CD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2020

Haydn: Concert voor twee draailieren en orkest nr. 1 in C, Hob. VIIh:1 - nr. 3 in G, Hob. VIIh:3 (bewerking voor fluit en hobo)

(C.) Stamitz: Concert voor fluit en hobo in G - Fluitconcert in D

Ana de la Vega (fluit), Ramón Ortega Quero (hobo), Trondheim Soloists
Pentatone PTC 5186 823 • 65' •
Opname: juni 2019, Selbu Kirke, Trondheim (N)

 

Het Noorse Trondheim (ca. 180.000 inwoners) herbergt een ensemble dat zeker vergelijkbaar is met ‘ons' Amsterdam Sinfonietta: Trondheimsolistene, ofwel de Solisten (van) Trondheim. Een strijkersensemble dat, zoals van de naam kan worden afgeleid, puur uit solisten bestaat; of althans de daarvoor vereiste kwaliteiten in huis zouden moeten hebben. Het oorspronkelijke uitgangspunt was het trainen van jonge strijkers, in gang gezet in 1988. Nadat het leerproces was omgezet in een hoge graad van professionalisme won het ensemble allerlei prestigieuze prijzen en begonnen meerdere topsolisten zich voor het ensemble te interesseren. Daaronder de Duitse violiste Anne-Sophie Mutter en sinds enige jaren de Amerikaanse celliste Alisa Weilerstein, die regelmatig met de Trondheimsolistene optreedt, al is zij niet de artistiek leider: dat is Geir Inge Lotsberg.

Vergelijkbaar met Amsterdam Sinfonietta, zowel wat betreft de klankcultuur als het repertoire dat zo ongeveer het gehele spectrum bevat, van barok tot eigentijds, met inbegrip van de popmuziek. We zien dat laatste overigens steeds meer op de voorgrond treden: het afwijken van de bekende paden om twee voor de hand liggende redenen: meer geld in het laatje en meer spreiding. Zo kunnen twee vliegen in een klap worden geslagen. Zoals we dat ook zien bij sommige musici, waaronder Remy van Kesteren en Lavinia Meijer.

Het openings- en slotstuk van dit nieuwe album heeft enigszins de kenmerken van een curiositeit, tenminste in zijn oervorm: Haydns beide concerten (hij schreef er vijf) voor twee draailieren (lire organizzate) en orkest, ditmaal vervangen door fluit en hobo. De draailier was vooral bekend in de achttiende eeuw. De koning Ferdinand van Napels was er zelfs verzot op en liet toonaangevende componisten er speciaal voor schrijven, waaronder Ignace Pleyel en Joseph Haydn. In het boekje wordt de suggestie gewekt dat Haydn door de beperkte mogelijkheden van het instrument zijn kans schoon zag om nog eens extra inventief uit te pakken, wat door het sterk diverterende karakter van deze concerten inderdaad lijkt te worden bevestigd, maar een feit is wel dat de meeste werken van Haydn hoogst geïnspireerd en inventief zijn en dat dit niet zozeer te maken heeft met een of meerdere specifieke instrumenten, maar met Haydns grote kwaliteiten als componist.

De beide concerten van Carl Stamitz, een tijdgenoot van Haydn, blijken binnen dit programmaconcept een uitstekende keus te zijn en zeker zoals ze hier worden gespeeld: kleur- en facetrijk, de vele kostelijke invallen – evenals bij Haydn – fraai uitbuitend en met veel gevoel voor frasering, nuance en stemvoering. Hulde ook dat het klavecimbel niet ontbreekt. De cadensen werden geschreven door de Duitse violist Daniel Röhn en hij deed dat voortreffelijk. Het productieteam van Polyhymnia heeft voor een fraaie omlijsting gezorgd. Een aanrader en niet in de laatste plaats omdat dit geen repertoire is dat we op de concertpodia en in de studio vaak tegenkomen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links