CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2017

 

Rott: Symfonie nr. 1 in E

Mozarteumorchester Salzburg o.l.v. Constantin Trinks

Hanssler PH 15051 • 59' •

Live-opname: november 2015, Grosses Festspielhaus, Salzburg

   

Hans Rott (1858-1884) was de buitenechtelijke zoon van acteur Carl Matthis Roth en de zingende actrice (of acterende zangeres, het is maar hoe het wordt bekeken) Maria Rosalia Lutz. In 1874 vielen de gezinsinkomsten stevig terug nadat de vader door een ongelukkige val op het toneel verlamd was geraakt. Dat zoon Hans in dat rampjaar toch toegelaten werd tot het Weens conservatorium mag op zijn minst als bijzonder heten, want geld was er niet of nauwelijks om een dergelijke dure opleiding te bekostigen. Echter, zijn grote muzikale talent schoot hem te hulp: hij werd vrijgesteld van het betalen van collegeld. Een van zijn leraren was niet minder dan Anton Bruckner (“Von dem Manne werden Sie noch Großes hören”), die hem inwijdde in de orgelkunst. Daarnaast kreeg hij les van Hermann Grädener (harmonie), Leopold Landskron (piano) en Franz Krenn (compositie). Gustav Mahler (“Was die Musik an ihm verloren hat, ist gar nicht zu ermessen”) zat bij hem in de klas en zou, evenals Hugo Wolf, later met hem goed bevriend raken. Een belangrijke ontmoetingsplaats voor de vele vrienden en bekenden was toen het klooster dat aan de piaristenkerk ‘Maria Treu' was verbonden en waar Rott van 1876 tot 1878 als organist en bibliothecaris werkzaam was en daar ook onderdak had gevonden. Daar hoorde men niet alleen orgelspel, maar ook menigmaal heftig verlopende discussies over de meest uiteenlopende onderwerpen, waaronder muziek, filosofie, literatuur en archeologie. Met Rott leek nog weinig aan de hand.

 
 
Hans Rott

De Eerste symfonie uit 1880 viel bij de commissie die moest oordelen over een staatstoelage voor Rott in slechte aarde. Men zag er niets in. Onder de commissieleden niet de minsten: de componisten van 'rang en stand'Brahms en Goldmark, en de gevreesde, invloedrijke criticus Hanslick. Brahms was het meest hard in zijn oordeel: Rott had volgens hem geen enkel talent. Rott was door deze afwijzing (maar misschien nog door de argumentatie) uiteraard nogal uit het veld geslagen, maar toch probeerde hij het werk uitgevoerd te krijgen. Zo ging hij langs bij de dirigent van de Weense Hofoper, Hans Richter, maar ving bot.

In werkelijkheid was het niet Rotts Eerste symfonie. Hij had al eerder, in 1874/75, een Symfonie voor strijkers in As gecomponeerd, naast een losse finale in F in 1876. Bruckner-vorser Leopold Nowak heeft het allemaal keurig in kaart gebracht. Voor een volledig werkoverzicht verwijs ik u graag naar de Hans Rott-site.

Rotts aardse bestaan werd vooral beheerst door allerlei psychische problemen. Tijdens een treinreis in oktober 1880, op weg naar een nieuwe baan in het toen nog Duitse Mulhouse, richtte hij pardoes zijn pistool (hoe hij eraan kwam is nooit opgehelderd) op een argeloze medereiziger die alleen maar een sigaar wilde opsteken. Of die het wel uit zijn hoofd wilde laten, want Brahms had de wagon volgestopt met dynamiet. Open vuur betekende dat die ieder moment zou kunnen ontploffen… Het vervolg was niet minder tragisch: hij werd opgenomen in een psychiatrische kliniek, maar zijn creativiteit leek nog ongebroken: Rott ging onverdroten door met componeren. Maar evenals bij Schumann en Wolf nam geestelijke duisternis meer en meer bezit van hem. Een aantal zelfmoordpogingen mislukte. Hij overleed 'vreedzaam' op 25 juni 1884 aan de gevolgen van tuberculose. Later bleek de beschuldiging dat hij tijdens zijn werk in het piaristenklooster kostbare boeken had ontvreemd, op drijfzand te berusten. Maar het was wel het begin van veel ellende, ontheemding en vervreemdend gedrag.

De Eerste symfonie is een uitstekend gestructureerd werk, origineel geïnstrumenteerd, met pakkende thema's, inventieve doorwerking, een stevige dosis ‘Sturm und Drang', maar ook volbloedig stromende lyriek. Rotts oorspronkelijkheid wordt naar mijn gevoel bovendien nog eens uitdrukkelijk bevestigd in de Eerste, Tweede en Vierde symfonie van Gustav Mahler: hij moet van Rotts opus bijzonder onder de indruk zijn geweest. Omgekeerd is er Rotts grote waardering voor de muziek van Anton Bruckner, getuige onder meer de repeterende strijkersfiguren onder stralende koperfanfares: het openingsdeel spreekt wat dit betreft alleen al boekdelen. In de finale buitelen de typische Bruckner en (latere) Mahler motieven (een voorbeeld: derde deel, bij 1':13'') zelfs over elkaar heen. Er wordt wel beweerd dat Rott een groter muzikaal talent bezat dan Mahler, maar er is eenvoudig te weinig overgebleven om een dergelijke conclusie daarmee te rechtvaardigen. Wat er wel is toont in ieder geval Rotts zeer grote gave op dit gebied. Het gevoel zegt mij dat hij had kunnen uitgroeien tot een van de belangrijkste symfonici van de negentiende eeuw.

De catalogus bevat al een behoorlijk aantal opnamen van deze symfonie, maar Constantin Trinks voegt er met het Mozarteum Orchester nog een dimensie aan toe: het is live, het is spannend, het gehele betoog straalt van betrokkenheid en is daarmee tevens een warm pleidooi voor deze muziek, de orkestrale afwerking is om door een ringetje te halen, het publiek is tot het slotapplaus werkelijk muisstil en de opnamekwaliteit is uitstekend. Geen uitgave dus om zomaar aan voorbij te lopen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links