CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2022

Ottorino Respighi - Complete Piano Music (2)

Respighi: Sonata in a, p004b - Fuga in C, p023a - Presto in F, p004d - Allegro da Concerto in b, p010 - Suite nr. 1 in g, p022 - Scherzo in Bes, p004c - Preludio con fuoco in bes, p023 - Sei pezzi per pianoforte p044

Giovanna Gatto (piano)
Toccata TOCC 0605 • 68' •
Opname: febr. 2021, Acustica Studio, Lottstetten-Nack (D)

   

Ottorino Respighi (1876-1936) als componist van pianowerken: het ligt net zo min voor de hand als dat geldt voor twee andere Italiaanse grootheden: Rossini en Leoncavallo (een album met diens pianomuziek, gespeeld door Ingrid Carbone, is onderweg naar mijn brievenbus). Voor geen van drieën was de piano een metier waarin ze door de geschiedenis met verve worden herinnerd, maar tot vandaag de dag is er nauwelijks aandacht voor. Zelfs de zéér gerenommeerde pianist Paolo Giacometti die zich voor Channel Classics alweer lang geleden heeft ontfermd over Rossini's P échées de ma vieillesse (géén jeugd-, maar oudedagszonden!), heeft daarin fundamenteel geen verandering kunnen brengen; en evenmin in zijn voetsporen Stefan Irmer en Marco Sollini.

De eerlijkheid gebiedt ook om er gelijk maar aan toe te voegen dat hun pianowerken niet op een vergelijkbaar niveau als hun opera's of, wat Respighi betreft, zijn orkestwerken. Als we het over een willekeurige componist als ‘alleskunner' hebben, betekent dit nog niet dat hij op alle markten even goed (of even overtuigend) thuis is. Wat dit betreft zijn de Mozarts zeer dun gezaaid.

De Italiaanse pianiste Giovanna Gatto heeft zich moedig aan de vastlegging van het complete piano-oeuvre van haar landgenoot Respighi gezet. Er zijn daarvan inmiddels twee albums verschenen, waarvan het laatste door puur toeval op mijn weg kwam: ik had Outhere, de distributeur van het Toccata-label, om een recensie-exemplaar van een bepaalde cd gevraagd, maar kreeg abusievelijk deze toegestuurd, waarna ik er uiteraard naar heb geluisterd. Dat viel niet tegen, al zijn er best wel enige kanttekeningen te maken. Bij de muziek welteverstaan, niet bij de uitvoering en de opname, want beide doen iedere mogelijke kritiek verstommen.

Respighi was een (groot)meester in het ‘vertalen' van buitenmuzikale indrukken naar muzikale verbeelding, daarbij mede geholpen door zijn fenomenale, deels exotisch getinte instrumentatie. Niemand die dat naar mijn gevoel beter kon dan Respighi (hij had in tijdgenoot Richard Strauss zijns gelijke), een dusdanig fenomenaal ontwikkelde eigenschap dat die zelfs niet zelden zijn melodische en harmonische vindingrijkheid daardoor in de schaduw stelde: dat dan de meeste aandacht naar de orkestratie werd getrokken. Het is deze magnetische uitwerking die menigeen ongetwijfeld zal hebben ervaren. Zelfs als het ‘slechts' om strijkers gaat, zoals in de derde suite van zijn Antiche Danze ed Arie, is er sprake van een zeldzame orkestrale rijkdom, zo fraai en zo rijk gedetailleerd dat die de in de oorspronkelijke muziek (zestiende-eeuwse Italiaanse luitwerken) gewortelde sensualiteit op uiterst treffende wijze tot bloei brengt.

In zijn pianowerken is daarvan uiteraard geen of veel minder sprake, wat de aandacht van de luisteraar vooral doet richten op de pianistische aspecten van deze composities. En daarin is de dan nog jonge Respighi niet op zijn best. Een aardig hoewel niet direct representatief voorbeeld daarvan is het Presto in F, geschreven als 20-jarige, met een ronduit onaantrekkelijk thema dat zich blijkbaar niet liet verleiden tot saillante uitwerking. Waarom gebruikte hij het dan, dacht ik prompt. Beethoven daarentegen wist zelfs het meest onaantrekkelijke (zoals het latere Eroica)thema tot grootse variaties en bovendien nog een formidabele fuga in zijn op. 35 om te smeden. Merkbaar is ook dat Respighi de piano zeker in die tijd niet als een belangrijk studieobject moet hebben beschouwd.

Het echt monumentaal aangelegde stuk op dit album is de eveneens uit 1896 daterende Pianosonate in a, met in het openingsdeel dramatiek die werkelijk alle kanten uitgaat, ingegeven door het uitermate energieke hoofdthema dat zich uitstekend leent voor de stormachtige ontwikkeling. In de doorwerking. Het is - zeker voor een 20-jarige - bovendien knap geconstrueerd, met transities die naar, in en uit de verschillende toonsoorten tonaal wrijvingsloos verlopen. Dat Respighi ook in dit werk aan het puur pianistisch aspect een lagere rangorde heeft gegeven is evenwel minder problematisch dankzij de echt pakkende dramatiek die de aandacht opeist. Bij Liszt bijvoorbeeld gaan beide eigenschappen : drama en pianistiek, overtuigend hand in hand, bij Respighi echter niet.

Wat Respighi wel heel goed kan is de piano echt te laten zingen: het cantabile-spel is hem als het ware op het muzikale lijf geschreven en gelukkig tevens een kolfje naar de handen van Giovanna Gatto. Dat blijkt niet alleen uit het exquise middendeel (Andantino) van deze sonate, maar ook elders. De briljant getoonzette finale mag er eveneens zijn, waarin – we hoorden het al eerder in deze sonate – Respighi zijn blijkbaar grote bewondering voor Brahms (o.a. door de parallelle sexten) niet onder stoelen of banken steekt. Al is van het expansieve karakter van Brahms' pianosonates bij Respighi onvoldoende sprake. Waar overigens niets mis mee is, en zeker niet voor een pas 20-jarige componist. Zoals we ook Bach terug kunnen horen in de driestemmige fuga uit 1898.

Voor alle helderheid: dit is geen ‘laaggradige' muziek, maar zij getuigt evenmin van ‘hooggradig' compositorisch en pianistisch vormgegeven vernuft. De stukken zijn ontstaan in de periode 1886-1905, dus tussen Respighi's 10de(!) en 29ste levensjaar, dus nog redelijk ver verwijderd van het tijdperk van zijn grote compositorische ontwikkeling. Dit tweede album zegt wat dit betreft daarom nog relatief weinig over die verdere ontwikkeling (het eerste album ken ik overigens niet). Het zegt echter zeker wel iets over de grote pianistische gaven van Giovanna Gatto, want ik kan mij voor deze muziek werkelijk geen betere pleitbezorg(st)er voorstellen. Technisch tot in de puntjes verzorgd, uiterst verbeeldingsvol voor het voetlicht gebracxht, warm en zangrijk, en met een uitstekend gevoel voor het melodische lijnenspel en wat Respighi zoal aan harmonische vondsten (zonder daarbij menigmaal rekening te houden met de typische klankeigenschappen van en de speelwijze op de piano!) toen al wist te bedenken.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links