CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2017

 

Schumann: Fantasie in C, op. 17 - Kreisleriana op. 16

Jean-Philippe Collard (piano)

La Dolce Volta LDV 30 • 64' •

Opname: april 2016, Cité de la Musique et de la Danse

   

De Franse pianist Jean-Philippe Collard (1948), niet te verwarren met zijn Belgische collega met bijna dezelfde naam, Jean-Philippe Collard-Neven, heeft met name in het Franse pianorepertoire een ontzagwekkende reputatie opgebouwd. Die positieve lijn kan met een gerust hart worden doorgetrokken naar dit Schumann-recital.

De beide grote fantasieën van Schubert (Wandererfantasie) en Schumann (op. 17) hebben met elkaar gemeen dat Beethovens indrukwekkende slagschaduw over deze stukken hangt (wat overigens ook gezegd kan worden van Brahms' Eerste symfonie). Niet dat Beethoven als het grote voorbeeld fungeerde, maar wel dat diens invloed onmiskenbaar is en dat daar bewust voor werd gekozen. Of aan Schumanns Fantasie ui 1838 een concreet programma ten grondslag heeft gelegen weten we niet zeker. Uit zijn brieven (en dat zijn er in de loop der tijd heel wat geweest) valt dat in ieder geval niet als zodanig op te maken. De aanleiding lijkt op het eerste gezicht wel helder: Roberts gevoelens van diepe gevoelens voor zijn Clara. Zij was pas zestien, de liefde was nog maar net ontbrandt. En inderdaad, de passie straalt van de Fantasie af, het stuk gaat bijna door roeien en ruiten, de spanningen zijn te snijden en zelfs in de lyriek klinken nog de sporen van turbulentie door. Maar mogelijk is in het opus nog een tweede vrouw in het spel: Schumanns moeder, die kort daarvoor was overleden. Wie wil kan in het ‘langsam getragen', in de simpele arpeggio's in de linkerhand het begin van Schuberts ‘Ave Maria', maar ook van Beethovens ‘Mondschein' sonate horen. En evenals bij Schubert is het die linkerhandpartij waaruit zich de bijna smeltende melodie in de rechterhand betoverend losmaakt. Maar alle romantiek nu even ter zijde geschoven: de Fantasie is feitelijk niets anders dan een groots pianowerk waarvan de opbrengst mede moest dienen om in Beethovens geboortestad Bonn een monument voor deze muzikale grootmeester te bekostigen. De ondertitels die Schumann de drie deeltjes meegaf lijken er ook naar te verwijzen: ‘Ruinen', ‘Triumphbogen' en ‘Sternenkranz'. Zelf zag hij het meer als een sonate, zoals blijkt uit de titel die hij er later aan toevoegd: ‘Troisième grande Sonate'. Wel met een stevige korrel zout, want de klassieke sonatevorm is er in geen velden of wegen in te bekennen. In Schumanns handschrift werd nog toegevoegd: ‘Durch alle Töne tönet im bunten Erdenraum ein leiser Ton gezogen für den, der heimlich lauschet'. De aan Liszt, de initiatiefnemer van de Beethovenzuil, opgedragen Fantasie werd in dank aanvaard. Dertien jaar later volgde de beloning: Liszt droeg zijn enige Pianosonate aan Schumann op. Zo kunnen artistieke cirkels zich prachtig sluiten.

In de discografische geschiedenis zijn de opnamen van de Fantasie bijna niet te tellen. Ze allemaal beluisteren is onbegonnen werk geworden. Dat pianisten zich ook vandaag met het werk willen meten (‘auseinandersetzen' noemen onze oosterburen dat) is enerzijds logisch (het is en blijft immers een niet geringe uitdaging, zowel interpretatief als technisch), maar voor de muziekconsument zijn veel van deze bomen allang in een dicht begroeid woud aan het gezicht onttrokken. Wonderlijk is wel dat een groot aantal coryfeeën het stuk niet echt recht wist te doen. Ik denk aan Rubinstein, Arrau, Kempff, Horowitz en Várjon. Anderen wisten het er weer wel uitstekend vanaf te brengen, zoals Ashkenazy, Uchida, Schiff, Brendel, Pollini, Andsnes, Freire, Argerich en Curzon. Over Richter kunnen de meningen verdeeld zijn, maar hij doet met zijn fantasierijk spel de naam van het werk wel alle eer aan. Collard mag zich zonder meer tot de uitstekende vertolkers scharen. Hij biedt een overtuigende combinatie van contourrijke ritmiek, spontaan uitwaaierende energie en fraaie instrumentale kleuren. Ook de knap uitgesponnen lyriek getuigt van grote affiniteit met Schumanns idioom.

Veel van Schumanns pianomuziek staat model voor grillige, expressieve schakeringen die spreken van een fantasierijke wereld die we niet kennen en die bestaat uit verliefde dagdromers, carnavaleske gedaanten, spelende kinderen, ongrijpbare schimmen, smalle scheidingslijnen tussen dichterlijke avondstilte en luidruchtige dagpret, maar ook van het harmonische verbond tussen het landschap en zijn bewoners. Wat zo kortstondig en vergankelijk lijkt, verankert zich in ons geheugen, wordt zelfs deel van onszelf. Ontmoetingen met Schumanns muziek zijn nooit vluchtig omdat ze de kern raken van hetgeen ons in ons diepste wezen beweegt en moed geeft, want zij laat ons zien hoe ethiek en esthetiek dicht bij elkaar liggen en ons middelpunt maakt van nieuwe dimensies die we in ons dagelijks bestaan nu eenmaal niet of nauwelijks nog kunnen vinden. Deze meesterwerken zijn niet tevergeefs gecomponeerd, Schumanns dromen niet voor niets gedroomd, want zij vormen het wezenlijke van alle kunst die werkelijk gróót is. Schumanns grote verbeeldingskracht zet onze fantasie aan het werk en verrijkt ons.

In Kreisleriana ontmoeten we Hoffmanns onafscheidelijke metgezel in de persoon van ‘Kapellmeister' Johannes Kreisler. Hoffmann laat ons kennismaken met Kreislers onblusbare hartstocht, zijn rusteloze zoeken, de visioenen die hem bezoeken en de geesten die hem plagen. Als een ‘vliegende Hollander' dwaalt hij over de wereldzeeën zonder een veilige haven te vinden die hem de rust kan geven die hij zozeer nodig heeft om zich artistiek te kunnen ontplooien. Wie Schumanns troosteloze einde in gedachte neemt, die wordt gevoed door een geesteswereld die van schemer overgaat in duisternis, vindt in deze muziek wellicht een dan nog in de toekomst liggend zelfportret van deze eveneens door demonen en visioenen zo geplaagde componist.

Kreisleriana ontstond evenals de Fantasie in 1838, in slechts vier dagen, wat iets zegt over het koortsachtige tempo van componeren en over een creatie als in één geweldige worp neergezet. De muziek past daarbij, zij is doorgaans opgewonden, rusteloos, grillig, uitgestald in voortdurend grote gemoedsbewegingen. En zoals al gold voor de Fantasie is de discografische historie van Kreisleriana evenmin bijster vergevingsgezind voor nieuwkomers, want het wemelt van de goede opnamen. Tot de beste vertolkers van dit wonderwerk reken ik De Larrocha, Egorov, Brendel, Ashkenazy, Anda, Pollini, Argerich, Cherkassy en Lupu. Het is het spel van Lupu dat het meest weg heeft van dat van Collard. Scherpzinnig, kleurrijk, fantastisch, bij vlagen stormachtig, dichterlijk, en met veel raffinement en finesse die een gecontroleerde benadering verraadt.

Samenvattend biedt Collard fraaie Schumann-vertolkingen, maar zoals gezegd is het een al geruime tijd geleden uitgemaakte zaak dat in dit repertoire geen ruimte meer is voor nieuwe ontdekkingen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links