CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juni 2024

Suite italienne - Vivaldi | Sollima | Stravinsky

Vivaldi: Vioolconcert in D, RV 208 (Il Grosso Mogul)

Sollima: Tyche

Stravinsky/Fleck: Suite italienne

Jonian Ilias Kadesha (viool), CHAARTS Chamber Artists
Linn CKD 742 • 55' •
Opname: dec. 2022, Alte Kirche, Boswil (Zwitserland)

 

Op de site van het Nederlands Kamerorkest staat een uitspraak van de Grieks-Albanese violist Jonian Ilias Kadesha dat ook ten aanzien van deze nieuwe uitgave die de titel Suite Italienne meekreeg, wist te ontlopen: Het gevaar is dat je bij het spelen in een studio op safe modus gaat, omdat het altijd over kan. Je moet altijd de illusie blijven scheppen alsof er publiek bij is.'

Er valt voorts over deze musicus te lezen dat hij zijn opleiding volgde aan de fameuze Kronberg Academy en dat hij zijn uitzonderlijke talent niet alleen als prijswinnaar heeft bewezen maar ook als solist bij diverse belangrijke orkesten en kamermuziekensembles. Hij trad op met onder anderen Martha Argerich, Nicolas Altstaedt en Gábor Takács-Nagy, en op een groot aantal muziekfestivals, waaronder die van Verbier en Mecklenburg-Vorpommern. Daarnaast is hij de oprichter van het meerdere malen onderscheiden Caerus Chamber Ensemble en het Trio Gaspard. De laatste jaren heeft hij zich ontwikkeld tot concertmeester annex artistiek leider van meerdere kamerorkesten, waaronder het Scottish Chamber Orchestra, de London Mozart Players en het Nederlands Kamerorkest. Kortom een musicus van formaat en niet alleen op papier ('the proof of the pudding is in the eating,' zoals de Britten terecht zeggen).

Zijn 'roots' horen we duidelijk terug in zowel deze stukken als deze vertolkingen: het is een en al warmbloedige passie en instrumentale gloed die ervan afstraalt, niet alleen van de solist maar ook van het ensemble dat moeiteloos lijkt te worden meegezogen in Kadesha's bijzonder aanstekelijke spel. Maar hoeveel speelvreugde er ook van mag uitgaan, niet minder belangrijk is de technische afwerking en die is deeltje na deeltje - soms bijna adembenemend - goed, terwijl het muzikale karakter van de muziek even meesterlijk wordt getroffen. Er schuilt in dit klankfeest bovendien zoveel zwier en humor dat er een onweerstaanbaar magnetische werking van uitgaat.

Het meest attractief in deze setting is Vivaldi's brisante Vioolconcert RV 208 (Il Grosso Mogul), waarin bepaald niet voor de eerste keer het ongelijk van Stravinsky wordt aangetoond, die ooit beweerde dat de Venetiaan 'a dull fellow' was 'who could compose the same form so many times over.'

Het minst aantrekkelijk is het concertante vijfdelige Tyche (voor soloviool, strijkorkest, luit en percussie) van Giovanni Solima (*1962), waar in het slotdeel, Metamorphosis, Vivaldi om de hoek komt kijken (de aria 'Della tua sorte' uit Giustino RV 717). Het stuk is in 2021 geschreven in opdracht van het festival Boswiler Sommer en speciaal bedoeld voor Jonian Ilias Kadesha (hij was in 2018 'artist in residence' van het festival) en nu voor het eerst op cd vastgelegd. Boswil is ook de zetel van het instrumentaal ensemble CHAARTS Chamber Artists, dat wordt geleid door Andreas Fleck en Flavia Grubenmann.

De Italiaanse componist en cellist licht diens Tyche als volgt toe:

'Toen Andreas Fleck en Jonian Ilias Kadesha mij vroegen om een vioolconcert te schrijven en na te denken over het thema geluk, twijfelde ik geen moment aan de haalbaarheid van dit idee! De connectie was direct die met Dea Fortuna, het equivalent daarvan in het oude Griekenland, Jonians wortels (Grieks-Albanees), mijn wortels (Arbereshe, een oude Albanese etnische minderheid in centraal en zuidelijk Italië en op het eiland Sicilië), de geschiedenis zelf, populaire culturen, rituelen, enzovoort. Enkele muzikale sporen komen ook uit het verleden. Het stuk is verdeeld in vijf samenhangende delen, waarbij de thema's soms verborgen zijn en soms duidelijk waarneembaar. Een oud werk is 'Fortune my Foe', een anoniem volkslied uit Engeland, dat destijds werd 'geadopteerd' door William Byrd, John Dowland en andere componisten. Ik heb altijd van deze vormen van toeëigening gehouden, en daarom wilde ik dit op mijn eigen manier toepassen.. Het andere werk is 'Della tua sorte' uit de opera Giustino (1724) van Vivaldi, waarbij ik op een vergelijkbare manier te werk ging. Ik gebruikte daarbij geen modulaire vorm van variaties, maar dacht aan een geleidelijke metamorfose zonder onderbreking. Het concert heet Tyche, In de Griekse mythologie is zij de godin van het lot, het fortuin (of het kwaad) en de kans, strikt genomen de goddelijke tegenhanger van het oude Romeinse Fortuna.'

Het lijkt veelbelovend, maar helaas, de werkelijkheid pakt anders uit met een overmaat aan clichés en stoplappen, waardoor de aandacht - althans bij mij - al snel verslapte. Interessant is wel het slotdeel, in het bijzonder Rite ('Cadenza - Calmo e libero') en Metamorphosis, beide fantasierijk gecomponeerd en niet zonder  buitenissige effecten die evenwel de neoklassieke antecedenten niet overboord werpen. Verbeeldend is voorts de programmatische binding met zowel Vivaldi als Stravinsky, al hoort u diens Suite italienne (waarvan drie deeltjes zelfs rechtstreeks naar muziek van Pergolesi wijzen) op dit album minder kleurrijk dan het origineel, in deze bewerking van Andreas Fleck voor strijkorkest, klavecimbel en viool. Wat niet wegneemt dat in deze snedige negen 'hoofdstukjes' een frisse en vrolijke geest rondwaart, gekruid geaccentueerd door Kadesha en CHAARTS. Zowel Kadesha als het ensemble voelt zich in dit repertoire als een vis in het water. Gezamenlijk weten ze er zelfs een bruisend partynummer van te maken. De muziek vráágt er gewoon om, moeten ze hebben gedacht. En de luisteraar? Die wordt erin meegesleept, mede ook dankzij de opname van demonstratiekwaliteit.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links