CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2020

Vertigo - Tartini: The Last Violin Sonatas

Tartini: Sonate in a, B a8 - in A, B A4 - in D, B D19 - in d, B d5 - in D, B D9

Duo Tartini: David Plantier (viool), Annabelle Luis (cello)
Muso mu-040 • 80' •
Opname: Église Saint-Remi, Franc-Warêt (B)

 

Giuseppe Tartini (1692-1770) verenigde de drie eigenschappen die hem in het achttiende-eeuwse muziekleven bepaald geen windeieren legde: virtuoos op de viool, gevierd componist en zeer gewaardeerd muziekwetenschapper. Daar zag er in zijn jonge jaren bij lange na niet naar uit, want zijn vader had bepaald andere plannen met hem: zoonlief moest en zou priester worden en dus werd het de studie theologie, filosofie en literatuur. Het pakte evenwel toch anders uit: Giuseppe werd op de faculteit smoorverliefd op een studiegenote, tevens nichtje van de bisschop. Evenals Giuseppe wilde ze een andere toekomst dan die uitgestippeld leek. Ze namen de benen en begonnen samen een bestaan vol voetangels en klemmen, dat hen – inmiddels getrouwd – uiteindelijk tot in het klooster zou brengen. Giuseppe kwam terecht in een klooster in Assisi, zijn geliefde vond elders onderdak. Toch werd het alsnog eind goed al goed, toen ze later alsnog weer werden verenigd.

De Tsjechische theoreticus Bohuslav Cernohorski zette Tartini op het pad van het componeren, Gasparo Visconti leerde hem in Verona de fijne kneepjes van het vioolspel. Zijn fameuze studie Arte dell'arco (vrij vertaald De kunst van de strijkstok) schreef Tartini in Cremona. Het was financieel zeker een uitkomst dat hij in 1721 werd benoemd als kapelmeester van de Cappella del Santo in Padua, een post die hij tot zijn dood zou bekleden en die hem een vast inkomen bezorgde en hem tevens de mogelijkheid gaf om zich ook met andere muzikale activiteiten bezig te houden. Zo richtte hij in 1728 in Padua een belangrijke vioolschool op die een groot aantal viooladepten uit heel Europa aantrok, waaronder niet de geringste zoals de Nederlander Pieter Hellendaal.

Maar ook als componist lachte het succes hem toe: geleidelijk aan werden zijn composities overal in Europa uitgevoerd en werd zijn virtuositeit op de strijkstok alom geroemd.

In onze tijd heeft zijn werk enigszins te lijden onder het ‘teveel van het goede', een lot dat zijn oeuvre deelt met dat van bijvoorbeeld Vivaldi en Telemann, dusdanig componerende veelschrijvers dat het lastig is om door hun vele bomen het bos nog te zien. Zo schreef Tartini maar liefst zo'n 130 vioolconcerten, 170 vioolsonates, 50 triosonates naast een groot aantal andere sonates en concerten, met bovendien nog uitvoerige verhandelingen over het vioolspel, de kunst van de ornamentatie en de harmonieleer. Ook in deze activiteiten zien we de trias weer opduiken: die van de componist, de violist en de musicoloog.

Tartini is tegenwoordig vooral bekend van slechts één werk: de ‘Duivelstrillersonate'. Het doet stuk doet die naam inderdaad alle eer inderdaad, want het is een ‘duivels' moeilijk werk. Dat brengt me dan tevens bij dit nieuwe album, want ook in deze vijf sonates voor viool en cello is de hoogste graad van virtuositeit tot norm is verheven. Ze eisen van de beide musici niet alleen volmaakt technisch meesterschap op hun instrument maar eveneens de net zo volmaakte muzikale ‘invulling' van al die noten. Waar dan nog bijkomt dat Tartini's typische memorabele ‘cantabile' stijl niet voor iedere musicus is weggelegd. Iedere aarzeling of ongemotiveerde impulsiviteit wordt meedogenloos afgestraft. Als volmaakt evenwicht belangrijk is, dan is het hier wel. Om duizelig van te worden! Wat dan tevens de treffende titel is van deze nieuwe uitgave: ‘Vertigo'.

We weten van Tartini's grote reputatie als vioolvirtuoos uiteraard alleen dankzij de berichten van tijdgenoten, maar mogelijk is er nog een andere aanwijzing: zijn vele optredens met zijn vriend, de abbé Vandini, die als cellist eveneens grote kwaliteiten moet hebben bezeten. Dat laatste laat zich evenmin ‘bewijzen', maar de sonates voor viool en cello laten er geen enkel misverstand over bestaan dat alleen de grootste virtuozen op hun instrument daarin de weg weten te vinden (dat de cellopartij menigmaal het karakter aanneemt van het typische basso continuo doet daaraan niet af). Maar technische brille is niet genoeg: er moet ook intense muzikaliteit uit spreken. En dat dus eveneens voor deze laatste vijf sonates van Tartini, die voor zover bekend nog niet eerder op cd zijn gezet. Het manuscript (gerubriceerd als nr. 9796) bevindt zich in de Franse nationale bibliotheek te Parijs, in 1796 door het leger van Napoleon als oorlogsbuit uit Italië meegenomen.

David Plantier bespeelt een viool van Guadagnini uit 1766 en Annabelle Luis een cello van Chappuy uit 1777. Hun spel is doortrokken van de pure instrumentale schoonheid die zich alleen kan ontvouwen als alle technische hindernissen (en dat zijn er in deze sonates talloze!) zijn overwonnen. Dan pas komt er de nodige ruimte voor de interpretatie zelf. Kortom, volmaakt technisch en interpretatief meesterschap: dat horen we hier mede dankzij de vlekkeloze opname.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links