CD-recensie

Magistrale Elektra in Het Muziektheater

 

© Aart van der Wal, december 2012

 

 
   
   

R. Strauss: Elektra

Michaela Schuster (Klytämnestra), Evelyn Herlitzius (Elektra), Camilla Nylund (Chrysothemis), Hubert Delamboye (Aegisth), Gerd Grochowski (Orest), Tijl Faveyts (Der Pfleger des Orest), Iris Giel (Die Vertraute), Hiroko Mogaki (Die Schleppenträgerin), Pascal Pittie (Ein junger Diener), Jan Alofs (Ein alter Diener), Elaine McKrill (Die Aufseherin), Helena Rasker, Lien Haegeman, Astrid Hofer, Anja van Engeland, Lisette Bolle (Fünf Mägde), Toonkunstkoor Amsterdam, Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht

Challenge Classics CC72565 • 63' + 41' • (2 sacd's)

Live-opname: oktober 2011, Het Muziektheater, Amsterdam


Naar verluidt heeft De Nederlandse Opera zelf het initiatief genomen om de vierde reeks voorstellingen van Elektra in de regie van Willy Decker nu op cd uit te brengen. Ongetwijfeld zal menigeen het jammer vinden dat een van de eerdere series die ‘eer’ niet te beurt is gevallen, met onder meer Hartmut Haenchen en Hans Vonk op de bok, maar in ieder geval mag worden gezegd dat wat hier uit de luidsprekers komt, muzikaal op het hoogste internationale niveau staat (de beide Böhm-opnamen en de Decca-opname onder Solti meegerekend).

Marc Albrecht, die met deze voorstelling aantrad als de nieuwe chefdirigent van DNO, had al bij zijn debuut in Het Muziektheater met Die Frau ohne Schatten laten zien dat de muziek van Richard Strauss een kolfje naar zijn hand was. Sterker nog, hij voelde zich daarbij als een vis in het water. Die indruk wordt hier versterkt met een partituur die al te vaak ontaardt in een pure klankorgie die niet alleen menig orkestraal detail, maar ook vocale nuances in de kiem smoort. Niets daarvan in deze registratie die het onderste uit de kan haalt bij het Nederlands Philharmonisch Orkest, door Haenchen in de loop der jaren getraind tot een ensemble dat alle uithoeken van het Duitse repertoire feilloos beheerst. En dat niet alleen, maar van het openingsfortissimo ('gewoon' ff) tot het slot (ff > fff) schittert het orkest ook in de meest overweldigende tutti door een ronde, warme klank, waarbinnen alle instrumenten op hun plaats vallen.
Zoals in Die Frau ohne Schatten demonstreerde Albrecht opnieuw zijn vaardigheid om ook een omvangrijk Strauss-orkest kamermuzikale contouren te geven. Van de doorzichtige tutti tot alle momenten waar Strauss diverse instrumentalisten de kans biedt om solo of in ragfijn samenspel hun individuele vaardigheid te tonen, bewijzen de musici van het NedPhO dat deze partituur wel degelijk even verzorgd en zelfs 'mooi' kan klinken als de muziek van Don Juan of Der Rosenkavalier. Eerlijk is eerlijk: hier past zeker ook een woord van lof voor de technische dienst van Het Muziektheater en verder iedereen die ertoe hebben bijgedragen dat deze opname kon worden gerealiseerd. Wie nog steeds mocht menen dat Culshaw's Decca-productie van de uitvoering onder Georg Solti technisch niet overtroffen kan worden, moet snel deze sacd’s in huis halen en dan – om de vergelijking ‘eerlijk’ te maken – in stereo-modus afspelen!

Een schot in de roos is de bezetting van de hoofdrollen, met drie zangeressen die ieder voor zich de extreme eisen van deze partituur moeiteloos het hoofd weten te bieden. In de titelrol komt Evelyn Herlitzius stralend boven de zwaarste orkestrale golven uit, waarbij ze zelfs de suggestie van lyriek en zelfs breekbaarheid overeind weet te houden. Misschien nog opvallender is dat zij daarbij verstáánbaar blijft - in de huidige operawereld inmiddels een zeldzaamheid. Zo kan de centrale scene met Klytämnestra uitgroeien tot een psychologische confrontatie die de tekst van Hofmannsthal nu eens echt waardig is.
Met Michaela Schuster had De Nederlandse Opera wederom een troefkaart in huis: geen ‘afgezongen’ Elektra (hoewel Astrid Varnay in de verfilming van Götz Friedrich onvergetelijk blijft), maar een Klytämnestra die wel degelijk nog kan zingen, en die zich daarmee vocaal beweegt op een niveau dat een vorstin waardig is. Uitstekende derde in dit gezelschap is Camilla Nylund, die voor de niet altijd dankbare rol van de jongere Chrysothemis een timbre meebrengt dat duidelijk lichter is dan dat van Evelyn Herlitzius, maar die vocaal moeiteloos met haar extatische, van wraak bezeten zuster kan meegaan.
In vergelijking daarmee zijn de twee mannelijke 'hoofdrollen' vocaal tamelijk eenvoudig, maar hun althans in tijdsduur gemeten geringe aandeel maakt wel dat zij al meteen bij hun eerste maat er moeten 'staan'. Ook hier blijft geen wens onvervuld. Gerd Grotowski heeft de persoonlijkheid, de dictie en de dragende tonen om Orest meteen bij zijn eerste woorden tot gelijkwaardige tegenspeler van Elektra te maken en Hubert Delamboye weet in zijn korte bijdrage Aegisth zowaar boven het karikaturale te verheffen. De schitterende, door Paul Lardenoije gemaakte opname laat ons gelukkig weinig toneelgeluiden horen (zeker als het visuele element ontbreekt leiden die alleen maar af): hoogstens af en toe een voetstap op de – in deze opera schaarse! – stillere momenten.

Valt er verder nog iets te vermelden? Hooguit de gedistingeerde presentatie in 'boekvorm' met enkele fraaie sfeerfoto's. Conclusie: deze eerste 'eigen' cd-productie van De Nederlandse Opera blijkt een uitgave die menige buitenlandse 'topproductie' naar het reservebankje verwijst… Het zoveelste bewijs dat wat van ver wordt gehaald niet altijd lekker(der) is. Chauvinisme is bovendien geen zonde!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links