CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2019

Schumann - Frage
(Complete Liederen I)

Schumann: Sechs Gesänge op. 107 - Romanzen und Balladen op. 49 nr. 1-3 - Drei Gedichte op. 119 nr. 2 - Drei Gesänge op. 83 nr. 1-3 - Kerner-Lieder op. 35 - Vier Gesänge op. 142 nr. 1-4

Christian Gerhaher (bariton), Gerold Huber (piano)
Sony Classical 19075 588 9192 • 72' •
Opname: januari en februari 2017, Studio Bayerische Rundfunk, München

   

De Duitse bariton Christian Gerhaher heeft het plan opgevat om samen met de pianist Gerold Huber maar liefst alle liederen van Robert Schumann 1810-1856) op te nemen. Dat is een klus van jewelste: de totale oogst zal maar liefst 10 cd's omvatten. Volgens Sony is het project in de loop van 2020 afgerond, met inbegrip van de ensembles waarin ook Camilla Tilling, Wiebke Lehmkuhl en Julia Kleiter participeren.

Het Internationale Liedzentrum Heidelberger Frühling heeft samen met Sony en de Beierse omroep de aanzet tot deze indrukwekkende onderneming gegeven, mede ingegeven door de gevoelde noodzaak om het erfgoed van de Duitstalige liedkunst zoveel mogelijk te bewaren, dan wel in stand te houden. Heidelberg is bovendien de stad waar Schumann, zij het kort (tussen 1829 en 1830) heeft gewoond en rechten heeft gestudeerd.

Hoewel de discografie al een groot aantal opnamen van liederen van Schumann kent, is het in ieder geval ‘handzaam' om alle liederen in een box bij elkaar te hebben, daarbij in het midden latend of hij niet verstandiger of avontuurlijker is om aan 'hand picking' te doen.

Er zijn meerdere voorbeelden van integraal vastgelegde liederen van een componist: denkt u in dit verband alleen maar aan de complete uitgave van de Schubert-liederen voor mannenstem door het duo Dietrich Fischer-Dieskau en Gerald Moore op Deutsche Grammophon, alweer lang geleden, in de jaren zestig, zowel naar omvang als inhoud toen en nog steeds (ondanks een soortgelijk, zelfs nog omvattender project op Hyperion) een ware mijlpaal. Eerst uitgebracht in twee kloeke lp-boxen en later op cd.

De eerste cd verscheen in november van het vorig jaar. Of wij alle cd's zullen bespreken is overigens niet waarschijnlijk omdat onze relatie met de Nederlandse vertegenwoordiging van Sony Music helaas nog minder dan handwarm is. Niet omdat wij zo ‘moeilijk' zouden zijn, maar omdat het bedrijf ons om onnaspeurbare redenen niet goed gezind lijkt. Wat in dit geval geen recensie-exemplaren maar eigen aanschaf betekent.

Dat eerste album, getiteld ‘Frage' (naar het gelijknamige lied uit de Kerner-cyclus) blijkt gelijk al een voltreffer, niet alleen wat de vocale en instrumentale kwaliteiten van het duo betreft, maar ook door de programmaopbouw. Wat in dit laatste geval betekent dat de contrastwerking zelfs optimaal is (zij het met de aantekening dat het niet waarschijnlijk is dat dit tot de laatste cd kan worden volgehouden).
Zoals gebruikelijk in het liedrepertoire (en dat geldt niet alleen voor het Duitstalige) is de tijdsduur van veel liederen vrij kort, in dit geval niet meer dan hoogstens drie minuten, met een enkele uitschieter van rond de vier minuten. Alleen Stirb, Lieb' und Freud', op. 35 nr. 2 neemt zo'n 5,5 minuten in beslag. De korte tijdsduur werkt ook gunstig uit wat betreft de afwisseling: er zit duidelijk vaart in dit recital, waar de deels langzame tempi geen afbreuk aan doen.

Gerhaher behoort niet meer tot de jongere generatie liedzangers, maar de inmiddels vijftigjarige weet als geen ander hoe hij ieder lied puur vanuit de tekst naar beeldschone verten moet voeren. Het is een van de meest essentiële aspecten van een geslaagde liedinterpretatie: de verbeelding te laten spréken, zonder dat er gekunsteldheden aan te pas komen. Het is niet de zanger die ontroerd moet zijn, maar het publiek dat ontroerd moet worden. Een wereld van verschil. Daarin is hij met vlag en wimpel geslaagd. Gerhaher heeft in dit repertoire bovendien zoveel ervaring opgedaan dat hij precies weet waar en vooral hoe te accentueren. En dat de maatstreep geen absoluut gebod is. De magie die hij oproept valt buiten het doelbewuste, maar ontstaat bijna als vanzelfsprekend uit het met grote zorg aangelegde discours. Al zijn er kortstondige momenten waarin de theatraliteit bijna het doel op zich dreigt te worden, zoals in ‘Die feindlichen Brüder en ‘Stille Tränen'; of in mindere mate in ‘Die beiden Grenadiere'. Het stoort niet echt, het is vooral een kwestie van persoonlijke smaak, maar het had wat mij betreft best een graadje minder gemogen. Maar Gerhaher weet, het gehele programma overziende, wel degelijk een fijnzinnig onderscheid aan te brengen tussen ‘affect' en ‘effect'.

Boeiend is ook de rol van de pianist. Ik heb het al vaker gezegd: de term ‘begeleider' past eigenlijk niet omdat het onrecht doet aan de pianopartij die zeker in de liederen van Schumann menigmaal zeer hoge eisen stelt. De piano is even goed de‘sfeermaker' als de vocalist, het instrument heeft een duidelijk ‘verhalende' rol. Bovendien bevat die partij veel spitsvondigheden en is zij niet alleen gericht op de instrumentale ondersteuning van de zanger, maar ook op het evocatieve karakter ervan, veelal gepaard gaande met voor- en nazin (die veel belangrijker is dan menigeen misschien veronderstelt). Die rol is bij Gerold Huber in de best denkbare handen.

Prachtig opgenomen door het team Gerhard Wicho, Michaela Wiesbeck en Winfried Messmer schept dit eerste album tevens hoge verwachtingen wat de overige negen delen betreft.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links