CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2019

Hosokawa: Regentanz (2018)
Kishino: Sange (2016)
Taïra: Hiérophonie V (1975)
Takemitsu: Rain Tree (1981)

Les Percussions de Strasbourg
PDS 119 • 67' •
Opname: januari 2019, Théâtre de Hautepierre, Strasbourg (F)

   

Ik vraag het me vaak genoeg serieus af: hoeveel mensen zullen die of die cd kopen? Of streamen? Of het gehele programma beluisteren? Ik hoor en zie het om mij heen zo vaak: te weinig rust, te weinig geduld, tegelijkertijd teveel bezig met 'andere dingen', met de blik op de smartphone. En dan heb ik het nog niet eens over moderne of eigentijdse muziek! Stukken waarin je je echt moet verdiepen alvorens het weerbarstige, het ‘moeilijke' zich laat omtoveren tot evocatieve schoonheid. Geen muziek in hapklare brokken, als die al zou bestaan. Zelfs nu, ongeveer een eeuw na Bergs Lulu, Bartóks Wonderbaarlijke mandarijn en – nog ‘lastiger – 'zoiets' als Weberns Symfonie op. 21, blijkt ook dat voor velen nog steeds onontgonnen terrein. Of nog treuriger: men begint er niet eens aan. Ook dat zie ik om mij heen. Laat staan percussiewerken die een paar jaar geleden ontstonden en waarin minder de melodie en meer ritme en repeterende noten (daar hoort ook het ostinato bij) de dominante factor is. Wil dat dan zeggen dat die stukken niet ‘melodieus' zijn? Geenszins, want ook percussie heeft dat in huis, de impressie ervan uiteraard afhankelijk van het desbetreffende instrument. En laten we wel zijn: losse noten kunnen ook melodieus zijn, omdat ze deel uitmaken van het geheel. Zelfs de vele kreten van de percussionisten in ''Hiérophonie V' horen bij het melos!

De muziek op dit nieuwe, kostelijke album is wat de oorsprong ervan betreft een uitgesproken Japanse aangelegenheid. Er zijn immers uitsluitend Japanse toondichters ‘aan het woord'. Dat betekent dus ook sterk Japanse en Aziatische invloeden (geen componist die zijn afkomst verloochent), al is het soms alleen maar door de keuze van het instrumentarium, waaronder de kwon- en watergong en de mokusho. De lijst is lang. Ja, natuurlijk ook de Chinese gong en de tam-tam zijn van de partij, maar dat zijn instrumenten die ook in de westerse cultuur al decennialang zijn ingeburgerd.

De nadruk op de ritmiek wil nog niet zeggen: opzwepende muziek. Misschien is het eerder het fijnzinnige gebruik ervan dat tot zulke fascinerende resultaten leidt. Heel zachte twinkelingen in een ruimtelijk vormgegeven perspectief kunnen indrukwekkender zijn dan ‘veel tamtam'.

Wat ook veel indruk maakt is de scherpte van het klankenpalet, de manier waarop niet alleen de compositie in elkaar steekt, maar ook zoals de ‘scherpte' ervan door dit topensemble wordt geprofileerd. Terwijl op andere momenten de exotische klanken (let nature speak...) juist betoverend overvloeien of verspreiden. Het is bovenal een kunst op zich: zoveel instrumentale kleur in een compositie aan te brengen dat het zelfs kan uitstijgen boven het driedimensionale, van melodie, harmonie, ritme. Dat is wat hier gebeurt en waarop het slagwerkensemble het technisch patent lijkt te hebben. Want het mag dan allemaal wel in de compositie zijn ‘gehuisvest', de deuren ernaar toe moeten wel worden opengezet. A propos, de net zo fenomenale opname maakt op slag duidelijk hoe het met de kwaliteit van uw audio-installatie ervoor staat. Ik merkte tussen drie verschillende systemen uit de midden- en topklasse al grote verschillen, laat staan wat u mag verwachten aan de keukentafel. In het boekje zijn alle teksten ook in het Japans opgenomen, wat iets zegt over de verwachte verkoop in Japan.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links