CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2019

 

(A.) Scarlatti: L'Assunzione della Beata Vergine

Béatrice Gobin en Aurora Peña (sopraan), Mélodie Ruvio (altus), Matthieu Peyrègne (altus en dirigent), Ensemble Baroque de Monaco
Paraty 118176 • 63' •
Opname: november 2017, Église du village de Villeneuve-Loubet (F)

   

Maria's Tenhemelopneming in muziek verklankt door Alessandro (niet Domenico, de zoon) Scarlatti. Ik had er nog nooit van gehoord. Een tochtje over het internet bracht alleen voort wat meestal – en snel – wordt voortgebracht: de vele cd-verkoopkanalen. Maar over het werk zelf geen concrete informatie. Matthieu Peyrègne, zanger en artistiek leider van het Ensemble Baroque de Monaco zal zelfs dat niet hebben gevonden, want deze cd biedt de eerste integrale opname van het werk. Wat bewoog Peyrègne? In zijn eigen woorden: ‘Ik begon met zoeken op internet naar ongepubliceerde of zelden gespeelde stukken met het doel die aan het licht te brengen. Zo stuitte ik bij toeval op L'Assunzione della Beata Vergine, een oratorium van een componist waar ik bijzonder op ben gesteld: Alessandro Scarlatti. Ik ontdekte dat het werk nog nooit in zijn complete vorm was opgenomen of zelfs uitgevoerd sinds de eerste uitvoering, ruim drie eeuwen terug. Verder zoekend kwam ik erachter dat de partituur zich in het Duitse Münster bevond en eens deel had uitgemaakt van door de priester en componist Fortunato Santini (1778-1861) verzamelde originele, gekopieerde en bewerkte manuscripten. Het was de Britse musicoloog Edward J. Dent (1876-1957), de auteur van een biografie van Alessandro Scarlatti, die de verzameling oorspronkelijk had ontdekt. Ik ging naar Münster en maakte een afschrift van het originele manuscript. Dat heeft uiteindelijk geleid tot deze opname.'

Populaire zoon
Merkwaardig of niet, een feit is dat Alessandro Scarlatti (1660-1725) het qua populariteit moet afleggen tegen zijn zoon Domenico (1685-1757), de componist die wordt vereenzelvigd met een groot aantal instrumentale werken, waaronder maar liefst zo'n vijfhonderd voor uitsluitend het klavier. Op klassieke-muziekzenders heeft men het steevast over Scarlatti, waarmee Domenico en niet Allesandro wordt bedoeld, alsof laatstgenoemde niet eens heeft bestaan. Maar het is ook best een beetje ingewikkeld, met maar liefst acht verschillende Scarlatti's uit drie generaties van Siciliaanse families.

Napolitaanse school
Alessandro Scarlatti was niet zomaar een Italiaanse componist, zo'n toondichter van twaalf in een dozijn. Integendeel, deze talentvolle leerling van Giacomo Carissimi (1605-1674) was de grondlegger van de Napolitaanse school. Alessandro werd geboren in Palermo, ging als twaalfjarige in 1672 naar Rome om in 1684 naar Napels te verhuizen. In 1702 keerde hij weer terug in Rome, om in 1708 voorgoed naar Napels terug te keren Alessandro heeft als componist, 'maestro di cappella' en docent een belangrijk stempel gezet op het muziekleven in die stad, terwijl zijn vele composities nog aanmerkelijk verder reikten, tot in heel Italië. Napels bleef echter tijdens zijn leven en nog geruime tijd daarna het epicentrum van Alessandro's opera- en oratoriumkunst.

Vocale virtuositeit
Het duurde tot het eind van de zeventiende eeuw alvorens Napels een belangrijke rol ging spelen in de geschiedenis van de Italiaanse opera. De stad verkeerde inmiddels in rustiger vaarwater, na de opstand van Masaniello, de steeds weer aan- en aftredende regeringen en de sterke zowel publieke als onderhuidse oppositie van de Spanjaarden. Er was de Vrede van Utrecht voor nodig om rust en welvaart te creëren. In dat gunstige culturele klimaat kon de opera seria gedijen, de voortzetting van het 'dramma per musica' zoals dat oorspronkelijk in Firenze was ontstaan en zich in Venetië verder had ontwikkeld. De opera seria had zich los gemaakt van de strenge regels van het muziekdrama: de melodie werd 'losgezongen', werd letterlijk toonaangevend, de vocale virtuositeit alom omarmd ten koste van de dramatische expressie die al spoedig naar de achtergrond werd verdrongen. Aan die ontwikkeling hadden vier charitatieve instellingen (wees- en ziekenhuizen voor kinderen van gestorven of straatarme musici) in hoge mate bijgedragen. Ze groeiden uit tot ware kweekvijvers van muzikaal talent. Die muzikale opvoeding, zeer gedisciplineerd en menigmaal zelfs met harde hand, 'leverde' niet alleen zangers, maar ook instrumentalisten en zelfs componisten. Over hun stad heenkijken konden ze uiteraard niet: wat ze wisten, wisten ze van hun leermeesters die zich hadden toegelegd op de daar heersende stijl. Dan waren er doelgerichte muziekopleidingen waar de leerlingen contrapunt, harmonieleer en 'bel canto' (mooi zingen) werd bijgebracht. Toch was het niet allemaal educatief goud dat blonk. Door het beperkte zicht op een veelzijdige stilistische ontwikkeling was er aan de ene kant sprake van een rijke muzikale ontwikkeling van de kerkmuziek, maar aan de andere kant helaas van een verschraling van de opera door de voortdurende nadruk op uiterlijke virtuositeit die in die kringen als het hoogste doel werd gezien. De consequentie daarvan was dat de operacomponist geheel en al ondergeschikt werd aan de luimen van het vocale virtuozendom: hij moest met lede ogen toezien dat hij geleidelijk afgleed van gezaghebber naar dienaar.

Geen concessies
Hoe stond het met Alessandro? Hij heeft zich er misschien niet zo prettig bij gevoeld, maar standvastig was hij wel door geen compositorische concessies te doen aan het zangersdom dat zo was gespitst op uiterlijkheden. Hij zeilde op zijn eigen kompas en schiep en creëerde voor het eerst in de muziekgeschiedenis de typisch Italiaanse ouverture in drie delen (snel-langzaam-snel), de voorloper van de door Haydn ontwikkelde sonatevorm. Anders dan in Venetië kreeg ook het orkest een belangrijker rol te vervullen en werd de bezetting navenant uitgebreid (Haydns latere Esterházy-orkest zal er niet veel anders hebben uitgezien dan bij Alessandro Scarlatti cum suis). Daarnaast introduceerde hij het begeleide recitatief en het obligaat, in plaats van het tot dan gebruikelijke 'recitativo secco'. De koorpartijen werden vrijwel in de ban gedaan, door de voorkeur te geven aan recitatieven en aria's. Toen Alessandro Scarlatti in 1725 in Napels stierf had hij maar liefst honderd opera's, tweehonderd missen en een groot aantal cantates en oratoria op zijn naam staan. Helaas heeft slechts een deel daarvan de gesel der tijden overleefd.

Aanwinst
L'Assunzione della Beata Vergine
mag een aanwinst worden genoemd. Maar bovendien is er sinds de eerste uitvoering op 1 april 1703 sprake van een heuse wereldpremière. Het werk is geschreven voor vier solisten (sposo = bruidegom, sposa = bruid, Amore = de Liefde en Eternità = de Eeuwigheid, met als instrumentale bezetting 2 violen, 2 alten, cello, viola da gamba, contrabas (violone), theorbe, luit en klavecimbel. Matthieu Peyrègne leidt niet alleen het gehele ensemble, maar vervult als altus tevens de rol van Eternità in deze tot in de puntjes verzorgde uitgave.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links