CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2019

Tsjaikovski: Liturgie van Johannes Chrysostomos op. 41 (concertversie) - Negen Gewijde Koren*

Agnese Urka en Agate Burkina (sopraan)*, Dace Strautmane (alt)*, Lets Radiokoor o.l.v. Sigvards Klava
Ondine ODE 1336-2 • 77' •
Opname: 2018, Riga (Letland)

   

Jan Brokken liet het ons in zijn Baltische Zielen, een bestseller en terecht: het is een van de beste boeken in het genre - niet zonder enige trots zien: de rijke en lang gevestigde koortraditie in de Baltische staten. En wie het dan nog niet geloven wil: het Finse label Ondine, maar ook het Duitse ECM en Deutsche Grammophon, het Britse Hyperion, het Zweedse BIS en het Franse Naïve hebben in alle denkbare kleuren en toonaarden daarvan het klinkende bewijs geleverd.

Toen ik een paar jaar geleden in Riga Rigas Doms (de kathedraal) bezocht en daar een Lets koor hoorde, was ik verbijsterd: zo schoon, zo helder, zo volmaakt gearticuleerd en dat in de ruime akoestiek van de dom. Het bleek ‘slechts' een repetitie te zijn, door een niet professioneel koor! Die indrukwekkende koortraditie: het lijkt de Letten met de paplepel te zijn ingegoten. Ook het Lets Radiokoor maakt deel uit van die rijke koortraditie en heeft zich zelfs weten te ontwikkelen tot een van de beste koren in de westerse wereld. Dat het vaak in de (meest prestigieuze) prijzen is gevallen spreekt dan ook welhaast vanzelf. Maar ook de diverse media toonden zich enthousiast. Zo repte de Washington Post van ‘great musical power' en berichtte de New York Times: ‘This chorus's expertise in music pushes voices to extremes, from ethereal high tones to uncannily sustained bass drones'. Er valt niets aan toe te voegen.

Twee dirigenten zwaaien er de scepter over: Sigvards Klava en Kaspars Putnins. Eerst was Putnins de chef, nu is dat Klava. Of die wisseling van de wacht voor het koor veel betekenis heeft gehad kan ik niet goed beoordelen, maar wel weet ik dat beiden als dirigent een eigen stijl hanteren. Dat is uiteraard logisch, zo niet vanzelfsprekend. Putnin legt – de opnamen bewijzen het – meer de nadruk op een zo scherp mogelijke articulatie (dictie heeft bij hem het hoogste woord), terwijl Klava een hoge graad van souplesse nastreeft. Het woord weegt voor hem iets minder zwaar dan de expressie (die daardoor minder woordgerelateerd mag zijn). Twee verschillende benaderingen binnen een zeer breed repertoire: het lijkt mij dat ieder koor daarmee in zijn sas moet zijn. En zeker een professioneel koor.

Het Lets Radiokoor lijkt als geknipt voor zo'n werk als Tsjaikovski's Liturgie van Johannes Chrysostomos, waarvan de componist zelf zei dat hij deze in de orthodoxie gewortelde liturgie als een van de grootste kunstwerken beschouwde. Zozeer zelfs dat hij er muziek bij wilde componeren, wat rond 1878 in het Russische keizerrijk een verre van vanzelfsprekende zaak was. Wie buiten de officiële staatskerk om kerkmuziek wilde componeren moest daarvoor eerst permissie vragen aan de Keizerlijke Kapel, die in het kunstleven een dominante rol vervulde. Tsjaikovski ging die weg niet op in de stellige verwachting dat zijn verzoek toch zo worden geweigerd. Hij schreef en publiceerde zijn opus 41 dan ook met in het achterhoofd dat hij door de staat voor het gerecht zou worden gesleept. Aldus geschiedde, maar wonder boven wonder werd de componist in het gelijk gesteld, wat de weg vrijmaakte voor andere componisten om zonder overheidstoestemming religieuze muziek te componeren en - het belangrijkste - uit te voeren. Dat het uiteindelijk toch geen populair genre is geworden laat zich niet zo gemakkelijk verklaren, al moet wel worden gezegd dat het nogal dwingende karakter van de Liturgie zelf niet bepaald uitgenodigt tot grote harmonische inventie. Zowel Tsjaikovski als later Rachmaninov moeten dat tijdens het componeerproces als onvoldoende harmonische vrijheid hebben ervaren, want de verschillen tussen hun werk en het origineel zijn minder groot dan men op grond van hun grote inventiviteit op andere terreinen zou denken. Dus feitelijk een beperking als gevolg van het gekozen idioom. Het is prachtige muziek, daar niet van, het melos is zelfs zeer indrukwekkend, maar de onderbouw is aanmerkelijk meer conventioneel dan in hun andere werken. Het zal geen keuze zijn geweest die hen is opgedrongen, maar die nu eenmaal voortvloeide uit het orthodoxe karakter van de Liturgie. Dat beeld zien we ook terug in de enige jaren later gecomponeerde Negen Gewijde Koren (1884-85). Wat evenmin wegneemt dat ook dit substantiële werk het meer dan waard is om gehoord te worden.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links