CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2013

 

 

Schubert: Strijkkwintet in C, D 956 - Strijkkwartet nr. 12 in c, D 703 (Quartettsatz)

Takács Quartet ((Edward Dusinberre en Karoly Schranz, viool; Geraldine Walther, altviool; Andras Peter, cello), Ralph Kirshbaum (cello)

Hyperion CDA67864 • 64' •

Opname: mei 2012, Concert Hall, Wyastone Estate, Monmouth (VK)


Schuberts gepassioneerde Strijkkwintet in C mag zich in een grote discografische belangstelling verheugen. Sterker nog, er is vrijwel geen strijkkwartet te vinden dat dit werk - uiteraard met behulp van een tweede cellist - niet op het repertoire heeft staan. Na de onlangs zeer lovend besproken cd van het Arcanto Quartet (Antje Weithaas en Daniel Sepec, viool; Tabea Zimmermann, altviool; Jean-Guihen Queyras, cello) en Olivier Marron als de tweede cellist op het Harmonia Mundi label is het ditmaal de beurt aan het niet minder volprezen Takács Quartet (Edward Dusinberre en Karoly Schranz, viool; Geraldine Walther, altviool; Andras Peter, cello) en tweede cellist Ralph Kirshbaum.

Wat zijn de kwaliteiten van deze nieuwkomer? Naast de 'bonus' (Harmonia Mundi liet het bij het Strijkkwintet) in de vorm van de bekende 'Quartetsatz' D 703, draait het - evenals bij het Arcanto - om zeer hoge spelkwaliteit in samenhang met expressieve diepgang, een combinatie die weliswaar voor de hand ligt maar vaak niet of in voldoende mate wordt gerealiseerd.

De klankrijkdom is een belangrijk aspect, maar er is gelukkig heel wat meer tussen de muzikale hemel en aarde, en zeker met zoveel mooie vertolkingen in de catalogus zal iedere uitgave onherroepelijk extra kritisch moeten worden getoetst. Deze ferme, stoere, onverschrokken maar menigmaal ook hopeloze en breekbare muziek vraagt, nee smeekt primair om dynamische variëteit en proportionaliteit. Twee begrippen die een (interpretatieve) kunst op zich vormen. Een van de vele valkuilen in dit stuk is een over de gehele linie te heftige aanpak waardoor de enorme rijkdom aan details (niet in de laatste plaats in de tussenstemmen) het onderspit moet delven. Dat gebeurt nogal eens omdat het zo voor de hand ligt. Daarnaast wint dit werk enorm bij de gratie van de individualiteit in hecht teamverband. Het heeft misschien veel weg van een paradox, maar zo werkt het wel. Wie bovendien van mening is dat het fragmentarische karakter deel uitmaakt van het concept als geheel heeft.gelijk. Hoe dan ook, het zijn grote stappen die hier moeten worden gezet. De belangrijkste sleutel ligt evenwel bij de gradatie, gemeten naar tempo en dynamiek. Het ensemble dat de 'lotsverbondenheid' tussen beide een volstrekt natuurlijke manier over het voetlicht weet te brengen heeft al heel veel gewonnen. Het zal tevens duidelijk zijn dat geen enkel ensemble erin kan slagen om dit werk optimaal gestalte te geven zonder er van top tot teen mee vergroeid te zijn; terwijl tegelijkertijd de essentiële frisheid behouden moet blijven. Wie van paradoxen houdt kan met volle teugen genieten van de individualiteit binnen het hechte samenspel en van de intense betrokkenheid door de tijd heen met behoud van frisheid. Zo verloopt het dankzij het eminente Takács Quartet en de al even voortreffelijke Ralph Kirshbaum. De uitkomst is onvermijdelijk niet 'een' maar 'de' uitvoering: het ensemble biedt net zo'n fenomenaal uitzicht op Schuberts misschien wel mooiste kamermuziekwerk als het Arcanto, tot in de kleinste details overdacht en uitgewerkt, maar met behoud van frisheid en spontaniteit, vol passie en vuur, wijds en diep. Wie verder wil vergelijken: op de site vindt u recensies van het kwintet door het Belcea, Emerson en Tokyo.

In het verlengde van de 'masculiene tragiek' van het Strijkkwintet vinden we op deze cd die merkwaardige 'Quartettsatz', dat slechts ene deeltje van niet meer dan zo'n negen minuten dat in 1820 ontstond (zo'n acht jaar vóór het kwintet) en dat zoveel creatieve energie in zich herbergt dat het bijzonder jammer is dat het bij dat ene deel is gebleven. We kennen dat als de - zij het niet zo zwaarwegende - keerzijde van Schuberts creatieve proces: eenmaal aan een werk begonnen verloor hij menigmaal om de een of andere reden zijn belangstelling en werd het ter zijde gelegd. Die 'Quartettsatz' is evenwel geen niemendalletje, geen stuk om achteloos mee om te springen (Brahms dichtte de 'Quartettsatz' een zelfde waarde toe als de 'Onvoltooide' symfonie; en terecht). Het Takács pakt de zaken serieus aan en zorgt voor een bloedstollende vertolking.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links