CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2020

The Romantic Piano Concerto (81)

Rubbra: Pianoconcert in G, op. 85

Bax: Morning Song 'Maytime in Sussex'

Bliss: Pianoconcert in Bes

Piers Lane (piano), The Orchestra Now o.l.v. Leon Botstein

Hyperion CDA68297 • 78' •
Opname: januari 2019, Richard B Fisher Center, Bard College (VS)

 

Het is misschien nauwelijks te geloven, maar dit is alweer a lbum nummer 81 in de nog steeds groeiende reeks ‘Het Romantische Pianoconcert' van het gerenommeerde Britse label Hyperion. Dat daarvoor doorgaans een beroep wordt gedaan op minder bekende solisten, orkesten en dirigenten ligt eigenlijk voor de hand: dat het eenvoudig te duur is om voor dit soort repertoire bekende solisten en orkesten aan te trekken. Maar nog afgezien daarvan is de kans niet overdreven groot dat zij bereid worden gevonden tijd en moeite te investeren in repertoire dat zich in de periferie beweegt en dat ondanks hun inzet niet of nauwelijks kans heeft zich daaraan te ontworstelen. Samengevat: er moet stevig op worden gestudeerd en als een label bovendien daarvoor slechts bescheiden financiële middelen in het vooruitzicht kan stellen houdt het alleen al vrij snel op. Het mag wat deze serie betreft al heel bijzonder heten dat de wel bekende Britse pianist Howard Shelley zich al jarenlang met muzikale ziel en zaligheid aan deze serie heeft verbonden en inmiddels een groot aantal opnamen achter zich heeft.

Vanuit die gedachtegang hoeft er over deze relatiefj onbekende solist, dito orkest en dirigent niet te worden gezeurd. Voor de goede orde: Bax' ‘Maytime in Sussex' en Bliss' Pianoconcert verschenen elders (EMI, Naxos) al eerder. Ik heb nog even gezocht naar het Pianoconcert van Rubbra, maar in de discografie heb ik daarvan geen opname kunnen ontdekken (waarbij ik voorzichtigheidshalve niet uitsluit dat deze er ‘ergens' wel is of is geweest). Maar broederlijk bijeen zijn deze drie stukken in ieder geval nooit verschenen, wat het belang van dit album alleen al vanuit die optiek dubbel en dwars onderstreept.

Alleen naar de jaartallen kijkend valt de muziek van deze drie Britse heren niet per se onder de (Britse) Romantiek (overigens een wijds begrip): Edmund Rubbra (1901-1986), Sir Arnold Bax (1883-1953) en Sir Arthur Bliss (1891-1975). Maar ook qua ontstaansdata van de stukken zelf lijken ze althans op papier de Romantiek al lang en breed voorbij te zijn: Rubbra schreef zijn Pianoconcert (in G!) in 1955/56, Bax zijn ‘Morning Song' in 1946 en Bliss zijn Pianoconcert (in Bes!) in 1938/39. In de tijd dus dat de Tweede Weense School al lang en breed bezit had genomen van de atonaliteit. Waarbij ook de muzikale ontwikkelingen in Frankrijk (met vooraan Debussy!) in dit verband best genoemd mogen worden. Dat in Engeland onverdroten werd doorgecomponeerd in strik heldere tonica en dominant leek het land op dit punt dus even duidelijk te onderscheiden van het vasteland. In het aloude Albion hield een aantal zéér vooraanstaande componisten zich vast aan de Romantiek, Daarin voelden ze zich niet alleen thuis, maar leverden ze ook hun beste prestaties. Zoals Benjamin Britten voor een ander pad koos - hoewel diens muziek zeker met de oren van nu vrij gemakkelijk toegankelijk is.

De vraag ligt voor de hand: bleven die romantisch componerende muziekvinders dan ergens ‘steken'? Niet alleen deze drie, maar ook bijvoorbeeld (deels) hun tijdgenoten als Edward Elgar, Frederick Delius en Ralph Vaughan Williams. Maar zou er dan iets tegenin te brengen zijn? Hoe bezwaarlijk is het eigenlijk dat een componist niet tot de ‘modernen' wil behoren?

Misschien is inventie per saldo wel de doorslaggevende factor als het om de publieke perceptie en appreciatie gaat. Denk maar aan bijvoorbeeld Rachmaninov: geen nieuwlichter in de strikte zin van het woord, maar wel een componist die niet alleen schitterende melodische ‘verhandelingen' aan zijn pen wist te ontlokken, maar die er ook in slaagde om het soortelijk gewicht ervan nog eens stevig te vergroten door het net zo ingenieuze harmonische discours. En niet alleen in zijn pianowerken en concerten, maar ook in zijn orkestwerken. Het is slechts een voorbeeld.

Laten de vogeltjes dus maar zingen zoals ze gebekt zijn. Dat kunnen ze immers het beste! En als we de melodie een belangrijke functie toekennen? Dan is – het is niet meer dan een willekeurige greep – het Adagietto uit Bliss' Pianoconcert a case in point. Maar misschien is het wel het meest passende uitgangspunt dat alle drie pianoconcerten (‘Maytime Sussex' is, ondanks de nog geen acht minuten speelduur een verkapt pianoconcert) meer verdienen dan slechts een vluchtige kennismaking (en dat ondanks het feit dat ze, zoals gezegd, geen indrukwekkende discografische geschiedenis kennen). Wat daarbij zeker helpt is de uitvoering: solist, dirigent en het (uit jonge musici bestaande) Amerikaanse orkest (u kunt er hier meer over lezen) gelóven in deze muziek, het straalt er voortdurend vanaf en Andrés Villalta legde het fraai gebalanceerd en vol sonoriteit vast. Dat de Steinway D voor deze gelegenheid volmaakt was geïntoneerd en gestemd mag hier evenmin onvermeld blijven.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links