CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2017

 

Richard Strauss - Liederen met pianobegeleiding

Richard Strauss - The Complete Songs 8

(R.) Strauss: Cäcilie op. 27 nr. 2 - Wenn... op. 31 nr. 2 - Bruder Liederlich op. 41 nr. 4 - An Sie op. 43 nr. 1 - Die Ulme zu Hirsau op. 43 nr. 3 - Ein Obdach gegen Sturm und Regen op. 46 nr. 1 - Gestern war ich Atlas op. 46 nr. 2 - Die sieben Siegel op. 46 nr. 3 - Morgenrot op. 46 nr. 4 - Ich sehe in einem Spiegel op. 46 nr. 5 - Sie wissen's nicht op. 49 nr. 5 - Junggesellenschwur op. 49 nr. 6 - Drei Lieder aus den Büchern des Unmuths des Rendsch Nameh: Wer sind von der Welt verlangen op. 67 nr. 4; Hab' ich euch denn je geraten op. 67 nr. 5; Wanderers Gemüthsruhe op. 67 nr. 6 - Der Pokal op. 69 nr. 2 - Vier letzte Lieder (bew. Max Wolff en Ernst Roth)*: Frühling; September; Beim Schlafengehn; Im Abendrot

Nicky Spence (tenor), Rebecca Evans (sopraan)*, Roger Vignoles (piano)
Hyperion CDA68185 • 65' •
Opname: 2016, All Saints' Church, East Finchley, Londen

* * *

(R.) Strauss: Uit Acht Gedichte aus 'Letzte Blätter' op. 10: Zueignung; Nichts; Die Nacht; Allerseelen - Uit Sechs Lieder op. 17: Ständchen - Uit Schlichte Weisen op. 21: All mein Gedanken; Du meines Herzens Krönelein; Ach Lieb', ich muss nun scheiden; Ach weh mir unglückhaftem Mann; Die Frauen sind oft fromm und still - Ruhe, meine Seele! op. 27 nr. 1 - Cäcilie op. 27 nr. 2 - Heimliche Aufforderung op. 27 nr. 3 - Morgen! op. 27 nr. 4 - Uit Drei Lieder op. 29: Traumm durch die Dämmerung - Ich trage meine Minne op. 32 nr. 1 - Sehnsucht op. 32 nr. 2 - Liebeshymnus op. 32 nr. 3 - O süsser Mai op. 32 nr. 4 - Himmelsboten op. 32 nr. 5 - Glückes genug op. 37 nr. 1 - Ich liebe dich op. 37 nr. 2 - Meinem Kinde op. 37 nr. 3 - Mein Auge op. 37 nr. 4 - Herr Lenz op. 37 nr. 5 - Hochzeitlich Lied op. 37 nr. 6

Peter Gijsbertsen (tenor), Jozef De Beenhouwer (piano)
Phaedra PH 292035 • 66' •
Opname: december 2015, Blauwe Zaal, deSingel, Antwerpen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Het probleem van de liederen met pianobegeleiding van Richard Strauss is dat ze niet allemaal voortkomen uit ‘Inspirationsgeschäft'. Als het tenminste een probleem mág worden genoemd. Terwijl – toegegeven – smaken nu eenmaal verschillen. Dat het er veel zijn (174 om precies te zijn) legt dienaangade overigens niet of nauwelijks gewicht in de schaal (Schubert schreef er zelfs meer dan 600 en het merendeel daarvan blijft tot in detail fascineren). Bij Strauss is de pianopartij veelal ‘orkestraal' gedacht, wat de begeleiding een zekere mate van aanvullende 'Reiz' verleent. Het lijkt er veelal op dat in zijn hoofd het orkest als het ware meespeelde. Een goed voorbeeld daarvan zijn ‘Cäcilie', ‘Heimliche Aufforderung', ‘Morgen!' en ‘Ruhe, meine Seele!', niet toevallig een liedkwartet dat Strauss speciaal componeerde voor zijn Pauline en aldus op hun huwelijksdag in 1894 niet zonder trots aan haar cadeau deed. En het is evenmin toevallig dat dit viertal tot het beste behoort dat Strauss in zijn lange creatieve leven voor zangstem en piano heeft gecomponeerd.

Dat niet ieder lied een flonkerend juweel is betekent voor zowel de vocalist als de begeleider (overigens een begrip dat absoluut geen recht doet aan dit onmisbare, maar bovenal uiterst veeleisende onderdeel van de liedkunst; en al helemaal bij Strauss) dat serieus moet worden gepoogd om het lied als het ware boven zichzelf uit te tillen. Dat het niet altijd lukt betekent nog niet dat het niet het proberen waard is, maar op deze beide cd's zijn genoeg geslaagde voorbeelden daarvan te vinden.

De cd van Phaedra is, het repertoire in ogenschouw genomen, het meest interessant. Dat kon ook gemakkelijker: er is immers een in dit geval zeer smaakvol uitgepakte selectie uit Strauss' omvattende liedoeuvre gedaan. Dat is anders met de Hyperion-uitgave, waar sprake van de integrale vastlegging en daar zitten dus ook die wat minder geslaagde vruchten tussen. Deze achtste uitgave zet in ieder geval de kroon op het omvangrijke werk. Waarbij ik gelijk aanteken dat het niet per se wenselijk is om van een componist werkelijk alles te bezitten (veelal de bekende 'aanschaf in bulk'). Niet iedere Bach-cantate is geniaal (ook de Thomascantor moest het soms van zijn routine hebben), zoals niet iedere Haydn- of Mozart-symfonie dat is. Gelukkig maar, want onderscheid en appreciatie passen nu eenmaal naadloos bij elkaar.

De Hyperion-cd bevat tevens de Vier letzte Lieder. Niet voor stem en orkest, maar voor stem en piano. In de toelichting wordt die keus ‘verdedigd' met de stelling – ik noemde het reeds – dat Strauss orkestraal concipieerde, maar ik heb deze door Max Wolff en Ernst Roth gemaakte versie (Roth alleen ‘Im Abendrot') nooit met veel enthousiasme afgespeeld. Ik heb er nu eenmaal niet veel mee op. Het is alleen een aardig substituut bij gebrek aan de (veel) betere orkestversie. Maar thuis zwelgen, zo niet grossieren we daar nu juist in en dan levert de pianoversie geen equivalente waarde op ten opzichte van de (schitterende!) orkestversie (waarmee ik dan gelijk de zin van menige bewerking onderuit schoffel).

De grote Strauss-zangers van weleer hebben dit repertoire tot in de perfectie vastgelegd. De lijst is indrukwekkend, maar natuurlijk kan het geen kwaad als een nieuwe generatie zangers zich over dit repertoire buigt. De tijd heeft niet stilgestaan, interpretaties evenmin. Wat met name vanaf de jaren vijftig op dit gebied is gepresteerd, is niet voor welke verbetering ook vatbaar (of het zou de geluidskwaliteit moeten zijn), maar het is aan de jonge(re) zangersgeneratie om te bewijzen dat het wel degelijk anders kan. Dat is trouwens ook de enige waardevolle insteek, want niemand zit te wachten op epigonisme (tenzij men het bestaande repertoire niet of onvoldoende kent, want dan is immers alles wat men krijgt voorgeschoteld ‘nieuw').

Liedkunst heeft alles te maken met tekstbeleving, verbeelding, timing en niet in de laatste plaats vocale en instrumentale techniek. Daarbij past een helder onderscheid tussen kunst- en volkslied. In de negentiende eeuw kreeg de romantische dichtkunst stevig grip op de liedkunst en was het aan de pianist voorbehouden om de tekst gevoel voor proportie te versterken, of juist te verzachten, of slechts te versieren (omspelen). Het was dus niet altijd uitsluitend aan de zangstem om de betekenis (en daarmee de draagwijdte) van de tekst op de toehoorders over te brengen, al lag daar uiteraard wel doorgaans het primaat. Maar ook de ‘begeleiding' speelde daarin een wezenlijke rol van betekenis. Een rol die zich toen verder uitstrekte naar met name de liedcomposities van Schubert en Schumann, maar ook in die van Mendelssohn en zelfs nog Beethoven. Het is een genre dat ook in de laatromantiek een uiterst belangrijke rol bleef vervullen (denk in dit verband alleen maar aan Wolf, Mahler en Strauss; en bij ons aan Johannes Verhulst). Het is ook een periode waarin de romantische thematiek heftiger en meer uitgesponnen werd. Het is een proces dat zich ook in deze interpretaties optimaal voltrekt. Dat Strauss het de zanger niet gemakkelijk heeft gemaakt verhoogt eerder de spanning van het betoog dan dat het er afbreuk aan doet. Het hoort bij de expressie om niet alleen stevig uit te pakken als dat geboden is, maar pure stemschoonheid geen dominante factor te laten zijn.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links