CD-recensie

 

 

© Aart van der Wal, april 2014

 

Stravinsky: Vioolconcert in D

Prokofjev: Vioolconcert nr. 2 in g, op. 63

Patricia Kopatchinskaja (viool),
London Philharmonic Orchestra
o.l.v. Vladimir Jurowski

Naïve V 5352 • 51' •

Opname: mei 2013, Lyndhurst Hall, Londen

   

Toen Igor Stravinsky in 1931 van de violist Samuel Dushkin het verzoek kreeg om voor hem een vioolconcert te componeren, voelde hij er in eerste instantie niet veel voor, zelfs niet toen hij hiertoe tevens werd aangemoedigd door zijn collega Paul Hindemith. Stravinsky liet zich uiteindelijk toch overhalen, maar niet nadat hij Dushkin eerst had gevraagd om hem bij de technische uitwerking van de vioolpartij terzijde te staan. Zoals zo’n vijftig jaar eerder de grote violist Joseph Joachim Johannes Brahms met raad en daad had bijgestaan bij het componeren van diens Vioolconcert.
Stravinsky was zeker niet onbekend met het componeren voor de soloviool, getuige zijn ingenieuze (veel te weinig uitgevoerde) l’Histoire du Soldat uit 1918, maar het schrijven van een echt vioolconcert behoorde toch tot een andere categorie. Uiteraard ging Stravinsky ook bij gerenommeerde collega’s uit het (verre) verleden te rade, bestudeerde hij hun partituren en moet daarvan zeker het een en ander hebben opgestoken, howel hij nooit onder stoelen of banken heeft gestoken dat hij weinig ophad met het concert à la Beethoven en Brahms, en dat hij zich veel meer aangetrokken voelde tot de concerten van Bach, en dan met name diens Dubbelconcert. Wie naar Stravinsky’s Vioolconcert luistert, ontkomt er niet aan dat het toch vooral Bach is geweest die in dit geval als een soort voorbeeldig plechtanker heeft gefungeerd, met zijn neobarokke staketsels die dienovereenkomstige titels meekregen: Toccata, Aria I en II, en Capriccio.
Het stuk biedt de bijzondere combinatie van typisch stravinskiaanse ritmiek en motoriek naast bijzonder fraai uitgewerkte, zangerige aria’s, maar ook ‘duivelse’ ingevingen (die ook ‘duivels’, zeg maar 'grof' gespeeld moeten worden, zoals in l‘Histoire du Soldat!). Dan zijn er de innemende volksmelodieën, dit alles fraais gestoken in een kamermuzikale, transparante jas.
Dat Stravinsky het werk in technisch opzicht als ‘tam’ betitelde, lijkt een regelrecht understatement: het Vioolconcert behoort tot de moeilijkste in zijn soort, en niet alleen wat de rol van de solist betreft. Ook orkest en dirigent moeten het beste been voorzetten om er een overtuigend geheel van te maken.

Wie Dushkin zelf in dit werk wil horen, kan gelukkig terecht bij het label Biddulph, al is de opnamekwaliteit ronduit slecht, waardoor veel details onbelicht blijven. In zijn muziekhistorische context is de waarde ervan bovendien niet vergelijkbaar met bijvoorbeeld de eerste registraties van Bergs Vioolconcert door de violist Louis Krasner.
Een van de meest overtuigende uitvoeringen is en blijft die door de Zuid-Koreaanse violiste Kyung-Wha Chung met het London Symphony Orchestra onder leiding van Andre Previn, door Decca opgenomen in 1972 en 1975, maar ondanks de leeftijd nog steeds klinkend als een klok en al jaren beschikbaar in de goedkope prijsklasse. Bovendien bevat de cd tevens het Eerste vioolconcert van Prokofjev, wat het beeld dus feitelijk compleet maakt. Dat tezamen genomen zet deze nieuwe cd zo op het eerste gezicht op een achterstand.
De beide vioolconcerten van Sergei Prokofjev zijn, in tegenstelling tot dat van Stravinsky, onvervalste repertoirestukken die veel topviolisten op hun repertoire hebben. Bij Prokofjev gaan, in nog sterkere mate dan bij Stravinsky, het duivelse en feeërieke hand in hand, of beide elementen wisselen elkaar in hoog tempo af, evenals drama en lyriek of een zekere dromerigheid.

Het spel van de Moldavische violiste Patricia Kopatchinskaja (ze speelt steevast blootsvoets) is technisch volmaakt, maar ze heeft ook in stilistisch opzicht veel en soms zelf meer te bieden dan de Zuid-Koreaanse: intens en gepassioneerd, vlammend en zinderend, maar ook aanstekelijk fris en zelfs nog puntiger en met (nog) meer kleurrijke nuancering dan Chung, tevens heel mooi gefraseerd, met de spanningen fraai opgebouwd. Haar uiterst spirituele spel vindt zijn evenknie in Vladimir Jurowski en het London Philharmonic die zich in deze bepaald niet malse partituren als haar ideale partners ontpoppen. Er is sprake van ideale balans tussen vorm en inhoud, terwijl de opname best een juweeltje mag worden genoemd.
Jazeker, Kopatchinskaja heeft wat mij betreft in grootse stijl en met een ongekende virtuositeit Kyung-Wha Chung uiteindelijk toch nog net weten te onttronen, al moet worden gezegd dat het Eerste Prokofjev-concert er eigenlijk wel bij had gemoeten en gekund, op één cd. Een curiosum: aan het einde van het Stravinsky-concert volgt nog een track met een overigens niet door Stravinsky geschreven cadens van bijna drie minuten, een gezamenlijke ‘onderneming’ van de violiste en haar collega Pieter Schoeman, de eerste concertmeester van het LPO. Het waarom wordt in het boekje niet uitgelegd, maar briljant is het wel…


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links