CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2009

 

 

Tavener: The protecting veil - The last sleep of the Virgin - Angels - Annunciation - The lament of the Mother of God - Thunder entered here - Hymns of Paradise - God is with us (a Christmas proclamation).

Steven Isserlis (cello), Iain Simcock (handbelletjes), David Dunnett (orgel), Solveig Kringelborn (sopraan), William Kendall (tenor), Donald Sweeney (bas), Chilingirian Quartet, Winchester Cathedral Choir, London Symphony Orchestra o.l.v. Gennadi Rozjdestvenski en David Hill.

EMI Classics 2 37691 2 • 70' + 63 • (2 cd's)


John Tavener (1944), niet te verwarren met John Taverner (ca. 1490-1545), grossiert evenals zijn Estlandse collega Arvo Pärt (1935) in met name religieus getinte muziek die zijn oorsprong vindt in de stile antico of prima pratica, met Giovanni Pierluigi da Palestrina (ca. 1525-1594) als een van de eerste belangrijke vertegenwoordigers. In essentie zette zowel Tavener als Pärt de klok dus zo'n halve eeuw terug.

Tavener is dus evengoed onze 'eigentijdse Palestrina' als Pärt dat is. De klemtoon ligt op etherische klankweefsels van merendeels contemplatieve aard, die zowel voor- als tegenstanders kent. De voorstanders ziet hen als zij het tijdelijke 'bevrijders' van de hectische maatschappij en het leven vol onrust en stress, strijd en misère, kunstenaars dus die met hunn 'paradijselijke' muziek verlichting brengen.

Tegenstanders zien hen meer als charlatans die met eenvoudige minimale concepten en uitdrukkingsmiddelen gemakkelijk kunnen scoren en aldus een fortuin hebben vergaard met muziek die voornamelijk haar oorsprong vindt in de compositietechniek van de grote middeleeuwse meesters, voorzien van een passend sausje voor de eenentwintigste eeuw. Het is het pad van het 'geheiligde minimalisme', dat wereldwijd een groot aantal aanhangers kent. Meditatie, nederigheid, eenvoud en traagheid vormen de sleutelwoorden voor deze muziek. Er wordt daarin veel geklaagd en beweend, en ingespeeld op een collectief verlangen naar religieus getinte geborgenheid, zoiets als wég van de snelweg. Het is muziek die beweegt door stil te staan, als u deze paradox kunt vatten.

 
  John Tavener (1944)

Tavener bedient zich graag van een kleffe, schier eindeloos voortsudderende diatonische lappendeken, waarbij vooral de starheid ervan opzienbarend is, maar incidenteel breekt er iets interessants doorheen, zoals in The proctecting veil, een achtdelig soort celloconcert, een opdrachtwerk van de BBC dat tijdens de Londense Proms in 1989 zijn première beleefde en enorme publieke bijval tot gevolg had. Men brak bijna de Royal Albert Hall af, waarna het al vrij spoedig daarna door Virgin Classics op cd werd gezet. Het is deze opname die in deze set is opgenomen, maar nu onder de vlag van EMI Classics, de 'moeder' van Virgin. Over moeders gesproken: Tavener heeft in dit werk naar eigen zeggen een poging gedaan om de bijna kosmische kracht van de Moeder van God te vangen. Zij wordt in de solocello uitgebeeld als een - in de woorden van de componist - oneindig lied, met de strijkersbegeleiding als het verlengde daarvan. Isserlis' intense expressie en Rozjdestvenski's niet minder gloedvolle begeleiding Uitgevoerd zoals hier heeft het stuk in ieder geval een bijna kosmische uitstraling.

The last sleep of the Virgin biedt ons oud-Grieks kerkgezang maar dan voor strijkkwartet. Tavener gaf het stuk een duidelijke boodschap mee: 'stil, zacht en heel breekbaar', bij voorkeur uit te voeren in een ruime akoestiek (een kerk bijvoorbeeld), met het ensemble niet te dicht bij de toehoorders en op de grens van hoorbaarheid. Een voortdurend pppp dus. Er is genoeg mystiek, die zelfs door de rinkelende handbelletjes niet wordt doorbroken, maar er zit in dit bijna een halfuur durende stuk werkelijk geen enkele voortgaande ontwikkeling. We horen slechts een murmelende status-quo, die al snel op mijn zenuwen begon te werken. Toch zat ik het maar uit, want je weet maar nooit of er plotsklaps niet iets spannends gebeurt. Nee dus. Mooi gespeeld, dat wel.

Het Winchester Cathedral Choir heeft hoorbaar moeite om inspiratie te putten uit de koorwerken die op de tweede cd zijn verzameld. Technisch is het al evenmin om over naar huis te schrijven, met de melodische lijnen ruw afgewerkt en samenklanken die gewoon niet recht onder elkaar staan. Het wringt en verschuift voortdurend. Mogelijk hoorden ze de organist David Dunnett ook niet goed, want hij lijkt wel in een andere ruimte te spelen. In The annunciation is Tavener ditmaal niet de melodische suikeroom, maar pakt hij eens goed uit, maar het koor is er absoluut niet tegenop gewassen. Het beste slaagde The lament of the Mother of God, met een fabuleuze Solveig Kringelborn die de sterren van de hemel zingt (op grond van de titel van dit werk mag dit in dit geval best letterlijk worden genomen). Jammer alleen dat de hoge koorstemmen nogal scherp klinken. Thunder entered Her bezingt in simpele tertsen het mysterie van de wedergeboorte en wordt prachtig vertolkt door de tenor William Kendall, bijgestaan door Dave Dunnett op orgel en Iain Simcock met zijn twinkelende handbelletjes. In Hymns of Paradise worden de etherische sferen weer opgezocht, met in de Hymnes de bas Donald Sweeney in de rol van voorzanger en het het koor als de gemeente. Het overtuigt evenmin als het laatste werk, God is with us, celebrale koorzang die het midden houdt tussen het van Benjamin Britten geleend idioom en barokke polyfonie, met de monumentale orgelklank als korte slotapotheose.

De ruimtelijke weergave past uitstekend bij Taveners religieuze verkenningen. Bijzonder fraai slaagde The protecting veil, met een werkelijk schitterende cello- en strijkersklank. Toen ik de naam zag van de producers (Andrew Keener en David R. Murray) wist ik het al : vakwerk van de bovenste plank.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links