CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2020

Sjostakovitsj: Cellosonate in d, op. 40

Rachmaninov: Cellosonate in g, op. 19

Alexander Warenberg (cello), Giuseppe Guarrera (piano)
TRPTK 0036 • 72' •
Opname: december 2018, Muziekgebouw, Eindhoven

   

Vorig jaar november besteedde het tv-programma ‘Podium Witteman' in de serie ‘Pauls Jonge Helden' aandacht aan wat een supertalent werd genoemd: de 20-jarige cellist Alexander Warenberg, die in zijn zeer jonge jaren eerst studeerde bij Monique Bartels aan het Sweelinck in Amsterdam en later bij Frans Helmerson aan respectievelijk de Barenboim-Said Akademie in Berlijn en de Kronberg Academy in het Duitse Taunus-gebergte, een trainingscampus dat zich toelegt op de kamermuziek en uitsluitend toegankelijk is voor toptalent. Educatieve bagage dus die er bepaald toe doet en deze uitgesproken innemende, in 1998 in Voorburg geboren musicus uiteraard geen windeieren heeft gelegd. Al ben je er natuurlijk nog niet met een (zeer) goede vooropleiding en veel talent.

Dat laatste geldt in vergelijkbare mate voor de pianist, de Italiaan Giuseppe Guarrera (1991). Ook hij studeerde aan de Barenboim-Said Akademie (waar hij inmiddels ook lesgeeft), bij Nelson Goerner, naast een aantal andere ‘leergangen', bij onder meer Eldar Nebolsin aan de Hochschule für Musik Hanns Eisler. Evenals Warenberg is Guarrera een groot talent en tevens winnaar van een groot aantal prijzen.

Twee zeer succesvolle musici, maar hoe brengen ze het er in dit veeleisende recital vanaf? En dan bovendien nog in repertoire waar zich alle muzikale groten der aarde over hebben gebogen en waarover in muzikaal opzicht inmiddels toch wel alles als gezegd kan worden beschouwd. Zeker, ook Warenberg en Guarrera ontkomen er niet aan: hoe intens muzikaal ook – en daarvan is hier zeker sprake -, nieuwe inzichten vallen er niet te ontdekken, maar als dat wél het geval zou zijn geweest? Dan zou het waarschijnlijk in de verkeerde richting hebben gewezen, zouden andere topmusici het jarenlang verkeerd hebben gedaan, tenzij de een of andere vondst – wat soms gebeurt – een ander licht op een vertrouwde partituur heeft geworpen. Nee, wie zomaar uit het niets met nieuwe inzichten komt op basis van hetzelfde notenmateriaal moet wel ongelooflijk sterk in zijn artistieke schoenen staan, wil er althans geen sprake zijn van gekunsteldheden, waardoor geen recht wordt gedaan aan wat de componist heeft neergeschreven. Trouwens, wie zit te wachten op een karikatuur van het origineel?

Heel soms gebeurt er iets waarvan je denkt: hè, staat dat er werkelijk? Snel opgezocht blijkt het dan een detail te zijn dat eerder over het hoofd is gezien of waaraan net een andere invulling wordt gegeven, terwijl het op die manier wél kan. Of omdat het ook zo kan worden gelezen. Ik denk bijvoorbeeld aan de inleidende Es-groot arpeggio's in Beethovens Vijfde pianoconcert zoals Glenn Gould die meende te moeten vormgeven. Zou het kunnen zijn dat Beethoven het zó en niet anders had bedoeld? Het voert in dit bestek te ver om er dieper op in te gaan, maar toegegeven: intrigerend is het wel. Of neem Grigori Sokolov of Arkadi Volodos. Ze veroorloven zich vrijheden vanuit het zicht op de Laatromantiek, toen die meer vaste grond onder de voeten kregen. Indrukwekkend, maar dan toch tamelijk ver afstaand van de niet minder indrukwekkende, maar als vrij koel te bestempelen pianostijl van Rachmaninov. Dat was toch ook een Russische Laatromanticus? Zeker, maar wel vanuit een ander perspectief. Of neem Otto Klemperer die al eind jaren twintig van de vorige eeuw een streep meende te moeten zetten onder de dan nog sterk in zwang zijnde romantische stijl en zich, toen als dirigent van de Berlijnse Kroll-Oper, als een van de belangrijkste pleitbezorgers van de ‘Neue Sachlichkeit' opwierp. Trouwens, hoe zou Mahler Wagner hebben gedirigeerd? Een intrigerende vraag, waarbij het niet helpt dat Mengelberg, Klemperer en Walter hem van nabij zo goed hebben gekend, hem aan het werk hebben gezien en gehoord en van hen wel een groot aantal plaatopnamen is overgeleverd. Want gedrieën verschilt hun dirigeerstijl als de dag van de nacht. Een bevredigende antwoord is er dus niet. En hoezeer de speelstijl van het Hongaars Strijkkwartet of het Busch ook verschilt van dat van het Artemis of het Belcea: ik zou niet zonder hen kunnen.

Ach, en wat is modern? De opname uit 1913 van Beethovens Vijfde met de Berliner Philharmoniker onder Arthur Nikisch klinkt vanuit historisch perspectief juist deksels modern. Wat ook geldt voor de opname uit 1910, van het Odeon Symphonieorchester onder Friedrich Kark, eveneens in Berlijn gemaakt. Zelfs als we rekening houden met het feit dat er enige haast was geboden om het ‘erop te krijgen': de tempi zijn pittig, de fraseringen vrij van gezwijmel en het portamento is zelfs afwezig. Hoe anders was dat bij bijvoorbeeld Mengelberg! Zelfs Albert Coates (hij schreef geschiedenis met de eerste echt complete opname van Beethovens Vijfde rond 1920) was daarmee vergeleken zelfs ‘modern' te noemen. Wat ook gold voor de nog steeds onderschatte Leopold Stokowski.

Wat me er tevens toe brengt dat we voorzichtig moeten zijn met het beoordelen van artistieke prestaties uit dat verre verleden, met slechts een gebrekkige tot zeer gebrekkige opnamekwaliteit tot onze beschikking. Daardoor blijven bepaalde speleigenschappen helaas of onderbelicht of zelfs buiten beeld. Toch iets om rekening mee te houden.

Hoe het ook zij, het zijn de stilistische kenmerken binnen een gegeven tijdsperiode die voor het nogal sterk wisselende beeld zorgen. Dat is althans de indruk die het op ons maakt. Een kwalitatieve norm kan er echter niet aan vast worden geplakt. En naarmate de discografische geschiedenis een groter tijdvak bestrijkt (de tijd schrijdt nu eenmaal voort) en dientengevolge van hetzelfde werk steeds meer opnamen verschijnen wordt het voor de muziekliefhebber alleen maar interessanter om die verschillende stijlkenmerken zelf te benoemen. Wie dat doet begrijpt al snel dat begrippen als ‘ouderwets' en ‘modern' feitelijk zonder betekenis zijn en al helemaal geen recht doen aan de artistieke prestaties uit verleden en heden. Zoals ook vergelijkingen (sommige recensenten zijn er dol op) al snel verzanden in persoonlijke voorkeuren die op de keper beschouwd weinig te betekenen hebben.

Hoe moeten we dit debuutalbum van Warenberg en Guarrera dan plaatsen? Wat mij betreft als een waardevolle bijdrage van twee jonge, zeer talentvolle musici die met technisch uiterst geacheveerd spel een actuele invulling hebben gegeven aan twee diepgravende partituren. Actueel in die zin dat zij zich niet hebben overgegeven aan ‘hineininterpretieren', maar de horizontale en verticale architectuur puur en alleen vanuit de partituur hebben opgebouwd. Dat levert ook in de meest lyrische passages een objectiverend en tegelijkertijd strikt helder beeld op dat mij bijzonder heeft aangesproken. Het is een beeld dat in de snelle delen een goed gekozen scherpte oplevert, wat niet alleen de sonate van Sjostakovitsj, maar ook die van Rachmaninov (het Allegro scherzando!) uitstekend past. Is dit een variant van de reeds genoemde ‘Sachlichkeit?' Als dit begrip vertaald wordt naar ‘laat de muziek maar spreken': ja. Of zoals Stravinsky eens opmerkte: muziek dient uitsluitend over muziek te gaan. Of in eigentijdse termen: ‘less is more', in dit geval dus bepaald anders dan bijvoorbeeld het spel van de Russische cellist Mstislav Rostropovitsj,

Dat brengt me dan tevens op de door Brendon Heinst, de man achter TRPTK, gemaakte opname die wat betreft transparantie, sonoriteit en ruimtelijkheid echt ver boven het maaiveld uitsteekt. Het is typisch zo'n registratie die aan zowel de muziek als het musiceren een extra dimensie verleent. De surround-opname (5.1) is gemaakt in DXD (352.8 kHz 32 bits) en zo wonderschoon dat ik mij erop betrapte dat ik in eerste instantie meer naar de opname dan naar de muziek luisterde. Pas later, toen de weergavekwaliteit eenmaal goed was ‘ingedaald', kwamen de muzikale aspecten als vanzelf op de voorgrond te staan. Dat is tenslotte ook de bedoeling! Het heeft een prachtige combinatie opgeleverd: een actuele interpretatie en een opname op basis van de laatste stand van de techniek.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links