CD-recensie

 

© Aart van der Wal, november 2016

 

Schumann: Davidsbündlertänze op. 6

Schubert: Pianosonate nr. 21 in Bes, D 960

Adam Laloum (piano)

Mirare MIR 299 • 79' •

Opname: juli 2015, Salle Gaveau, Parijs

   

Robert Schumann schiep pianowerken als Kreisleriana, Kinderszenen, Davidsbündlertänze in verdroomde, maar ook in grillig expressieve schakeringen die spreken van een fantasierijk hoorn des overvloeds, een muzikaal sprookjesbos waarin echter ook de realistische toets niet ontbreekt.
Het is het mysterie van het grote en grootse, gevangen in een geconcentreerde wereld van verliefde dagdromers, carnavaleske gedaanten, spelende kinderen, ongrijpbare schimmen, smalle scheidingslijnen tussen dichterlijke avondstilte en luidruchtige dagpret, maar ook van het harmonische verbond tussen het landschap en zijn bewoners. Wat zo kortstondig en vergankelijk lijkt, verankert zich in ons geheugen, wordt zelfs deel van onszelf. Ontmoetingen met Schumanns muziek zijn nooit vluchtig omdat ze de kern raken van hetgeen ons in ons diepste wezen beweegt en moed geeft, want zij laat ons zien hoe ethiek en esthetiek dicht bij elkaar liggen en ons middelpunt maakt van nieuwe dimensies die we in ons dagelijks bestaan nu eenmaal niet of nauwelijks nog kunnen vinden. Deze meesterwerken zijn niet tevergeefs gecomponeerd, Schumanns dromen niet voor niets gedroomd, want zij vormen het wezenlijke van alle kunst die werkelijk gróót is. Schumanns grote verbeeldingskracht zet onze fantasie aan het werk en verrijkt ons. Daarom zou het ieder jaar gewoon Schumann-jaar moeten zijn.

De ontmoeting van Adam Laloum (Toulouse, 1987) met de kleurrijke geesteswereld van Robert Schumann raakt de kern ervan en laat ons meedromen in de onvergelijkbare Davidsbündlertänze. In deze achttien miniaturen (Schumann voorzag ze in de partituur van een 'F' of een 'E', al naar gelang wie aan het 'woord' was: Florestan' of Eusebius) musiceert Laloum dichterlijk, sensitief , idyllisch maar ook subtiel en voornaam. Dat zijn de kernwoorden die ik noteerde toen ik naar dit prachtige spel luisterde.

Ook Schuberts laatste sonate past in dit beeld, al zijn de structurele lijnen veel langer en moet het detail het daartegen doelbewust afleggen om fragmentatie te voorkomen. De vertolker moet het einddoel goed in het zicht houden, tegelijkertijd geduldig en geëngageerd zijn, maar ook hier mag worden gedroomd, gemeanderd bijna (het eerste deel neemt bijna 21 minuten beslag), zonder echter de pulserende dreigingen te veronachtzamen. Het is misschien nog het beste om deze muziek haar eigen verhaal te gunnen, er vooral niet als interpreet tussen te gaan staan, haar iets op te leggen dat zij van nature niet bezit.
Adam Laloum heeft er diepe indruk mee gemaakt. Ik hoor in zijn vertolking niet de symbiose van Wilhelm Kempff, Radu Lupu en Mitsuko Uchida, maar ik hoor Laloum naturel. Zoals het volgens mij altijd ook moet zijn.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links