CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2020

Respighi: Feste Romane - Fontane di Roma - Pini di Roma

Sinfonia of London o.l.v. John Wilson
Chandos CHSA 5261 • 60' • (sacd)
Opname: september 2019, Church of S. Augustine, Kilburn, Londen

   

Beethoven noteerde niet voor niets bij zijn ‘Pastorale': “Eerder uitdrukking van het gevoel dan schildering.” Met andere woorden: neem het toch vooral niet al te letterlijk. En dit ondanks het duidelijk herkenbaar kabbelende beekje, de koekoek, de nachtegaal, het onweer en de storm. Maar… dat is allemaal niet plaatsgebonden, al maakte de hardhorende componist in de zomer vrijwel dagelijks zijn uitputtende wandelingen in het Wiener Wald met zijn pittoreske wijndorpjes. Maar zo'n beekje stroomt ook in Drenthe, de vogels tjilpen en roepen ook op het Spaanse platteland en het vuurt, knettert en stormt ook in Arnhem en omstreken.

Een componist kan, geïnspireerd door allerlei indrukken, de bron zijn van een waar klankfestijn, maar dat wil zeker niet zeggen dat wij die impressies zelf ook zo kunnen navoelen. Iets soortgelijks kennen we ook van typische programmamuziek, zoals bijvoorbeeld ‘Till Eulenspiegel' van Richard Strauss, waarin de protagonist niet voor iedereen goed herkenbaar is maar dat het auditieve genot van een schitterend orkestwerk geen seconde in de weg zit. Wat ik overigens niet kan zeggen van Liszts 'Preludes', want daar gebeurt precies het omgekeerde, wordt in mijn beleving de muziek in de weg gezeten door de herinnering aan die vréselijke beginfanfare (nog afgezien van de rest...) uit de Duitse 'Wochenschau', het beruchte nazi-journaal. Van die impressie kom ik nooit meer los, terwijl een ander misschien er misschien wel geen enkele bijgedachte bij heeft. Muziek kan veel met een mens doen, zoveel is wel zeker.

De klankmagiër Ottorino Respighi 1879-1936) heeft de op dit nieuwe album bijeengebrachte drie 'Romeinse' orkestwerken ongetwijfeld geconcipieerd vanuit buitenmuzikale voorstellingen (die overigens over meer gaan dan alleen maar Romeinse feesten, fonteinen en pijnbomen), maar wat mij betreft hadden ze even goed betrekking kunnen hebben op – om me tot Zuid-Amerika te beperken - Barranquilla, Buenos Aires of Cartagena.

Kortom, het maakt denk ik voor de luisteraar allemaal weinig uit. Maar… we zouden die ‘Feste', ‘Fontane' en ‘Pini' niet hebben gehad als… U kent het antwoord al. Maar laten we in dit spel van verbeelding ook de dirigent en het orkest niet vergeten, want van hen hangt het immers af of we wel of niet worden getrakteerd op dat klankfestijn zoals de componist het voor ogen moet hebben gehad (en zoals hij dit pijnlijk nauwkeurig in partituur heeft gebracht).

Het is al vanaf de eerste klanken duidelijk: deze koele Londenaren leiden ons met vaste hand door het zonnige en gloedvolle Rome en zijn we als het ware rechtstreeks getuige van al die uitbundige feesten, bruisende fontijnen, de Villa Borghese, de grafkelders en natuurlijk die fraai welvende pijnbomen. Maar let wel: als we er in kunnen geloven tenminste. Voor wie dat niet kan blijft het net zo zonnig en gloedvol, want hij moet wel diep onder de indruk raken van dit formidabele orkestspel en van die twee eigenschappen waarin John Wilson in dit programma excelleert, het beste van zichzelf als dirigent laat horen: het betoverende coloriet en de ongenaakbare spanningsopbouw.Een goed voorbeeld van het tweede: de pijnbomen op de Via Appia, met vanaf 2:07 dat diep gorgelende orgelpedaal dat het onmiskenbare vertrekpunt wordt voor de door Wilson fenomenaal opgebouwde climax. En wat het coloriet betreft: fijnzinniger kunnen de fonteinen van de ‘Valle Guilia All'alba' echt niet worden ‘ingekleurd'. Niet door een ander orkest, niet door een andere dirigent. Het staat voor mij zo vast als een huis.

In stereo is het al een klankfeest van jewelste, maar in surround (5.1) komt er nog een belangrijke dimensie bij, wat zich in woorden niet laat vatten. Want woorden schieten tekort bij zoveel breedte en diepte in het klankbeeld. Fascinerend is het ook om te horen hoe in surround de trompettisten vanaf de (orgel?)galerij hun aandeel leveren. Dit is alles bijeen genomen toch wel heel wat meer dan een venster op de concertzaal.

Zo ontwikkelt zich zowel het muzikale als auditieve beeld naar mijn gevoel nog sterker dan van de onlangs door Siebe Riedstra besproken Decca-uitgave in een vergelijkbaar Respighi-programma met het Scala-orkest onder leiding van Riccardo Chailly (hier besproken).

Het cd-boekje is uitstekend gedocumenteerd, terwijl de tekst verluchtigd wordt met aansprekende afbeeldingen van orkest en opnameteam.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links