CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2019

 

Say: Vioolconcert (1001 Nights in the Harem) (2007) - Grand Bazaar op. 65 (2016) - China Rhapsody op. 69 (2016)*

Iskandar Widjaja (viool), Iraz Yildiz (piano)*, Aykut Köselerli (percussie), ORF Vienna Radio Symphony Orchestra o.l.v. Howard Griffiths
Sony Classical 19075865732 • 52' •
Opname: augustus 2017, ORF Funkhaus, Wenen

http://fazilsay.com

 

In een land als Turkije kan men gemakkelijk tussen twee stoelen vallen. Een land bovendien waarin de scheidslijnen tussen christendom en islam, tussen west en oost, wel gemakkelijk langs en door elkaar heen lijken te lopen, maar waar begrippen als vrijheid en democratie toch een iets andere lading hebben dan bij ons. De Turkse componist Fazil Say (Ankara, 1970) moest dat in 2013 letterlijk aan den lijve ondervinden, nadat hij een jaar eerder een bericht op Twitter had geplaatst waarin hij zich profileerde als atheïst en vervolgens de islamitische gebruiken ter discussie stelde. Om het – althans in sommige Turkse kringen – nog bonter te maken met citaten uit een dertiende-eeuws Perzisch gedicht, waarin de hypocrisie van het islamitische geloof bewoordingen aan de kaak werd gesteld. De justitiële actie was tamelijk voorspelbaar: Say werd aangeklaagd voor belediging van de islam. Toch kwam hij er nog genadig vanaf: de rechtbank in Istanboel veroordeelde hem weliswaar tot tien maanden gevangenis, maar de straf was wel voorwaardelijk. Er waren naar het oordeel van het rechterlijk college verzachtende omstandigheden. Desondanks zag Say het in zijn geboorteland niet meer zitten, hij wilde emigreren, en zich als vrije kunstenaar vestigen in Japan. Het zelfgekozen lot van de banneling, maar in dit specifieke geval wel als ‘verzachtende' omstandigheid dat een excellente, veel gevraagde pianist als Fay toch al een soort nomadenleven leidde.

Had Say repercussies van de Turkse autoriteiten verwacht? Of was hij misschien zo naïef te denken hiermee straffeloos weg te komen? Een feit is wel dat er vanuit de Turkse samenleving wel degelijk openlijk oppositie tegen zijn veroordeling klonk: zelfs de cultuurminister had moeite met de gerechtelijke uitspraak. Waar nog bijkwam dat de raadsman van de Turkse president er fijntjes op wees dat Erdogan zelf in de jaren negentig nog was vervolgd wegens het gebruik van een vergelijkbaar citaat van een Turkse dichter. De advocaat was zelfs van mening dat van enigerlei belediging door Say nooit sprake was geweest. Het is het bekende beeld van voor- en tegenstanders, van voorvechters en bestrijders, kortom het overbekende pandemonium. Daar hoef je overigens niet voor in Turkije te zijn, want in ons land vinden we – zij het veel minder extreem – daarvan eveneens voorbeelden genoeg. Tolerantiegrenzen kunnen flinterdun zijn, discriminatie ligt verborgen achter slechts een dun laagje vernis.

Terug naar Say, die binnenkort weer in Nederland zijn opwachting maakt: op zondag 31 maart geeft hij in de Nieuwe Kerk in Den Haag een recital met op het programma Chopin, Satie, Beethoven en – hoe kan het anders – eigen werk. De vrijdag ervoor is hij, samen met het Residentie Orkest, te horen in het Haagse Zuiderstrandtheater, in het Tweede pianoconcert van Saint-Saëns.

Fazil Say stuurde zijn nieuwste cd met als aansprekende titel ‘1001 Nights in the Harem'. Oppervlakkig bekeken misschien ietwat gewaagd, met om ons heen de hyperactieve ‘Metoo'-beweging, maar wie wat dieper graaft, ziet (hoort) in het aan Patricia Kopatchinskaja opgedragen, zeer virtuoze vioolconcert (2007) dat het uitsluitend gaat om de beroemde sprookjes uit ‘Duizend-en-een-Nacht', met de soloviolist in de rol van de onvermoeibare vertelster Shéhérazade. De hechte structuur van het werk wordt versterkt door de knap ingevlochten cadensen die de verschillende delen met elkaar verbinden. Het gebruik van typisch Turkse percussie (bespeeld door Aykut Köselerli) maakt de exotische sfeer die het werk als vanzelfsprekend uitstraalt nog tastbaarder. Het programma wordt aangevuld met twee stukken, waarvan het eerste, ‘Grand Bazaar', een Osmaanse sfeertekening met daarin centraal de levendige kakofonie van de enorme overdekte markt in Istanboel (duizenden winkeltjes en marktkramen, verdeeld over 60 straten), en het tweede, een verkapt pianoconcert, met als titel ‘China Rhapsody' – de naam spreekt eigenlijk al voor zich –, dat is gestoeld op typisch klassieke Chinese motieven (pentatoniek), gecomponeerd in opdracht van het Shanghai Symphony Orchestra en door Say zelf de pianist op 15 juli 2016 in Shanghai ten doop gehouden.

Het lijkt op een gemiste kans dat we het zonder Kopatchinskaja als violiste en Say als pianist moeten stellen, want dan zou dit album ongetwijfeld meer authenticiteit hebben uitgestraald. Echter, met de vertolkingen door de violist Iskandar Widjaja (zijn ouders zijn van Arabisch-Nederlandse en Chinees-Indonesische komaf) en de Turkse pianist Iraz Yildiz is niets mis: zij weten de oosterse sferen volmaakt te treffen. Bovendien niets dan lof voor het Weense omroeporkest dat onder leiding van Howard Griffiths, een dirigent die in alle uithoeken van het repertoire zijn kwaliteiten ruimschoots heeft bewezen, een veelkleurige staalkaart van zijn kunnen demonstreert. Dat de percussionist apart werd vermeld doet recht aan zijn inventieve spel in deze drie werken. Dit album bevat twee wereldpremières: 'Grand Bazaar' en 'China Rhapsody' werden nog niet eerder vastgelegd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links