CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2020

Sjostakovitsj: Pianokwintet in g, op. 57 - Zeven Romances op gedichten van Aleksander Blok op. 127*

Ekaterina Semenchuk (mezzosopraan)*, Trio Wanderer m.m.v. Catherine Montier (viool) en Christophe Gaugué (altviool)
Harmonia Mundi HMM 902289 • 57' •
Opname: februari en augustus 2019, Teldex Studio, Berlijn

   

Met alle respect voor de artistieke prestaties van het Trio Wanderer: het meest interessante onderdeel van dit album zijn uiteraard de Zeven Romances op teksten van de grote Russische symbolist Aleksandr Blok (1880-1921), samengebracht in deze vocaal-instrumentale suite voor sopraan, piano, viool en cello, die de componist het opusnummer 127 heeft meegegeven en die doortrokken is van lijden en dood. Het is de typische receptuur die Sjostakovitsj zijn werkzaam leven lang heeft aangehangen.

Met de keuze voor de mezzosopraan is er wel een, zij het gering, probleem geschapen, want Sjostakovitsj had voor deze cyclus een ander stemtype in gedachten: dat van de sopraan Galina Visjnevsjkaja, die samen met haar echtgenoot, de cellist (en latere dirigent) Mstislav Rostropovitsj, de pianist Mieczyslaw Weinberg en de violist David Oistrach er de eerste uitvoering van gaf, op 25 oktober 1967 in de grote zaal van het conservatorium in Moskou.

Ik hoef hier, denk ik, niet uit te leggen dat het stemtype van de mezzo zich globaal gezien tussen dat van de sopraan en de alt beweegt. Hoewel door de vele uiteenlopende facetten die deze muziek kenmerken aan de interpretatieve kwaliteiten extra gewicht moet worden toegekend en daardoor het stemtype enigszins naar de achtergrond verschuift, had ik toch de voorkeur gegeven aan de sopraan in plaats van de mezzo. Terwijl een sowieso heldere stem zegenrijk uitwerkt op het uitgesproken lucide karakter van deze stukken. Wat daarbij tevens meespeelt is de wijze waarop Sjostakovitsj deze suite (want dat is het in feite) vorm heeft gegeven: als duet (stem en slechts één instrument), trio (stem en twee instrumenten) en in het laatste lied (‘Muziek') als kwartet (stem en alle drie instrumenten samen). Wat ten slotte ook pleit voor de inzet van de sopraan is het – zij het bescheiden – toegepaste twaalftoonssyteem (wat in de vocaal-instrumentale Veertiende symfonie, eveneens gedacht als kamermuziekwerk, nog ruimer aan bod zou komen). Vocale transparantie is in dit geval een factor die enigszins kan meewegen. Dat laatste wordt vooral duidelijk in het slotlied, waar boven maar onder lange sostenuto's van de beide strijkers en de piano niet de sopraan maar de mezzo oreert, wat een duidelijk ander effect oplevert.

Dit gezegd hebbende is de bijdrage van deze mezzo, Ekaterina Semenchuk, werkelijk verbluffend; en wel zodanig dat het gememoreerde bezwaar van mezzo versus sopraan voor mij vrijwel wegviel: het engagement is groot, haar beeldend vermogen exemplarisch en de instrumentale bijdragen (wat tevens geldt voor het Pianokwintet) subliem. Dat Visjnevsjkaja onvergetelijk is en blijft doet er niets aan af.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links