CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2022

Beethoven/Comberti: Hoornsonate op. 17 (bew. voor hoornkwintet)

Seabourne: Fall

Mozart: Hoornkwintet KV 407

Holloway: Hoornkwintet op. 135

Ondřej Vrabec (hoorn), Pavel Borkovec Quartet: Alexey Aslamas, Ondřej Hás, Matěj Kroupa, Štěpán Drtina (m.m.v. van Helena Vovsová, altviool)
Sheva Contemporary SH281 • 72' • (2021)

http://www.shevacollection.co.uk

 

De Britse componist Peter Seabourne (1960), waarover op het internet veel te vinden is, stuurde mij enige weken terug twee albums met het verzoek ze te beluisteren en eventueel te recenseren. Aldus hier de bespreking van het eerste album (het tweede volgt later) met uitsluitend hoornkwintetten, waaronder ook een compositie van Seabourne zelf: Fall, met als inspiratiebron het grafisch werk van zijn in oktober 2020 overleden echtgenote, de kunstenares Marcelle Seabourne (haar website is nog steeds actief en wordt door haar familie onderhouden).

Marcelle Seabourne: Fall (monoprint)

De aanleiding tot Fall is een aantal monoprints (waarvoor Marcelle een speciale techniek had ontwikkeld) in de vorm van een reeks abstracties die verband houden met Ring Out, Wild Bells, een gedicht van Alfred Lord Tennyson (1809-1892), deel uitmakend van een In Memoriam dat is gewijd aan de gestorven verloofde van zijn zuster. Het is indrukwekkend genoeg om het in zijn geheel te citeren:

Ring out, wild bells, to the wild sky,
   The flying cloud, the frosty light:
   The year is dying in the night;
Ring out, wild bells, and let him die.

Ring out the old, ring in the new,
   Ring, happy bells, across the snow:
   The year is going, let him go;
Ring out the false, ring in the true.

Ring out the grief that saps the mind
   For those that here we see no more;
   Ring out the feud of rich and poor,
Ring in redress to all mankind.

Ring out a slowly dying cause,
   And ancient forms of party strife;
   Ring in the nobler modes of life,
With sweeter manners, purer laws.

Ring out the want, the care, the sin,
   The faithless coldness of the times;
   Ring out, ring out my mournful rhymes
But ring the fuller minstrel in.

Ring out false pride in place and blood,
   The civic slander and the spite;
   Ring in the love of truth and right,
Ring in the common love of good.

Ring out old shapes of foul disease;
   Ring out the narrowing lust of gold;
   Ring out the thousand wars of old,
Ring in the thousand years of peace.

Ring in the valiant man and free,
   The larger heart, the kindlier hand;
   Ring out the darkness of the land,
Ring in the Christ that is to be.

Waarna ik vervolgens de componist van Fall aan het woord laat:

[...] One of these prints was redolent of Renaissance and Baroque portrayals of the Last Judgement, or the Casting out of the Fallen Angels - the heavens open and a bolt of luminescence floods downwards, with flying forms illuminated as they pass in and out of the beam.

Taking this image I created a four-part work which is characterised by flux and tumult. The opening movement juxtaposes quasi-Brucknerian passages of tremolandi-accompanied 'mystery-horn' with faster-moving clarion calls against a swirling heterophonic ferment. An uneasy conclusion is reached, uncertain of resolution or mood. A scherzo is placed second, full of jittery nervousness and instability. The third movement is a song of farewell (my wife gradually dying during this time): tender and melancholy, it is interrupted twice by a chill breeze (a little reminiscent of Schubert's Der Lindenbaum from Winterreise - incidentally, the original title of this famous song cycle by Müller was Poems from the Posthumous Papers of a Travelling Horn-player!) The finale is a driving, urgent night-journey, the rider in a race to reach safety. This he appears to find, but Fate hasother ideas and the movement ends in a heavy-footed, stabbing dance of despair.

Peter Seabourne

Het Hoornkwintet op. 135 van Seabourne's vriend en collega Robin Holloway (1943) dateert uit 2020, is deels nieuw en deels samengesteld uit zijn eerder werk.

In het vierde deel, een klassiek vormgegeven rondo, grijpt de componist terug op een (reeds eerder door hem op muziek gezet) sonnet van Lord Edward Herbert of Cherbury, waarvan hij de tekst toevallig in handen kreeg van een vriend die er behoorlijk van onder de indruk was geraakt. Tijdens het componeren van het kwintet vielen Holloway de regels van het sonnet in die, naar zijn zeggen, naadloos pasten bij wat uiteindelijk het slotdeel, het rondo zou worden:

Sonnet: Made upon the Graves near Merlow Castle
You well compacted groves, whose light and shade,
Mixed equally, produce nor heat nor cold
Either to burn the young or freeze the old,
But to one even temper being made,
Upon a green embroidering through each glade
And airy silver and a sunny gold
So clothe the poorest that they do behold
Themselves in riches which can never fade:
While the wind whistles and the birds do sing,
While you're twigs clip, and while the leaves do frizz,
While the fruit ripens which those trunks do bring,
Senseless to all but love, do you not spring
Pleasure of such a kind as truly is
A self-renewing vegetable bliss?

Robin Holloway

Mozart componeerde zijn Hoornkwintet in de herfst van 1782, zijn eerste jaar in Wenen, na het definitieve vertrek uit het hem knellende Salzburg. Het werk ontstond kort na zijn huwelijk met Constanze Weber en de succesvolle uitvoering van Die Entführung aus dem Serail. Dit Hoornkwintet markeert de vruchtbare samenwerking tussen Mozart en de hoornvirtuoos Ignaz Joseph Leutgeb, een musicus die in hoog aanzien stond en voor wie Haydn en Hoffmann al eerder hoornstukken hadden gecomponeerd. Mozart zou behalve dit Hoornkwintet minstens nog drie Hoornconcerten voor Leutgeb componeren.

Evenals Mozart was ook Leutgeb van Salzburg naar de muziekmetropool Wenen verhuisd. Mozart kende hem al eerder als hoornist, toen deze nog deel uitmaakte van het orkest van vader Leopold. Toen het Mozart later in Wenen financieel bepaald niet voor de wind ging, was het onder meer Leutgeb die hem hielp om deze moeilijke periode door te komen.

In het kwintet heeft Mozart afgezien van de gebruikelijke tweede viool, maar koos hij in plaats daarvan voor de altviool, met een warmere klank als resultaat. Evenals Beethoven schreef Mozart voor de natuurhoorn (dus zonder ventielen). Volgens zijn tijdgenoten was Leutgeb een ware grootmeester in deze speeltechniek. Geen wonder dus dat Mozart speciaal voor Leutgeb een uitermate virtuze hoornpartij schreef.

Beethovens Hoornsonate op. 17 (het bleef bij deze ene in het genre) - hier uitgevoerd als hoornkwintet in de bewerking van Sebastian Comberti - werd voor het eerst uitgevoerd in april 1800. Het was de hoornvirtuoos Giovanni Punto (geboren Jan Václav Stich), voor wie het werk was geschreven en die het ook, met de componist aan de piano, ten doop hield.

Waar of niet waar, het verhaal gaat dat de pianopartij tijdens die uitvoering door Beethoven deels moest worden geïmproviseerd (hij kon dat trouwens als de beste!) omdat op de dag van uitvoering deze nog niet voltooid was. Dat stond het succes ervan overigens bepaald niet in de weg: er was veel publieke bijval voor het stuk, zowel in Wenen als later in Pest. Ook bij de herhaling tijdens een benefietconcert ten bate van de vele oorlogsgewonden na de desastreus verlopen slag bij Hohenlinden, reageerden de Weners enthousiast. De vele jachtsignalen waaraan de Hoornsonate rijk is, maar ook andere geraffineerde effecten (waaronder de snelle repeteernoten en de levendige chromatiek) zullen aan dat succes het nodige hebben bijgedragen. In ieder geval kon Punto met dit stuk laten horen én zien wat hij als hoornvirtuoos in zijn mars had! Hij gaf het werk alleen al technisch als het ware vleugels, maar hoornisten die op zijn niveau konden acteren, waren er in die tijd niet of nauwelijks te vinden. Vandaar dat Beethoven besloot om een alternatieve versie te componeren, en daarbij de hoornpartij te vervangen door de cello.

De Boheemse hoboïst en componist Carl Khym (hij werd in hetzelfde jaar geboren als Beethoven: in 1770) zette zich aan een versie voor strijkkwintet (strijkkwartet plus contrabas), met de oorspronkelijke hoornpartij voornamelijk in de cello gesitueerd. Op deze opname horen we echter de bewerking voor hoorn en strijkkwartet door Sebastian Comberti, cellist en cellist bij de Britse Hanover Band en de London Mozart Players.

Ondrej Vrabec is sinds 2017 verbonden aan de Tsjechische Filharmonie

De uitvoering is een puur Tsjechische aangelegenheid geworden, met de hoornist Ondřej Vrabec (zou Punto net zo goed zijn geweest als deze hoornvirtuoos, tevens dirigent?) en het in 2011 opgerichte Pavel Borkovec Quartet (met in Mozarts Hoornkwintet tevens de altvioliste Helena Vovsová) in gloedvolle en tot in de puntjes afgewerkte vertolkingen waar het engagement vanaf straalt.

Ondřej Vrabec met het Pavel Borkevec Quartet


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links