CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2017

 

(Alessandro) Scarlatti: Messa Clementina - O Magnum Mysterium - Salve Regina

Palestrina: Tu es Petrus - Surrexit pastor bonus

Le Parnasse français o.l.v. Louis Castelain

Paraty 316153 • 51' •

Opname: november 2014, Saint-Lambert-des-Bois, Yvelines (F)

https://www.youtube.com/watch?v=w

http://daten.digitale-sammlungen.de/~db/0007/bsb00078296/images/

   

Merkwaardig of niet, een feit is dat Alessandro Scarlatti (1660-1725) het qua populariteit moet afleggen tegen zijn zoon Domenico (1685-1757), de componist die wordt vereenzelvigd met een groot aantal instrumentale werken, waaronder maar liefst zo'n vijfhonderd voor uitsluitend het klavier. Op klassieke-muziekzenders heeft men het steevast over Scarlatti, waarmee Domenico en niet Allesandro wordt bedoeld, alsof laatstgenoemde niet eens heeft bestaan. Maar het is ook best een beetje ingewikkeld, met maar liefst acht verschillende Scarlatti's uit drie generaties van Siciliaanse families.

Alessandro Scarlatti was niet zomaar een Italiaanse componist, zo'n toondichter van twaalf in een dozijn. Integendeel, deze talentvolle leerling van Giacomo Carissimi (1605-1674) was de grondlegger van de Napolitaanse school. Alessandro werd geboren in Palermo, ging als twaalfjarige in 1672 naar Rome om in 1684 naar Napels te verhuizen. In 1702 keerde hij weer terug in Rome, om in 1708 voorgoed naar Napels terug te keren Alessandro heeft als componist, 'maestro di cappella' en docent een belangrijk stempel gezet op het muziekleven in die stad, terwijl zijn vele composities nog aanmerkelijk verder reikten, tot in heel Italië. Napels bleef echter tijdens zijn leven en nog geruime tijd daarna het epicentrum van Alessandro's opera- en oratoriumkunst.

Het duurde tot het eind van de zeventiende eeuw alvorens Napels een belangrijke rol ging spelen in de geschiedenis van de Italiaanse opera. De stad verkeerde inmiddels in rustiger vaarwater, na de opstand van Masaniello, de steeds weer aan- en aftredende regeringen en de sterke zowel publieke als onderhuidse oppositie van de Spanjaarden. Er was de Vrede van Utrecht voor nodig om rust en welvaart te creëren. In dat gunstige culturele klimaat kon de opera seria gedijen, de voortzetting van het 'dramma per musica' zoals dat oorspronkelijk in Firenze was ontstaan en zich in Venetië verder had ontwikkeld. De opera seria had zich los gemaakt van de strenge regels van het muziekdrama: de melodie werd 'losgezongen', werd letterlijk toonaangevend, de vocale virtuositeit alom omarmd ten koste van de dramatische expressie die al spoedig naar de achtergrond werd verdrongen. Aan die ontwikkeling hadden vier charitatieve instellingen (wees- en ziekenhuizen voor kinderen van gestorven of straatarme musici) in hoge mate bijgedragen. Ze groeiden uit tot ware kweekvijvers van muzikaal talent. Die muzikale opvoeding, zeer gedisciplineerd en menigmaal zelfs met harde hand, 'leverde' niet alleen zangers, maar ook instrumentalisten en zelfs componisten. Over hun stad heenkijken konden ze uiteraard niet: wat ze wisten, wisten ze van hun leermeesters die zich hadden toegelegd op de daar heersende stijl. Dan waren er doelgerichte muziekopleidingen waar de leerlingen contrapunt, harmonieleer en 'bel canto' (mooi zingen) werd bijgebracht. Toch was het niet allemaal educatief goud dat blonk. Door het beperkte zicht op een veelzijdige stilistische ontwikkeling was er aan de ene kant sprake van een rijke muzikale ontwikkeling van de kerkmuziek, maar aan de andere kant helaas van een verschraling van de opera door de voortdurende nadruk op uiterlijke virtuositeit die in die kringen als het hoogste doel werd gezien. De consequentie daarvan was dat de operacomponist geheel en al ondergeschikt werd aan de luimen van het vocale virtuozendom: hij moest met lede ogen toezien dat hij geleidelijk afgleed van gezaghebber naar dienaar.

Hoe stond het met Alessandro? Hij heeft zich er misschien niet zo prettig bij gevoeld, maar standvastig was hij wel door geen compositorische concessies te doen aan het zangersdom dat zo was gespitst op uiterlijkheden. Hij zeilde op zijn eigen kompas en schiep en creëerde voor het eerst in de muziekgeschiedenis de typisch Italiaanse ouverture in drie delen (snel-langzaam-snel), de voorloper van de door Haydn ontwikkelde sonatevorm. Anders dan in Venetië kreeg ook het orkest een belangrijker rol te vervullen en werd de bezetting navenant uitgebreid (Haydns latere Esterházy-orkest zal er niet veel anders hebben uitgezien dan bij Alessandro Scarlatti cum suis). Daarnaast introduceerde hij het begeleide recitatief en het obligaat, in plaats van het tot dan gebruikelijke 'recitativo secco'. De koorpartijen werden vrijwel in de ban gedaan, door de voorkeur te geven aan recitatieven en aria's. Toen Alessandro Scarlatti in 1725 in Napels stierf had hij maar liefst honderd opera's, tweehonderd missen en een groot aantal cantates en oratoria op zijn naam staan. Helaas heeft slechts een deel daarvan de gesel der tijden overleefd.

Op deze cd staat Alessandro Scarlatti's vijfstemmige 'Messa Clementina' (in het Agnus Dei zevenstemmig), gecomponeerd in Rome in 1705. Hoewel Scarlatti nooit als kapelmeester verbonden is geweest aan de door het Vaticaan bestierde prestigieuze Sixtijnse Kapel, onderhield hij tijdens zijn verblijf in Rome wel uitstekende relaties met het zeer invloedrijke Huis Albani, waartoe ook paus Clemens XI met zijn pauselijke kapel behoorde. Dat verklaart mogelijk dat het manuscript werd aangetroffen in de muziekbibliotheek van het Vaticaan. Het is goed om hier gelijk maar een onderscheid aan te brengen tussen de 'Messa Clementina' I en II. Want er bestaat ook nog een tweede mis die dezelfde titel draagt, maar pas veel later in Rome ontstond, in 1716, nadat de paus hem in de zomer van 1715 de eretitel van ‘cavaliere' had verleend. Zowel de eerste als de tweede Clementina-mis droeg Scarlatti aan deze paus op.

Dat de religieuze boekhouders in het achttiende-eeuwse Vaticaan enige muzikaliteit niet kan worden ontzegd blijkt wel uit de aantekening op de titelpagina van het manuscript: ‘Questa messa non solo è stata composta ma copata di propria mano dall'Alessandro Scarlatti in ossequio e miglior servitio di Nostro Signore Clemente XI e della Sua Cappella Pontificia'. Vrij vertaald: ‘Deze mis is niet alleen gecomponeerd maar ook gekopieerd door Alessandro Scarlatti als eerbetoon aan en ten dienste van Onze Heer Clemens XI en Zijn Pauselijke Kapel'. Met die ‘Pauselijke Kapel' werd uiteraard de Sixtijnse Kapel bedoeld.
Het Salve Regina heeft Scarlatti waarschijnlijk gecomponeerd naar aanleiding van de aardbeving in 1703: de eerste op 14 januari, de tweede op 2 februari. In het manuscript staat als datum februari 1703. De schade in Rome was weliswaar groot, maar gelukkig viel er slechts een gering aantal slachtoffers te betreuren. Dat leidde tot dankzeggingen aan de maagd Maria, met processies, missen en andere vieringen. Anders ligt het met Scarlatti's Salve Regina dat waarschijnlijk werd uitgevoerd op 17 maart, tijdens een door kardinaal Ottoboni georganiseerde aanbidding van Maria.
'O Magnum Mysterium' voor acht stemmen in twee koren componeerde Scarlatti rond Kerstmis 1705. Het manuscript werd aangetroffen in de bibliotheek van de kathedraal in Lissabon. Het is niet zo vreemd dat het daar terechtkwam: zoon Domenico was daar immers werkzaam geweest.
Dat de 'Messa Clementina' op deze cd wordt ‘ingeluid' door ‘Tu es Petrus' (de eerste strofen luiden: Tu es Petrus / et super hanc petram / Aedificabo Ecclesiam meam: Gij zijt Petrus / en op deze rots / wil ik Mijn Kerk bouwen) van Giovanni Pierluigi da Palestrina  (ca. 1525-1594) past in de zeventiende-eeuwse uitvoeringspraktijk. Het is gecomponeerd voor twee sopraan-, alt-, tenor- en twee basstemmen en afkomstig uit een boek met motetten dat in 1572 in Rome werd gepubliceerd. Tussen het Credo en het Sanctus van Messa Clementina horen we - eveneens volgens het toenmalige gebruik - nog een werk van Palestrina, het ‘Surrexit pastor bonus': De goede Herder is opgestaan, die zijn leven voor de schapen heeft gegeven. Voor alle specifiek voor de Sixtijnse Kapel gecomponeerde a capella koorwerken geldt dat die zijn geënt op de toen heersende praktijk van steevast een solist per partij (Jean Lionnet [1872-1910] heeft dat tot in detail uitgezocht en erover gepubliceerd in ‘Les Diari Sistini' ). Dat waren toen uitsluitend jongens en mannen, wat vrouwen werden overeenkomstig de geldende mores niet toegelaten.

Het ensemble Parnasse français doet zijn naam op deze cd alle eer aan: het betekent immers Franse Parnassus, een naam die in dit geval op zijn minst zelfverzekerdheid uitstraalt. Het is afkomstig van het Griekse woord Parnassos, een gebergte in Phocis, gelegen ten noorden van Delphi. Het is een heiligdom waar Apollo en de muzen werden geëerd, maar ook gold als een symbolische plek voor dichters.
De gewijde contrapuntiek is bij het Franse ensemble (twee sopranen, twee alkten, twee tenoren, twee bassen en een incipit) in ideale handen. Een schitterend voorbeeld daarvan zijn het Gloria en het 'O Magnum Mysterium' die getuigen van een ‘perfectissium corpus', in de van wonderschoon affect doortrokken stemvoering, de volmaakte balans tussen de kristalheldere stemmen en het ravissante klanktapijt dat mede daardoor kon worden uitgerold. De opname in de fraai afgemeten kerkakoestiek van de Sint-Lambertus-kerk in het Franse Yvelines is niet minder betoverend.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links