CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2020

Šerkšnyté: Midsummer Song - De Profundis - Songs of Sunset and Dawn

Kremerata Baltica, Lithuanian National Symphony Orchestra, Jauna Muzika Choir, Lina Dambrauskaitė (sopraan), Justina Gringyté (mezzo), Tomas Pavilionis (tenor)
Dirigenten: Mirga Gražinyté-Tyla en Giedre Šlekyté (Songs of Sunset and Dawn)

DG 028948377619 • 56' • + dvd: Going for the Impossible - A Portrait (van Mirga Gražinyté-Tyla)
Opname: 19 december 2018, Vilniaus Plokšteliu Studija, Vilnius; live: 15 juni 2018, Grand Hall, Lithuanian National Philharmonic Society, Vilnius (Songs of Sunset and Dawn)

   

Muziek kan het gelukkig zonder politieke verwikkelingen stellen, maar politieke verwikkelingen vaak niet. Wat dit laatste betreft: denk maar aan de invloed van de muziek tijdens het nazibewind.

Voor de Litouwse componiste Raminta Šerkšnyté (1975) is muziek wel degelijk met politiek - of beter: de gevolgen daarvan - verbonden. Al vroeg in haar jeugd maakte ze kennis met de politieke verwikkelingen zoals die zich eind jaren tachtig in haar geboorteland voltrokken en de sociale en maatschappelijke aardverschuiving die daarvan weer het gevolg was. Zoals ze het zelf onder woorden bracht: “The political reform movement Sajudis* and Lithuania's independence are among the most memorable events of my life. I will never forget those times when the Lithuanian people were unified by the idea of freedom. In a way, this time of changes also strongly influenced my creativity.” En inderdaad, de grenzen gingen open, de cultuur en het gedachtegoed van het vrije Westen werden ongehinderd opgezogen. Maar ook oriëntaalse invloeden slopen binnen, al vroeg tijdens haar compositiestudie bij Osvaldas Balakauskas aan de muziek- en theateracademie in de hoofdstad Vilnius. In 1998 studeerde zij daar af met een eendelig werkstuk voor strijkorkest: ‘De profundis'.

Raminta Šerkšnyté (l.) en Mirga Gražinyte-Tyla
(foto Modestas Ežerskis)

De muziek van Šerkšnyté raakt aan zowel het mystieke als het energieke, menigmaal in bijna één adem. Het ligt zeker niet voor de hand, maar het werkt wel, mogelijk mede dankzij de daarmee verweven invloeden van de Litouwse muzikale volksmuziek en dan met name de diep in de vocale Baltische traditie gewortelde koormuziek. In een land dat tot 11 maart 1990, de dag dat de onafhankelijkheid werd uitgeroepen, onder sovjetheerschappij stond en tijdens de Tweede Wereldoorlog enorm geleden heeft onder de Duitse bezetting. Geen wonder dus dat muziek in Litouwen als het ware doordesemd is van een sterk gevoeld patriottisme. En in het verlengde daarvan dat sterk ontwikkelde gevoel voor muzikale folklore, want ze horen bij elkaar: de liefde voor de volksmuziek en vaderlandslievendheid.

Veel componisten werden door de volksmuziek geïnspireerd. Janácek, Bartók. Enescu, Kodály, Chopin, Dvorák, Copland, Harty, Delius, Vaughan Williams, Ravel, De Falla, Albéniz, Granados, Sibelius, Grieg, Mahler, Berg, Bruckner, Glinka, Moesorgski, Rimski-Korsakov: zoals zovelen plukten zij er de vruchten van. Waarbij die invloeden voor de luisteraar niet altijd direct of misschien zelfs in het geheel niet herkenbaar zijn, wat vanzelfsprekend niet afdoet aan de artistieke schoonheid van dat fascinerende proces van deels ‘verplaatsing': de transitie van volks- naar kunstmuziek, ook als het om meer algemene en als zodanig direct herkenbare vormen gaat, zoals de Oostenrijkse ländler, de Weense wals, de Poolse mazurka, de Boheemse dumka of de Hongaarse csárdás.

Hoewel eigentijds zijn de door Šerkšnyté gehanteerde modellen zonder meer vertrouwd en misschien juist daardoor ook solide, zoals in het reeds aangehaalde ‘De profundis'. De schimmigheid in samenhang met een ongedurig bewegen tussen oproer en beschouwing, de wervelende glissandi, de veelal monolitische akkoorden die duidelijk richtinggevende progressie in de weg staan: het zijn elementen die toen al een belangrijk deel uitmaakten van haar toon- en klanktaal. Maar er worden meer oudgedienden beproefd, zij het in een nieuw of aangepast jasje, zoals de door dissonanten opgeklopte spanningen die uiteindelijk, soms tergend langzaam, in heldere harmonieën worden opgelost.

Dan is er het narratieve aspect dat in sommige van haar werken een belangrijke, zo niet doorslaggevende rol speelt. Ook hier geldt dat alleen de goede verstaander aan een half woord genoeg heeft. Wat ‘Midsummer Song' (2009) betreft begint het woord ook bij haar, wanneer zij de natuur als een van haar belangrijkste inspiratiebronnen beschouwt. Al is het dan – om Beethoven maar weer eens te citeren – meer ‘Ausdruck der Empfindung als Malerei'. Een orkestwerk als picturale schets van de korte nachten en daardoor lange dagen in de zomer. Voor haar schept dat fenomeen van de 'stilstaande zon' de ervaring van het eeuwige licht. Maar ze speelt ook met dat licht en donker, op een voor de hand liggende maar wel door haar gevormde, oorspronkelijke manier, met behulp van in muziek gegoten majeur en mineur. De weg gaat in avontuurlijk vormgegeven en geïnstrumenteerde stapjes voortdurend omhoog, met als apotheose een zeldzame kleurenpracht die in de verbeelding steeds verder lijkt te reiken. Sterk is ook de contrastwerking: uitersat gecondenseerde texturen afgewisseld door slechts een enkele stem. Ook in dit opzicht ging Mahler haar reeds voor, in het o zo breekbare slot van diens Negende symfonie. Misschien onbedoeld maar o zo treffend in relatie tot dat slot zegt ze: “'Midsummer Song' is like a long journey to our peace of mind, which first of all lives in our imagination. Nowhere outside we can find this peace of mind, only in ourselves.”

In ‘Songs of Sunset and Dawn' (2007) is opnieuw de natuur de de hoofdrol toebedeeld. Het oratorium kent twee bijzondere inspiratiebronnen: de lyriek van de Indiase dichter Rabindranath Tagore (1861-1941) en de raga, de Indiase muziek die is gestoeld op improvisatie binnen een gegeven raamwerk van korte regels (raga). Het tweede deel, ‘Night', is knap geconstrueerd op basis van motieven uit het openingsdeel (dat een hoge graad van pseudo-improvisatie kent). In het slotdeel ‘Morning. Eternal Morning' treffen de fraai uitwaaierende houtblazersfiguraties, als vogelgekwetter in het ochtendgloren. Even lijkt de kleurrijke vogelwereld van Olivier Messiaen met zijn metafysische panorama's te worden aangeraakt. Haar feilloze gevoel voor spanningsopbouw – ook daarin was de Franse toonkunstenaar trouwens een groot meester - brengt ons naar een climax in driedubbel forte. Daar moet de slaper wel uit ontwaken…

Raminta Šerkšnyté mag zich uitermate gelukkig prijzen met zoveel getoonde bezieling van de zijde van de uitvoerenden. En niet alleen dat: de complexe expressieve gelaagdheid stelt hoge eisen stelt aan speltechniek, vocalistiek en samenspel, ingrediënten die somptueus voorhanden zijn. En hoewel ik het nergens uit kan opmaken zal de componiste bij de - ongetwijfeld intensieve - voorbereidingen en de opname aanwezig zijn geweest. De musici kregen het dan rechtstreeks ‘from the horse's mouth' zogezegd. Hoe vaak heb ik het zelf niet meegemaakt dat de gedrukte partituur niet meer was dan het uitgangspunt voor de meest uiteenlopende tussentijdse wijzigingen tijdens de repetities. Niet alleen in de noten, maar ook in de tempi en overige aanduidingen (al heb ik dat bij bijvoorbeeld Sofia Goebaidoelina nooit kunnen merken).

Dat in deze drie werken het muzikaal beste van deze ‘Baltische Zielen' (ik had Jan Bokkers boek met de gelijknamige titel tijdens het luisteren vaak in gedachten) tot uitdrukking komt is een reden te meer om dit album uw serieuze aandacht te gunnen. Bij de cd wordt een dvd geleverd, maar die heb ik helaas niet mogen ontvangen en dus kan ik u er niets over vertellen. Beschouw het in ieder geval als een (hopelijk waardevolle) bonus.

_______________
* In het Litouws ‘Lietuvos Persitvarkymo Sajudis, kortweg afgekort Sajudis ofwel ‘Beweging', de politieke beweging die eind jaren tachtig een dominante rol speelde in het streven naar onafhankelijkheid.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links