CD-recensie

 

© 2004 Aart van der Wal

 

Tsjaikovski: Orkestsuite nr. 1 op. 43 - De storm, op. 76 - Fatum op. 77.

Detroit Symphony Orchestra o.l.v. Neeme Järvi.

Chandos ChAN 9587 • 77' •


Deze orkestsuite stamt rechtstreeks af van de barokke dansvormen, maar dat ziet Järvi blijkbaar toch iets anders, want zijn benadering is zwaar op de hand romantisch. In het openingsdeel doen de inleidende akkoorden eerder aan Sjostakovitsj dan aan Tsjaikovski denken en verloopt het discours eerder onheilspellend en onbuigzaam, dan con anima. De fuga wordt orkestraal wel schitterend gerealiseerd, maar de sterk doorklinkende noodlotsthematiek is hier wel erg onverbiddelijk. Järvi is wel goed op dreef in het Intermezzo. De brede, maar niet slepende melodievoering heeft door zijn grote bewogenheid een electriserende uitwerking. De naar mijn smaak nogal oppervlakkig geconcipieerde rondo-finale met zijn plompe thematiek blijft een wat vreemde eend in de bijt, maar Järvi maakt er het beste van. Op. 76 en 77 staan bol van drama en orkestrale schittering en zijn onder Järvi's handen van een overrompelende intensiteit. Met uiterst expressieve penseelstreken schildert hij met meesterhand het natuurgeweld in het op Ostrovski's gelijknamige toneelstuk gebaseerde op. 76 en ontvouwt hij in op. 77 met grote symfonische allure zowel de dramatische als de virtuose exponenten van het noodlot. Proeft u maar eens van de ritmische nauwgezetheid en de puntige frasering in track 8, vanaf 10:28! Chandos blijft, waar ook ter wereld wordt opgenomen, trouw aan een breed klankbeeld, zonder dat details daaraan ten offer vallen. Een puntje van kritiek is hier echter de soms wat glazige strijkersklank.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links