CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2017

 

Valentin Silvestrov - Hieroglyphen der Nacht

Silvestrov: Drei Stücke (voor twee celli) (2002, tweede versie 2009) - Elegie (voor cello en twee tamtams) (1999) - 8.VI.1810... zum Geburtstag R.A. Schumann (voor twee celli) (2004) - Augenblicke der Stille und Traurigkeit (voor cello solo) (2003) - Serenaden (voor twee celli) (2002) - Lacrimosa (voor cello solo) (2004) - 25.X.1893... zum Andenken P.I. Tschaikowskij (voor twee celli) (2004) - Walzer der Alpenglöckchen (voor cello solo) (2004)

Anja Lechner (cello solo) en Agnès Vesterman (cello)
ECM New Series 4815692 • 66' •
Opname: december 2013, Stelio Molo RSI, Lugano

www.youtube.com/watch?v
=OMWSW5wWT7I

 

 
 
Aleksandr Vvedenski (1904-1941)

Silvestrovs acht stukken voor respectievelijk cello solo en twee celli behoren tot het domein van de uitgebeende muziek. Meer indachtig Aleksandr Vvedenski's experimentele, zoektocht naar het associatief denken en het absurde in de kunst. Het ging hem en zijn navolgers niet om het scheppen van orde of het verdedigen van structuren, maar juist om het tegenovergestelde, met als hoogste doel het stichten van opperste verwarring en het loslaten van artistieke identiteit. Het liep in het stalinistische Rusland voor hem en zijn in de groep Oberiu verzamelde aanhangers niet goed af. In 1930 nam de staat het heft in handen en kwamen er de bekende beschuldigingen die het hem onmogelijk maakten op dezelfde voet door te gaan. Al vond hij wel degelijk een uitvlucht: hij ging kinderboeken schrijven met daarin min of meer verhulde verwijzingen naar waar hij in de ‘wereld van de grote mensen' zo lang, zo intensief en zo overtuigd mee bezig was geweest. Tot het in 1937 voorgoed was afgelopen. Hij werd gearresteerd en na zijn veroordeling op transport gesteld. Op 20 december 1941 kwam het einde tijdens een kamptransport in de omgeving van Charkov. Bij uitgeverij Van Oorschot verscheen alweer lang geleden in de serie Russische Bibliotheek zijn ‘Kerstmis bij de Ivanovs', dat een prachtig beeld geeft van Vvdenski's absurdisme. Mogelijk is het boek nog antiquarisch verkrijgbaar (of anders is het wachten op een mogelijke herdruk).

Terug naar Valentin Silvestrov (1937) die evenals Vvedenski vóór hem het associatieve element grote waarde toekent, maar ook streeft naar een sterke vereenvoudiging van het – in dit geval muzikale - denken. Het absurdistische element ontbreekt daarbij evenmin, zij het in een - zeker vergeleken met Vvedenski's theaterspektakels - bijgevijlde context, meer in de trant van ‘armoe van gedachten is synoniem aan de wijsheid van het zwijgen' (naar Jakov Droeskin, een goede vriend en medestander van Vvedenski). Wellicht ook het idee – het blijkt althans duidelijk uit deze stukken – om door karige eenvoud juist afwijkende complexiteiten op te roepen, ver verwijderd van het gangbare, maar dan toch vooral in het onderbewustzijn. Iets wat er schijnbaar niet is toch hoorbaar maken. Het is een fascinerend proces, hoewel de sleutel daarvan natuurlijk alleen in handen van de toehoorder kan liggen. Al in de jaren zeventig was het Droeskin die zich waarderend uitliet over de muziek van Silvestrov: ‘het verklankte zwijgen', was een van zijn typeringen.

Valentin Silvestrov

Hoewel anders ingericht dan Webern en Silvestrovs tijdgenoot Kurtág heeft Silvestrov de vorm van het bagatel in deze acht cellostukken diepgaand verkend. De dirigent Virko Baley, een groot kenner van het oeuvre van Silvestrov, merkte over een ander werk, de Cellosonate uit 1983, op dat het werk ons met een ”nieuw imaginair instrument confronteert, een ‘cello-piano' die op een geheimzinnige manier door een en dezelfde musicus wordt bespeeld.” Dat horen we duidelijk terug in de Elegie (voor cello solo en twee tamtams, waarin de cellist zowel de cello als het slagwerk voor zijn rekening neemt). De stukken voor twee celli hebben ook iets eigenaardigs. Silvestrov: ”Zoals een cello met uitgebreide mogelijkheden, of een vierhandige cello moet klinken.” De beide cellisten in deze opname, Anja Lechner en Agnès Vesterman, moeten zich bovendien een nogal afwijkend rollenspel aanmeten: de ene keer heeft Anja de leidende stem, de andere keer Agnès. De vele pizzicati (onder meer aan het begin van het stuk) heeft Silvestrov ‘orpheusachtig' genoemd, daarmee verwijzend naar de lyriek van deze Arcadische schaapsherder en dichter. Tot slot: tussen deze stukken bevinden zich twee muzikale ‘grafstenen', een indrukwekkend uitgewerkte hommage aan Robert Schumann (8.VI.1810) en aan Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (25.X.1893). Het Lacrimosa is opgedragen aan Silvestrovs collega Tigran Mansoerian. De ‘Drei Stücke' aan Lechner en Vesterman, ‘Augenblicke der Stille und Traurigkeit' (een schoolvoorbeeld van een verregaand gecondenseerde bagatel) alleen aan Lechner. De ook bij ons goed bekende cellist Ivan Monighetti is ook bedacht: met ‘Elegie' en ‘Walzer der Alpenglöckchen'. Uitvoering en opname zijn voorbeeldig. De componist was erbij, wat tevens iets zegt over de authenticiteit van deze vertolkingen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links