CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2016

 

Stojowski: Vioolconcert nr. 2 in g, op. 22 - Romance op. 20

Wieniawski: Fantaisie brilliant sur des motifs de Faust

Bartlomiej Niziol (viool), BBC Scottish Symphony Orchestra o.l.v. Lukasz Borowicz

Hyperion CDA681012 • 56' •

Opname: juni 2015, City Halls, Candleriggs, Glasgow

 

Het Engelse label Hyperion komt grote waardering toe voor het onvermoeibaar discografisch in kaart brengen van (vrij) onbekend repertoire. Zeker in een nog steeds krimpende cd-markt getuigt dat van moed en dat mag op zijn minst best bijzonder heden. In de zich nog steeds uitdijende serie 'The Romantic Violin Concerto' verscheen onlangs deel 20, met het Vioolconcert op. 22 en de Romance op. 20 van Stojowski, aangevuld met de meer bekende Fantaisie brilliante (en wat voor een) van Wieniawski.

De naam van Zygmunt of Sigismund Stojowski (Strzelce, 1869-New York, 1946) zal zeker niet op ieders lippen liggen voor zover er überhaupt een belletje gaat rinkelen. Het verging zijn muziek zoals zoveel andere: in haar tijd (tamelijk) populair, maar geleidelijk naar het rijk der nevelen verhuisd, soms zelfs ten prooi gevallen aan totale vergetelheid. Vaak betrof het muziek die door de componist zelf werd gespeeld, of waar collega-musici van andere kunne in geïnteresseerd waren. Wie over een gedegen eigen netwerk beschikte slaagde er meestal wel in zijn werk uitgevoerd te krijgen, hoewel ook in de negentiende eeuw zekere kwaliteit een voorwaarde was (misschien nog wel meer dan nu...)
Stojowski schreef weliswaar vioolconcerten, maar hij was van huis uit pianist, en geen geringe. Hij was nauwelijks vijftien toen hij al publiekelijk optrad met Beethovens Derde pianoconcert en daarvoor en passant ook nog een eigen cadens componeerde (kom daar vandaag de dag maar eens om). Compositielessen kreeg hij niet van de eerste de beste: Léo Delibes was zijn leermeester aan het prestigieuze Parijse conservatorium, waar Théodore Dubois hem daarnaast harmonie en contrapunt bijbracht. Na zijn conservatoriumtijd ging hij voor de vervolmaking van zijn pianospel in de leer bij niemand minder dan zijn gevierde Poolse landgenoot Ignace Jan Paderewski (die hem zijn muzikale leven lang heeft geïnspireerd). Je zou kunnen zeggen dat Stojowski zijn leraren met zorg uitkoos en dat zij zonder uitzondering het muzikale talent in hem herkenden (docenten van dit niveau nemen geen leerlingen aan van te weinig muzikaal portuur). Dat talent werd ook herkend door Tsjaikovski, die de nog jonge pianist en componist in Parijs had ontmoet. De Rus toonde zich daarbij niet minder onder de indruk van Stojowski's ruime talenkennis. Toen Tsjaikovski op 1 juni 1893 in de Londense St. James Hall de Engelse première gaf van zijn Vierde symfonie was het Stojowski die hem dagelijks bijstond voor de vertaling uit het Engels. Tsjaikovski stak zijn waardering hierover niet onder stoelen of banken: een paar dagen na de première ontving Stojowski de orkestpartituur die Tsjaikovski voor de gelegenheid had gebruikt, met daarin diens handgeschreven opdracht: 'Sigismund Stojowski souvenir affectueux P. Tsjaikovski 9 juin 1893 Londres'.

Stojowski's Tweede vioolconcert (waarom heeft Hyperion dit nummer er niet bij vermeld?) werd al direct na de première in de Parijse Salle Érard op 25 maart 1900 door zowel publiek als critici warm ontvangen. Desondanks won het vervolgens niet aan populariteit. Het werk werd zelfs tot voor kort slechts zelden uitgevoerd (wel werd er al eerder een opname van gemaakt, door de niet minder goed geëquipeerde Agnieszka Marucha met het symfonieorkest van Navarra op het label Acte Préalable, met eveneens de Romance als voor de hand liggende koppeling, naast de Tweede vioolsonate op. 37). Over de redenen tasten we in het duister, maar een feit is wel dat het aanvankelijke enthousiasme voor het werk niet kan verhelen dat de muzikale ideeën doorgaans beter zijn dan de uitwerking ervan en dat het rapsodisch karakter met name in het openingsdeel toch wel parten speelt. Het best slaagde het dichterlijk uitgesponnen Andante, een uitmuntend voor de soloviool geschreven gezang dat diepe indruk maakt en dat wordt afgewisseld door heftige passages. Fascinerend is ook de ingevlochten harppartij die aan het slot van dit deel een sprookjesachtige sfeer oproept.
De Romance dateert van rond 1900, toen ook het Vioolconcert het licht zag. Mogelijk componeerde Stojowski het korte werk (het neemt nog geen zeven minuten in beslag) als herinnering aan zijn ontmoeting met de Franse violist Jacques Thibaud (1880-1953) in de Poolse hoofdstad tijdens het concertseizoen 1901/02, ter gelegenheid van de inauguratieconcerten van het zojuist opgerichte filharmonisch orkest van Warschau. Het is een fraai voorbeeld van wat pure stemmingsmuziek vermag, met een grote expressieve warmte en een orkestklank in volle bloei.

Henryk Wieniawski (1835-1880) componeerde zijn Fantasie op motieven uit Charles Gounods opera Faust in 1865, zes jaar na de première daarvan in Parijs en een jaar na de succesvolle productie in Sint-Petersburg. Mogelijk heeft Wieniawski een van beide voorstellingen bijgewoond. Gounods Faust bleek een populair bewerkingsthema, getuige de goed geslaagde arrangementen van Alard, Dancia, Vieuxtemps en Sarasate. Wieniawski maakt daarop geen uitzondering. Het werk is niet alleen briljant maar ook inventief gecomponeerd, met veel aandacht voor de rol van zowel de soloviool als het orkest. Dat de Fantasie uitpakt als een miniatuur-vioolconcert waarvan de delen zonder onderbreking in elkaar overgaan, hoeft niet te verbazen: naast de introductie zijn er maar liefst vier aria's en de beroemde wals die zich uitstekend voor een bewerking lenen.

Hyperion legt met deze serie veel eer in, en niet in de laatste plaats wat het uitvoeringsniveau en de opnamekwaliteit betreft. De bijgeleverde documentatie is concies, maar juist daardoor niet minder verhelderend. Al met al een extra stimulans om dit repertoire ook als muziekconsument te omarmen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links