CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2017

 

Schumann: Strijkkwartet nr. 1 in a, op. 41 nr. 1 - nr. 2 in F, op. 41 nr. 2 - nr. 3 in A, op. 41 nr. 3

Quatuor Modigliani: Amaury Coeytaux en Loic Rio (viool), Laurent Marfaing (altviool), François Kieffer (cello)
Mirare MIR 346 • 79' •
Opname: april 2017, La Grange, Lac à Évian-les-Bains (F)

   

In mei van het vorig jaar was het Quatuor Modigliani te gast in de kleine zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Ook toen stond Schumann – naast Mozart en Beethoven (en Puccini als toegift'– op het programma. Toen viel op dat het kwartet zich een zeer gecultiveerde en tevens gloedvolle speelwijze had eigengemaakt die een contrastrijk samenspel oplevert. Dat beeld zet zich voort in deze opname van de drie broederlijk bijeengebrachte Schumann-kwartetten. In stilistisch opzicht horen we een ensemble dat – zoals eigenlijk de meeste kwartetten vandaag de dag – vooral een analytische aanpak voorstaat en waarin veel ruimte is gecreëerd voor fijnmazige dynamiek en genuanceerde tempowisselingen, een bescheiden vibrato en niet of nauwelijks portamento. Het is de typische 'no nonsense' benadering die uitstekend past bij ons huidige tijdsbeeld. Zij het dat het niet meer is dan een gevoelsindruk, want concretiseren kan ik het niet.

Het kwartet is vernoemd naar de Italiaanse schilder en beeldhouwer Amadeo Modigliani (1884-1920), wiens werk zich tegenwoordig in een grote populariteit mag verheugen. Hoe dat komt laat zich evenmin gemakkelijk verklaren, maar een feit is wel dat hij oorspronkelijkheid hoog in het vaandel had staan en zich in zijn werk niet al te zeer liet beïnvloeden door dat van zijn tijdgenoten. Opvallend is ook dat hij vrijwel alleen geïnteresseerd was in portretten van mensen en niet in objecten of natuurschilderingen. Zo zijn van hem niet meer dan slechts vier landschapsschilderingen bekend. Het beeldhouwwerk had weliswaar zijn grootste liefde en had zijn belangrijkste levenstaak moeten worden, maar zijn slechte gezondheid verhinderde dat: eerst pleuritis en later tuberculose hadden hem twee slechte longen bezorgd die hem het werken in een stoffige omgeving onmogelijk maakten.

Dat Modigliani ook te midden van de talloze Parijse kunstenaars en hun vele daarmee verbonden stilistische kenmerken toch zijn eigen stijl bleef volgen heeft mogelijk ook het Modigliani Kwartet geïnspireerd. Maar misschien zijn er ook wel raakvlakken aan te wijzen tussen die stijl en het spel van het Modigliani. Ik ben onvoldoende deskundig om dat te kunnen beoordelen, maar wie de honderden portretten van Modigliani bekijkt zal misschien toch worden getroffen door hun overeenkomsten met dit kwartetspel. Beeldende kunst en muziek liggen soms dicht bij elkaar. Zo moet ik bij het abstracte werk van Piet Mondriaan altijd aan de muziek van Sergej Prokofjev denken. Maar ook op ander vlak gaat dit op: zo kunnen we in Schumanns kwartetten de schaduw van Beethoven duidelijk herkennen (in het adagio van het Eerste kwartet zelfs het ‘Dankgesang' uit diens op. 132). In het cd-boekje - ook dat past bij onze tijdgeest! - is de nog jonge geschiedenis van het ensemble in cartoonvorm gegoten. Dat de vier musici op peperdure instrumenten spelen zegt mij niet zoveel, maar ik vermeld het toch: Coeytaux op een Guadagnini (1773), Rio op een Gagliano (1734), Marfaing op een Mariani (1660) en Kieffer op een Goffriller (1706). De opname van dit sublieme kwartetspel is heel bijzonder: iedere zweem van scherpte ontbreekt terwijl we er bijna bovenop mogen zitten zonder dat er daardoor concessies hoeven te worden gedaan aan de ruimtelijke afbeelding.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links