CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2017

 

REMEMBRANCE

Farrant: Call to remembrance
Tomkins: When David heard
Anon. (Kiev): Kontakion of the Dead
Tavener: Song for Athene
Ramsey: How are the mighty fallen
(William) Harris: Bring us, O Lord God - Holy is the true Light
Monk: Abide with me
Elgar: They are at rest
Weelkes:
When David heard
Duruflé: Requiem op. 9

Jennifer Johnston (mezzosopraan), Neal Davies (bas), Guy Johnston (cello)
Matthew Jorysz (orgel), Choir of Clare College, Cambridge o.l.v. Graham Ross

Harmonia Mundi HMU 957654 • 60' •

Opname: maart 2015, Lady Chapel of Ely Cathedral, Cambridgeshire; Lincoln Cathedral,
Lincolnshire (VK)

* * *

Finzi: My lovely one - God is gone up - Welcome sweet and sacred feast - Let us now praise famous men - Lo, the full, final sacrifice - Magnificat
Bax: I sing of a maiden that is makeless - This worldes joie
Ireland: Greater love hath no man - Ex ore innocentium - Te Deum in F

Daniel Cook (orgel), Choir of Westminster Abbey o.l.v. James O'Donnell

Hyperion CDA68167 • 74' •

Opname: februari 2016, Westminster Abbey, Londen

   

 

 

 

 

 

 


De diep gewortelde Engelse koortraditie heeft vanaf de renaissance een indrukwekkend aantal a capella koorwerken opgeleverd waarvan zowel de grote waarde als de bijzondere betekenis onomstreden is. Heeft dat misschien ook iets te maken met het zangtalent dat zich in alle rangen en standen van de Engelse samenleving door de eeuwen heen heeft gemanifesteerd? Zo is het nog steeds. Anders dan in ons land kunnen veel mensen over Het Kanaal 'gewoon' heel goed zingen. Het lijkt zelfs dat het ze van nature is aangeboren of dat het ze met de paplepel is ingegoten, terwijl het bij ons – menig uitstekend (kerk)koor niet meegerekend - door de eeuwen heen altijd tobben is gebleven. Wie wel eens een gewone Engelse kerkdienst heeft meegemaakt zal vast wel de inspirerende muzikaliteit van de kerkgangers hebben ontdekt. Daar geen troosteloos klinkend gezang en in een blaartrekkend laag tempo, geen net tegen de toon aan zingen, geen weifelende inzetten, maar weelderig opbloeiende gemeentezang met een zilveren randje en meer dan alleen maar ondersteunend orgelspel in een gouden omlijsting. Men voelt zich deelgenoot van een koortraditie die eeuwen teruggaat en die uitmunt in spiritualiteit in plaats van een grijsgekleurde, routineuze wekelijkse rite. Wie zo zingt moet zich wel gelukkig voelen, is de eerste gedachte.

Kerkmuziek is bij uitstek communicatieve muziek, drager van de tekst van de geloofsboodschap (of zelfs geloofsbelijdenis) die moet worden overgebracht. Het belang van die tekst lijkt daardoor evident, maar veel componisten hadden daar andere ideeën over: ze vonden de (hun!) muziek zelfs belangrijker dan het woord. De toehoorders kregen te maken met complexe stukken waarin de overweldigende polyfonie het woord eenvoudig deed wegzinken. Kerkelijke verordeningen en zelfs pauselijk ingrijpen konden niet verhinderen dat die ontwikkeling toch wist door te zetten. Wat bleef was de troostrijke gedachte dat ondanks de slechte verstaanbaarheid er muziek klonk ter ere van God. Soli Deo Gloria! Kerkmuziek bleef kerkmuziek, of het nu een oratorium, een cantate of een anthem betrof.

De afstand tussen de seculiere en de wereldlijke muziek mag dan doorgaans groot zijn, menigmaal zelfs onoverbrugbaar, toch laten zich sommige raakvlakken niet zomaar wegpoetsen. Neem nu de Engelse componist John Rutter (1945) die van gemakkelijk aansprekende maar ook niet al te moeilijk uitvoerbare koormuziek zijn specialiteit heeft gemaakt en daardoor zeer geliefd is bij de niet-professionele zangkoren. De tekst van veel van zijn koorstukken laveert tussen het geestelijke en het wereldlijke. Het is muziek die bij uitstek geschikt is om mensen samen te brengen, hetzij als luisteraar, hetzij als koorlid.

Op een hogere trap binnen de Europese koortraditie staat de koormuziek die niet minder dan een (semi)professioneel koor verlangt. Muziek die qua uitvoering weinig tot geen compromissen kent. Met complexiteit van de stemvoering nemen ook de uitvoeringseisen toe, van een progressief verlopende moeilijkheidsgraad. Wat niet wil zeggen dat een homogene unisono-klank geen bepaalde eisen zou stellen. Bovendien geldt dat zeker in a capella stukken de kleinste oneffenheden en rafeltjes doorgaans snel hoorbaar worden.

Wie zangtalent heeft moet jong beginnen. Later valt het niet-geleerde op een hoog niveau niet of nauwelijks nog in te halen. Jong geleerd is in dit geval letterlijk oud gedaan, ook na de 'baard in de keel'. Dat is ook de perfecte mix van het koor van Westminster Abbey: de meeste koristen zijn heel jong, maar het koor telt naast een aantal adolescenten ook enige ouderen. De vocale prestaties zijn vergelijkbaar met die van het niet minder fameuze Thomanenkoor uit Leipzig. De opleiding verschilt ook nauwelijks: zowel de (jonge) koristen van Westminster Abbey als de Thomanen krijgen overdag niet alleen zang- maar ook schoolles. Daarnaast worden ze opvoedkundig klaargestoomd voor een toekomstige rol in de maatschappij. Dat levert in de praktijk wat de beide koren betreft vergelijkbare uitkomsten op. Het predicaat ‘zeer goed' past daar wel bij, al zal niet iedereen het eens zijn met deze wijze van opvoeden. De invloed van de ouders op de kinderen – zeker in de fase dat nog veel moet worden (aan)geleerd - wordt daardoor immers aanzienlijk teruggebracht (wat voor kostschoolopleidingen trouwens niet minder geldt).

Het koor van Westminster Abbey kent zoals veel Britse ‘college'-koren zowel een rijk geschakeerde traditie als een uitzonderlijk hoog niveau. Daar maakten componisten maar al te graag gebruik van, want daarmee hadden ze een fenomenaal ‘instrument' in handen waarvoor ze complexe koorstukken konden schrijven. De daaruit ontstane polyfone pluriformiteit vinden we terug in de talloze opnamen die in de loop der jaren op de markt werden gebracht. Het is een collectie waaraan geen eind lijkt te komen en die menige koorliefhebber deed en doet watertanden. Het is ook een buitengewoon verleidelijke combinatie: schitterend geschreven koormuziek die net zo schitterend wordt uitgevoerd (en veelal ook zo opgenomen!) Dat levert een ongekende belevingssynergie op.

Deze beide cd's geven daarvan een representatief beeld en tevens een imposant inkijkje in die zo opmerkelijke wereld van de zo facetrijke Engelse koormuziek, te beginnen bij de uitgave van Hyperion. Er gapen stilistisch geen al te grote kloven tussen de koorwerken van Gerald Finzi (1901-1956), Arnold Bax (1883-1953) en John Ireland (1879-1962). Het waren tijdgenoten wier tijdsbeeld niet eens zo ver achter ons ligt. Iets anders ligt het bij de cd van Harmonia Mundi die de passende titel ‘Remembrance' (let wel op: er zijn meer cd's met dezelfde titel) meekreeg. Het is koormuziek ter herinnering aan de doden opdat zij niet vergeten worden. Een voorbeeld daarvan is ‘Song for Athene' van John Tavener (1944-2013), dat werd gezongen tijdens de begrafenisplechtigheid van prinses Diana. De stukken dateren bovendien van een heel wat uitgestrekter periode: van de Middeleeuwen tot in de tweede helft van de vorige eeuw. Wat beide cd's wel gemeenschappelijk hebben is het – hoe kan het eigenlijk ook anders – hoge uitvoeringsniveau. Dit is koormuziek van de bovenste plank die wordt uitgevoerd volgens de hoogste maatstaven van de Engelse koortraditie.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links