CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2017

 

Einsamkeit - Schumann - Lieder

Schumann: Meine Rose op. 90 nr. 2 (Lenau) - Kommen und Scheiden op. 90 nr. 3 (Lenau) - Die Sennin op. 90 nr. 4 (Lenau) - Einsamkeit op. 90 nr. 5 (Lenau) - Der schwere Abend op. 90 nr. 6 (Lenau) - Requiem op. 90 nr. 7 (anoniem) - Der Einsiedler op. 83 nr. 3 (Eichendorff) - Die Lotsblume (Myrthen) op. 25 nr. 7 (Heine) - Du bist wie eine Blume (Myrthen) op. 25 nr. 24 (Heine) - Der Himmel hat eine Träne geweint op. 37 nr. 1 (Rückert) - Was will die einsame Träne? (Myrthen) op. 25 nr. 21 (Heine) - Mein schöner Stern! op. 101 nr. 4 (Rückert) - Nachtlied op. 96 nr. 1 (Goethe) - Es stürmet am Abendhimmel op. 89 nr. 1 (Neun) - Heimliches Verschwinden op. 89 nr. 2 (Neun) - Herbstlied op. 89 nr. 3 (Neun) - Abscheid vom Walde op. 89 nr. 4 (Neun) - Ins Freide op. 89 nr. 5 (Neun) - Abendlied op. 107 nr. 6 (Kinkel)

Matthias Goerne (bariton), Markus Hinterhäuser (piano)

Harmonia Mundi HMM 902243 • 52' •

Opname: maart 2015, Teldex Studio, Berlijn

 

Het is en blijft misschien wel een nogal merkwaardig feit dat de liederen uit Schumanns tweede belangrijkste scheppingsperiode (1849-52) ten opzichte van die uit de eerste (ca. 1840) het nooit tot een daarme vergelijkbare populariteit hebben gebracht. Een verklaring zou kunnen zijn dat die tweede periode vooral werd gekenmerkt door een meer ‘weerspannige' componeerwijze, minder gericht op melodische schoonheid en bovendien harmonisch gedurfder, aforistisch ook. Het is een lot dat door veel ‘eigenzinnige' of ‘grillige' muziek wordt gedeeld. Waarbij gelijk mag worden aangetekend dat er geen rechtstreeks verband tussen populariteit en kwaliteit hoeft te bestaan.

Het bijna voor de poorten van de hel weggesleepte huwelijk met Clara in 1840 heeft bij Robert bijna vanzelfsprekend de ‘Wonnegefühle der Liebe' ook in artistiek opzicht tastbaar gemaakt. Het was een gelukkige tijd vol creatieve erupties, waarbij er nog geen sprake was van de visioenen die hem later zouden bezoeken en de kwade geesten die hem uit zijn slaap zouden houden. Ook was hij toen nog niet de ‘vliegende Hollander' die over de wereldzeeën zwalkte zonder een veilige haven te vinden die hem de rust kon geven die hij nodig had om zich artistiek frank en vrij te kunnen ontplooien. Er gaapte toen nog – gelukkig! – een diepe kloof tussen zijn welstand en welbevinden in het huwelijksgeluk en de troosteloze weg die hem van toenemende geestelijke schemer naar een mislukte zelfmoordpoging en de uiteindelijke duisternis zou voeren.

Het blijkt ook uit Schumanns keuze voor de liedteksten in die zwaarmoedige periode 1849-52. De daarop geënte liederen ademen een sfeer van verlangen, afscheid, verlatenheid, eenzaamheid, angst en dood. Het zijn ‘nachtmuzieken', waarin het licht slechts incidenteel nog weet door te dringen. Het is tegelijkertijd muziek van een indrukwekkende harmonische kleurenrijkdom en een melodische diepgang die zich ook in de breedte van het expressieve spectrum ongeremd lijkt voort te zetten. Hoe wonderlijk is het toch om te ervaren dat een individuele menselijke tragedie muzikaal zo vol rijkdom wortel mag schieten en alleen daardoor eeuwige betekenis heeft gekregen.

Matthias Goerne, al zo buitengewoon succesvol in zijn Schubert-exploraties, rijgt negentien pure parels aan wat uiteindelijk een vocaal en interpretatief subliem vormgegeven ketting wordt. Hoe sfeer- en verbeeldingsvol is zijn liedkunst en hoe imposant zijn donker getimbreerde bariton die deze doorgaans sombere liederen het naar mijn gevoel enig juiste reliëf geven. Het is een kleurenrijkdom die zich afspeelt in de diepere spelonken van de menselijke ziel. En hoe fantasierijk is deze pianist, Markus Hinterhäuser! Hij brengt de klank van zijn Steinway ademloos dicht bij de bronzen textuur van deze grote zanger. In deze liederen lijkt de zon gestorven, haar stralen machteloos, maar toch ‘spricht von ferner Wonne greiser Wipfel Farbenpracht'.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links