CD-recensie

 

© Aart van der Wal, november 2017

 

Nacht und Träume - Schubert Lieder with Orchestra

Schubert: Ständchen D 957 (ork. Mottl) - An Silvia D 891 (ork. anon.) - Die Forelle D 550 (ork. Britten) - Ganymed D 544 (ork. R. Strauss) - Im Abendrot D 799 (ork. Reger) - Nacht und Träume D 827 (ork. Krawczyk) - Die junge Nonne D 828 (ork. Liszt) - Gruppe aus dem Tartarus D 583 (ork. Brahms) - Entr'acte nr. 3 en romance uit Rosamunde D 797 - Der Gondelfahrer D 809 (ork. Krawczyk) - Coronach D 836 (ork. Krawczyk) - Erlkönig D 328 (ork. Berlioz) - Das Grab D 377 (ork. Krawczyk) - Du bist die Ruh D 776 (ork. Webern)

Stanislas de Barbeyrac (tenor), Wiebke Lehmkuhl (mezzosopraan), Accentus, Insula orchestra o.l.v. Laurence Equilbey
Erato 0190295769437 • 50' •

   

Weer eens wat anders, Schubert-liederen met orkestbegeleiding. Schubert hield het bij de piano, maar Liszt zag al in 1835, dus al zeven jaar na Schuberts dood, de orkestrale mogelijkheden van sommige liederen. Het aanwezige dramatische potentieel was in zijn ogen meer dan groot genoeg om er een passende instrumentatie bij te bedenken. Daarmee maakte Liszt tevens de weg vrij voor latere bewerkingen, met als belangrijke bewerkers Brahms, Berlioz, Mottl, Reger, Richard Strauss, Webern, Britten en nog vrij recent Krawczyk.

Er is winst: dramatisch getinte grootschaligheid. En er is verlies: de intimiteit die in deze liederen huist. Theater versus salon. Het leverde en levert ongetwijfeld voor- en tegenstanders op. ‘Rommelen' met het origineel zou op het eerste gezicht een gebrek aan respect jegens de componist kunnen impliceren, maar ook hier geldt een keerzijde: juist dat respect heeft aangezet tot orkestratie, wel of niet met de wil er iets nog mooiers (of meer dramatisch) van te maken. Terwijl waarschijnlijk geen enkele bewerker zich zou wagen aan iets wat in zijn ogen de moeite van dat bewerken niet echt waard is.

Laurence Equilbey houdt in het boekje een sterk pleidooi voor de orkestratie van deze liederen, maar op een punt moet ik toch met haar van mening verschillen: dat deze orkestraties het dichtst bij de intimiteit van deze liederen komen, ja soms zelfs ‘minimalistisch' qua stijl. Het is een argument dat geen stand kan houden omdat orkestratie niet alleen vanzelfsprekend schaalvergroting impliceert, maar ook het eigen kleurkarakter van deze liederen onherroepelijk in een heel ander licht plaatst. Daar is nu eenmaal geen ontkomen aan. Daarom is het ook niet zinvol om piano- en orkestversie met elkaar te vergelijken: er huist een wereld tussen.

Dit gezegd hebbende valt het op dat met name de tenor de diepere gelaagdheid van deze liederen niet altijd herkent en zich dan teveel aan de buitenkant ervan beweegt (met ‘Erlkönig' als representatief voorbeeld). Het is expressief dan eerder flets dan dat het de ziel echt kan beroeren. Meer variatie qua klankkleur was hier zeker op zijn plaats geweest. Wat daarbij zeker niet heeft geholpen is het gebrek aan voldoende vocale portee om deze liederen letterlijk verder te dragen.
Ook Wiebke Lehmkuhls vier bijdragen hebben mij niet echt kunnen overtuigen. Ze wordt wereldwijd als een belangrijke mezzo gekwalificeerd, maar op haar dictie valt in deze liederen helaas het nodige aan te merken (ze is doorgaans slecht verstaanbaar) en ook bij haar valt op dat ze weinig kleur en fleur aan deze liederen weet te geven ('Gruppe aus dem Tartarus'). Op de drie bijdragen van het Franse kamerkoor Accentus (in 1991 opgericht door Equilbey) valt niets af te dingen. De orkestrale begeleiding had in de dramatischer liederen scherper geprofileerd mogen zijn. Dat er nog gemakkelijk twintig minuten speelduur bij had gekund mag duidelijk zijn.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links