CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2017

 

Schubert: Fantasie in f, D 940 - 4 Ländler D 814 - Marche Caractéristique in C, D 886 nr. 1 - Variaties op een origineel thema in As, D 813 - Grande Marche in b, D 819 - Polonaise in d, D 824 - Rondo in A, D 951

Andreas Staier en Alexander Melnikov (fortepiano van Christopher Clarke naar Conrad Graf)

Harmonia Mundi HMM 902227 • 73' •

Opname: maart 2015, Teldex Studio, Berlijn

   

Wie alleen op zijn oren is aangewezen zal het bij piano vierhandig moeilijk vallen om te herkennen wie links en wie rechts aan de vleugel zit. Het wordt er niet makkelijker op gemaakt in de wetenschap dat op het hoogste niveau altijd sprake is van twee gelijkgestemde zielen die ook in technisch opzicht aan elkaar zijn gewaagd. Des te merkwaardiger dat in cd-boekjes nooit wordt vermeld wie in welk stuk welke partij voor zijn of haar rekening heeft genomen. Terwijl ik weet dat in de praktijk vrij vaak wordt gewisseld: in het ene stuk speelt de ene pianist door de bank genomen links van de centrale C, in het andere speelt rechts daarvan. Gewoon leuk om te weten. maar ook in dit cd-boekje (met een uitstekende toelichting door Karl Böhmer) wordt daarover in alle talen gezwegen.

Een belangrijk punt is de keus van het instrument. In dit geval kozen Staier en Melnikov voor een replica van een fortepiano van Conrad Graf uit Schuberts tijd. Een ‘authentieke' benadering dus, die – zeker onder de handen van deze twee pianistische giganten – zijn volle vruchten afwerpt. Dat deed het Belgische pianoduo Jan Vermeulen-Veerle Peeters voor het Et'cetera label anders: het koos consequent voor een tot in de kleinste puntjes gerestaureerde pianoforte van Tröndlin, eens het favoriete instrument van Mendelssohn en het echtpaar Schumann. Een of meerdere van deze instrumenten waren toen overigens ook te vinden in het Gewandhaus in Leipzig, waarmee Tröndlin een contract had. Hoewel Tröndlin in Leipzig zijn werkplaats had, had hij in Wenen zijn technische opleiding genoten en daar ook de fijne kneepjes van het vak geleerd. Maar Staier en Melnikov kozen dus voor de Graf, een Weens instrument dat bekend stond om zijn uitstekende demping zodra de toets was losgelaten. Een typische eigenschap was de demperbekleding (wol voor de discant en leer voor de baskant) en het gewicht van de dempers: de discant was lichter uitgevoerd dan de baskant (de laagste dempers waren zelfs nog met lood verzwaard, opdat ze sneller terugvielen op de langer doorklinkende bassnaren). Een aantal modellen was zelfs uitgerust met een tweede klankbord dat vrij boven de snaren was aangebracht, met als voornaamste doel een mildere, maar ook diffuser klank.

Beide pianisten demonstreren hun onderlinge gelijkgezindheid naast hun ondergeschiktheid jegens de muziek, zoals een aantal illustere voorgangers dat ook deed. Ik noemde reeds het duo Vermeulen-Peeters, maar – wel of niet ‘authentiek' - bijvoorbeeld ook Britten-Richter, Lupu-Perahia, Levin-Bilson en Pires-Castro. Niemand hoeft eraan te twijfelen dat met deze nieuwe cd het duo Staier-Melnikov voor een van de mooiste uitvoeringen van deze muziek heeft gezorgd. Dat staat zo vast als een huis. Hier stroomt de poëzie, wordt de juiste melancholieke toets aangeslagen, is sprake van perfecte timing en getuigen de frases van een volkomen gelijkwaardig en tot in de finesse uitgewerkt harmonisch samenspel. Alleen al de fuga in de ‘finale' van de beroemde Fantasie in f, D 940 getuigt – mede dankzij de pregnante klankeigenschappen van de fortepiano – van een zeldzame helderheid. Wat trouwens ook wel iets zegt over de kwaliteit van de opname.  

Blijft de vraag: hoe zou Schubert deze muziek hebben gespeeld? We weten het niet. Wel weten we dat hij in zijn laatste levensjaar de Fantasie regelmatig heeft gespeeld, toen met de componist Franz Lachner uit München. In mei 1828 voor het eerst, met hun gemeenschappelijke vriend Eduard von Bauernfeld als aandachtige toehoorder.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links