CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2017

 

Szymanowski: Vioolconcert nr. 1 op. 35 - nr. 2 in a, op. 61

Karlowicz: Vioolconcert in A, op. 8

Tasmin Little (viool), BBC Symphony Orchestra o.l.v. Edward Gardner

Chandos CHSA 5185 • 73' • (sacd)

Opname: januari 2017, Colosseum, Watford (VK)

 

Ik kan mij voorstellen dat de naam van de Britse violiste Tasmin Little (1965) in ons land niet op ieders lippen ligt. In haar thuisland is deze ‘geadelde' violiste (zij ontving in 2012 de OBE uit handen van koningin Elizabeth) echter veel bekender. Op Wikipedia vindt u – voor zover ik dat heb kunnen nagaan - een representatief overzicht van haar loopbaan.

Haar nieuwe opname is om twee redenen interessant. Ten eerste wat het programma betreft (drie twintigste-eeuwse vioolconcerten die, hoewel van Poolse signatuur, toch deels de toenmalige Duits-Oostenrijkse avant-garde weerspiegelen (het concert van Karlowicz ontstond in 1902, de beide concerten van Szymanowski in respectievelijk 1916 en 1933). Ten tweede omdat de vertolking van zowel de solo- als de orkestpartij getuigt van een bijzondere expressieve gloed die de luisteraar voortdurend op het puntje van zijn stoel brengt. Het mag dan volop een Britse aangelegenheid zijn (violiste, dirigent en orkest zijn zo Brits als het maar zijn kan), het gepresenteerde panorama is wel degelijk ingebed in die zelfde twintigste-eeuwse Duits-Oostenrijkse traditie die ook zoveel eminente componisten en musici heeft voortgebracht (denk alleen maar aan Erich Korngold). En als het volgens u Midden-Europees klinkt? Dan heeft u wat mij betreft evenzeer gelijk. Dat is het fascinerende aan (goede) muziek: zij slecht in een oogwenk grenzen of barrières. Al moesten er wel vaak veel bergen voor worden verzet (zoals dat geldt voor Hanns Eislers ‘The Hollywood Songbook': ‘Despite these miseries…')

Van Szymanowski's twee vioolconcerten wordt het Eerste (1916) het meest uitgevoerd. Daarmee is het dus populairder dan het Tweede (1932/33), waar in de gedrukte partituur keurig wordt vermeld: ‘The solo part in collaboration with Paul Kochanski. A la mémoire du Grand Musicien, mon cher et inoubliable Ami, Paul Kochanski' (het Eerste vioolconcert droeg de componist eveneens op aan Kochanski). Het was ook deze topviolist die de eerste uitvoering van het werk gaf: op 6 oktober 1933 in Warschau, met het filharmonisch orkest onder leiding van Grzegorz Fitelberg. Szymanowski's hommage aan zijn grote vriend Kochanski vinden we ook terug in de werktitels in het cd-boekje. Hoe groot het aandeel van Kochanski in de totstandkoming van het werk is geweest weet ik niet (dat is nu juist niet gedocumenteerd), maar het het was in ieder geval de cadens in het eerste deel. Vreemd was dat trouwens niet. Brahms en Mendelssohn bijvoorbeeld vroegen de violist Joseph Joachim om technisch advies (daarvan is overigens vanaf de eerste druk niets terug te vinden: iedere vermelding ernaar ontbreekt). Het lag natuurlijk nogal voor de hand: twee van huis uit pianisten die zich aan het schrijven van een vioolconcert waagden, daar moest wel de technische raad van anderen aan te pas komen (al bleef de uiteindelijk daad uiteraard alleen voorbehouden aan de componist). Beethoven had het niet zo op adviezen, maar wel maakte hij uitvoerig kennis met het vioolspel van Andreas en Bernhard Romberg (Bonn) en later in Wenen van Anton Wranitzky, Joseph Boehm, Karl Amenda, Wenzel Krumpholz, Franz Clement (het Vioolconcert werd in eerste instantie aan hem toegedacht, maar het werd uiteindelijk Beethovens jeugdvriend Stephan von Breuning), Joseph Mayseder, Rudolphe Kreutzer, Pierre Ballot, George Bridgetower en natuurlijk Ignaz Schuppanzigh.

Mieczyslaw Karlowicz' Vioolconcert uit 1902 (hij was toen 26) staat in helder A-groot genoteerd, is opgedragen aan zijn leraar Stanislaw Barcewicz en ambitieus genoeg om niet voor een gelegenheidswerk te worden versleten. Zij het dat de toonzetting beduidend minder oorspronkelijk is dan die van de beide concerten van Szymanowski. Het lijkt er althans sterk op dat Karlowicz de partituur van Tsjaikovski's Vioolconcert uitvoerig heeft bestudeerd alvorens zich aan zijn Concerto op. 8 te zetten. Barcewicz tekende voor de première die op 21 maart 1903 plaatsvond in Berlijn, met het plaatselijk filharmonisch orkest onder leiding van de componist. Karlowicz stierf jong: hij werd slechts 32 jaar. Hij overleed op 8 februari 1909 in Tatra en werd begraven op Powazki in Warschau. Wie zijn zes symfonische gedichten kent weet welk een talent er in hem huisde en welke verwachtingen alleen al daardoor werden gewekt.

Op deze nieuwe Chandos-cd staan deze vertolkingen niet in het teken van pure virtuositeit maar wel van warmbloedig engagement. Dat levert alleen maar een positief saldo op: geen epaterend klatergoud, geen bewust uitgestalde virtuositeit maar alleen de onmisbare kunstvaardigheid ter wille van de muziek (zoals het eigenlijk altijd zou moeten zijn). Wars van enige routine, gedompeld in overrompelende spiritualiteit en bevlogenheid, de frases subliem geprofileerd, de accenten voorzien van goed gedoseerd temperament, levert dit zonder uitzondering vertolkingen op waarvan intens kan worden genoten. Daar komt bij dat dit doorleefde spel hand in hand gaat met een hechte greep op de structuur, wat zeker in Szymanowski's tamelijk weerbarstige Tweede vioolconcert bepaald geen sinecure is. Het BBC Symphony houdt met dit flonkerende solospel gelijke tred en laat onder Edward Gardner horen waarom het nog steeds tot een van de beste Engelse orkesten behoort. Ralph Couzens leverde een sonisch meesterwerkje af. Genoeg complimenten, luisteren!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links