien sprake van een bijzonder vruchtbare samenwerking tussen componisten en uitvoerende musici: wat is gecomponeerd en goed bevonden, wordt uitgevoerd. Er komen ook opdrachten van solisten, ensembles en orkesten die op zich weer tot een zekere creatieve synergie leiden.

In de toelichting in het cd-boekje, zoals altijd bij ECM tot in de (kleinste) puntjes verzorgd, komen we, we zagen het al eerder in bovenstaand exposé, bekend terrein tegen, zij het op een andere manier verwoord: 'a composer's work is a world in itself. Open a score or an album like a door and enter. If the landscape is strange and the space unknown, tread very carefully, look ahead, be watchful and alert. The journey is the more difficult if you do not have a map, though not impossible: the composer must have left some traces. It is easier with the map, though not safer: the list of works, the titles and other paratexts are signposts, but the road is long and winding and there is no end in sight. The traveller, the seeker, the adventurer - whoever enters, is alone'.

Helena Tulve kreeg les van onder meer haar landgenoot Erkki-Sven Tüür (zijn werk wordt elders op de site besproken), ze studeerde vervolgens aan het conservatorium in Parijs en was enige tijd verbonden aan het IRCAM, waar zij zich vooral verdiepte de toon- en klankkleuren met behulp van computeranalyse. Een andere voorliefde, het gregoriaans, deelt ze met Arvo Pärt . De mix van een sterke horizontale en verticale beweeglijkheid en sereniteit geeft haar muziek zowel een uitgesproken ruimtelijk effect als een volkomen eigen beleving in de tijd. In haar muziek wisselen cohesie en adhesie zich voortdurend af. De daarmee gepaard gaande transities maken deel uit van een montagetechniek die erop is gericht de muzikale spanningen zowel in de ruimte te laten ontstaan als daarin op te lossen. De muzikale stroom ondergaat voortdurend gedaanteverwisselingen en beweegt zich tussen complexe gelaagdheid en eenvoudige akkoorden. Helena Tulve droeg dit album op aan de magnifieke Catalaanse sopraan Montserrat Figueras, de echtgenote van de eveneens Catalaanse gambist en dirigent Jordi Savall. Zij overleed op 23 november 2011, 69 jaar oud, in haar woonplaats Cerdanyola del Vallès, na een lange en moeizame strijd tegen kanker. Het was een enorme slag voor Savall, en niet alleen voor hem. Zij had met Savall aan de wieg gestaan van de ensembles Hespèrion, La Capella Reial de Catalunya en Le Concert des Nations, en meegewerkt aan een groot aantal opnamen.
Fabelachtig uitgevoerd en opgenomen is dit een cd om van te watertanden. Muzikale ontdekkingsreizigers, ga op avontuur en laat u meeslepen!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links