CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juni 2023

Schumann: Kreisleriana op. 16 - Geistervariationen WoO 24

Widmann: Elf Humoresken

Aaron Pilsan (piano)
Alpha 896 • 69' •
Opname: sept. 2015, Sendesaal, Bremen

 

De Oostenrijkse pianist Aaron Pilsan (*1995) kwam ik al voor het eerst in januari 2018 tegen, als begeleider van de cellist Kian Soltani (*1992), uit Perzische ouders en eveneens opgegroeid in Oostenrijk (het DG-album heb ik hier besproken). Twee ras-talenten die toen de indruk vestigden de muzikale wereld voor zich alleen te hebben.

In 2021 verscheen op het Franse label Alpha (catalogusnr. 669) Pilsans individualistisch maar stilistisch buitengewoon knap gerealiseerde eerste boek van Bachs WTK, door ons niet besproken maar door mij toentertijd wel beluisterd. Ik herinner me vaag dat het toen lastig was om, met het hevig woedende COVID-virus in ons midden, aan een hard copy te komen. Ik beluisterde zijn spel toen op Spotify en was er diep van onder de indruk. Hij leek mij een buitengewoon inspirerende, bevlogen musicus die zijn fabelachtige techniek geheel en al ten dienste stelde van de muziek en interpretatief een eigen, mij direct overtuigende, weg wist te vinden.

Dit spiksplinternieuwe album bevestigt die positieve indrukken alleen maar, al moest ik bij het doorbladeren van het boekje wel even de wenkbrauwen fronsen toen ik de opnamedatum zag: september 2015. Waarom dezr uitgave eerst nu verschijnt is mij daarom een compleet raadsel. Al zal er zal ongetwijfeld een (wel of niet goede) reden voor zijn geweest, want zowel musicus als label wil een nieuwe opname graag zo snel mogelijk bij het grote publiek introduceren.

Echter, het lange wachten wordt rijkelijk beloond, want opnieuw is sprake van groots spel, op een niveau waarvoor Radu Lupu (1945-2022) zich zeker niet zou hoeven schamen. Lupu, voor mij de Schumann-vertolker par excellence, zijn Kinderszenen, Kreisleriana en Humoresken in het bijzonder.

Het is volkomen duidelijk: Pilsan treedt hier in zijn voetsporen, maar geen enkel misverstand erover: van epigonisme is geen enkele sprake, gelet op zijn eigen inbreng op het gebied van accentuering, frasering en dynamiek. En evenals Lupu is Pilsan een ronduit fascinerende verhalenverteller die met zijn spel de aandacht van de luisteraar moeiteloos weet vast te houden. Althans, zo verging het mij.

Zijn de Elf Humoresken binnen dit Schumann-raamwerk daartegen opgewassen? Vormen ze niet door hun inhoud en vorm binnen de gegeven context een vreemde eend in de bijt? Volgens Pilsan (een vraaggesprek met hem en Widmann is afgedrukt in het cd-boekje) niet:

'[] there is a huge connection, as Jörg Widmann was inspired by Schumann's music a lot and even his musical language is very similar, even though their styles are obviously very different. The starting point for Widmann's music is from feelings, from the emotions and sentiments and that is where there is a similarity, but not only there. He even quotes Robert Schumann in his tenth Humoreske, taking a bar directly from Schumann's Geistervariationen. Humoreske already evokes Schumann's own compositions bearing the same name. A lot of contemporary music is often very calculated and mathematical, but Widmann's music is full of very precise accents and markings and it starts out with an impression, or with a specific idea in mind and that is a clear connection to Robert Schumann's music. Both Schumann and Widmann literally throw you right into something and from there the music starts to develop, through feelings more than through structure or musical forms.'

Widmann:

Why Humoresken? With Schumann, and then later with Sibelius and Dvořák, humoresques are no longer just thigh-slapping funny pieces, but serious, sometimes deadly serious affairs. That’s why the emotional spectrum of my Elf Humoresken ranges from childishly exuberant to deeply serious. In Schumann’s works, the performance marking ‘Mit Humor’ (With humour) appears again and again, for example right at the beginning of the Stücke im Volkston (Pieces in the folk tone) op.102. But there it is cryptically associated with the heading ‘Vanitas vanitatum’, one of the darkest and most pessimistic texts in the Bible, from the Book of Ecclesiastes. How can those two phrases go together? When Schumann even writes ‘mit guten Humor’ (With good humour), the music sometimes becomes really uncomfortable and spooky . . . The last movement of the Elf Humoresken is headed ‘Mit Humor und Feinsinn’ (With humour and subtlety). It’s by far the longest of the eleven pieces and the most varied in its characters and emotions. Dancelike grace, smiles, humour, high spirited exuberance just about culminate in a catastrophic moment: at the end, all the cheerfulness is smashed to pieces, as it were, over the whole keyboard. All that remains is psychedelic, glockenspiel-like resonances.

Helder dus dat er stevig over is nagedacht en daardoor sprake is van aantoonbare muzikale dwarsverbindingen, incidenteel zelfs van kruisbestuiving (uiteraard van de zijde van Widmann). Of het de luisteraar in gelijke mate kan overtuigen als pianist en componist in het interview durf ik evenwel niet te voorspellen. Bij mij doken in ieder geval herhaaldelijk twijfels op over de muzikaal-intrinsieke waarde van Widmanns bijdrage tot het eigentijdse repertoire, maar dat is uiteraard niet meer dan een persoonlijke mening. Voor de goede orde: de beide werken van Schumann worden op het album gescheiden door Widmanns Elf Humoresken, hetgeen de 'oriëntatie' bepaald niet vergemakkelijkt. De de meest voor de hand liggende toegangssleutel die ik kan bedenken is in het meerdere malen beluisteren.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links