CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juni 2018

 

Tsjaikovski: Symfonie nr. 4 in f, op. 36 - nr. 5 in e, op. 64

Südwestfunk-Orchester Baden-Baden o.l.v. Hans Rosbaud
SWR Classic SWR19062CD • 43' + 46' • (2 cd's)
Opname: 17 januari 1957 (op. 36) en 8 september 1954, Studio des Südwestfunks, Baden-Baden (D)

   

 
 
Hans Rosbaud

Hij had uiterlijk van een magere boekhouder, altijd in een strak kostuum met keurig gestrikte das, maar als dirigent van de moderne en eigentijdse muziek ongekend in zijn onbetwiste vermogen tot partituuranalyse en klankvoorstelling. Hans Rosbaud (1895-1962) heeft niet alleen zijn landgenoten Alban Berg, Anton Webern en Arnold Schönberg onschatbare diensten bewezen, maar ook voor de avant-garde en zijn vele 'enfants terribles' een in de muziekgeschiedenis uiterst belangrijke voortrekkersrol vervuld. Rosbaud was ook de man die door het Concertgebouworkest werd aangetrokken om de moderne muziek handen en voeten te geven, een kolfje naar zijn hand en een taak die hij met vlag en wimpel heeft volbracht. 

Een Engels muziektijdschrift had het bij het goede eind: Rosbaud was 'one of the unsung heroes of mid-20th-century music', al ontbrak helaas wel de toevoeging ‘very few'. Maar Rosbaud voelde zich ook uitstekend thuis bij componisten als Rameau, Gluck, Mozart, Sibelius, Bruckner en Mahler. Zijn Mozart-opera's behoren tot de beste in de catalogus. Het intellectuele niveau waarop hij de muziek gestalte gaf was in zijn tijd exemplarisch, al zou dat aanmerkelijk minder zijn geweest als zijn dirigeren niet omspoeld was met een warme gloed die een volkomen doorzichtige orkestklank nooit in de weg stond. Deze cd, met werken van Berg, Webern, Sibelius en Bartók onderstreept zijn grote veelzijdigheid en reputatie die ook door de vele jaren heen ongeschonden is gebleven. Hans Rosbaud was een groot dirigent en bovendien een musicus die meerdere orkestinstrumenten uitstekend kon bespelen.

Rosbaud excelleerde zoals gezegd dus niet alleen in het uitvoeren van moderne en eigentijdse muziek, maar ook in het klassieke en romantische repertoire (al eerder op deze site besproken) was hij tot grote prestaties in staat, zoals weer eens blijkt uit deze uit het omroeparchief van de Südwestfunk afkomstige twee Tsjaikovski-opnamen. Wat dan al gelijk opvalt is de kwaliteit van de orkestklank, een duidelijk bewijs van Rosbauds eindeloos vijlen aan de klankcultuur van het omroepensemble, waardoor het kon uitgroeien tot een van de beste in Europa. Maar ook dat het mes duidelijk aan twee kanten sneed: dat van de eigentijdse en van de klassieke en romantische muziek. Het lijkt geen overdreven stelling: een orkest dat zeer goed thuis is in eigentijds repertoire kan doorgaans ook uitstekend overweg met de ‘oude' muziek, terwijl van het omgekeerde nu juist geen sprake hoeft te zijn. Het is weer die bekende uitspraak van Alban Berg die best als richting wijzend mag worden beschouwd: klassieke muziek uitvoeren alsof zij modern is, en moderne muziek uitvoeren alsof zij klassiek is.

Rosbaud was allesbehalve een volbloed romanticus. Wel analyseerde hij een partituur tot in het merg en bracht die kennis moeiteloos over op zijn musici (die hem, de drilmeester, desondanks op handen droegen). Wie in Tsjaikovski' romantische idioom wil zwelgen, moet dus niet bij Rosbaud zijn (trouwens ook niet bij een andere grootheid, Mravinski, zijn collega in het toenmalige Leningrad). Wat we onder zijn handen wel krijgen zijn onopgesmukte, zelfs sobere lezingen van grote helderheid en distinctie, waardoor – vreemd of niet – de schrijnende en soms zelfs sardonische aspecten in deze muziek er bijna als vanzelfsprekend (en passsant misschien?) uit worden gelicht. Het is het soort ‘Sachlichkeit' van het kaliber Klemperer, maar dan nog net een fractie nauwkeuriger. Wie de partituren erbij neemt herkent al snel Rosbauds haarscherpe profielfoto van deze twee symfonieën, zowel in de uitwerking van de frases als van de ritmiek, met – het spreekt bijna vanzelf – alles spatgelijk en in harmonisch opzicht precies op de vouw, zoals ook de dynamiek nergens nodeloos wordt aangezet, maar wel heel precies is en accelerandi en rubati niet kwistig worden rondgestrooid maar een onvervalste conceptuele basis hebben. Wat we dus ‘missen' is het ‘grote gebaar', maar juist dat ‘gebrek' geeft ruimte aan schoonheid in het kwadraat. Dat de opnamen nog in onvervalst mono zijn is logisch: commercieel toegepast stereo was er inmiddels net, maar de omroep beschikte toen nog lang niet over de mogelijkheid om stereo-uitzendingen te verzorgen. Die kwamen pas ergens in de jaren zestig en zelfs dan nog niet overal. Maar zij getroost: de mono-registraties klinken geweldig, waarschijnlijk mede dankzij een stevige digitale opfrisbeurt. Een waardevol album om er absoluut bij te hebben.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links